Combinatie met medicijnen

Nicotine en andere bestanddelen van tabak kunnen de werking van een groot aantal medicijnen beïnvloeden. In de meeste gevallen zijn andere stoffen dan nicotine hiervoor verantwoordelijk. Tabaksrook kan de werking van geneesmiddelen zowel op farmacokinetisch als op farmacodynamisch niveau beïnvloeden.
Binnenkort wordt de informatie op deze pagina vernieuwd. Houd de pagina dus in de gaten.
  • Veel geneesmiddelen en drugs worden door enzymen in de lever omgezet in niet actieve stoffen.
  • Een belangrijk enzym voor deze omzetting van geneesmiddelen is CYP1A2. Dit enzym behoort tot een grotere groep van enzymen in de lever, de cytochroom P450-enzymen.
  • In tabaksrook komen veel kankerverwekkende polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s) voor. PAK’s kunnen de werking van het CYP1A2-enzym versterken. Doordat dit enzym in aanwezigheid van PAK’s uit tabaksrook extra actief is, worden de geneesmiddelen sneller omgezet.
  • Het gevolg is dat de tabaksroker meer van deze geneesmiddelen nodig heeft om hetzelfde effect te bereiken dan de niet-roker. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om: clozapine, fluvoxamine, olanzapine, en theofylline.
  • Op het moment dat iemand stopt met roken zal de dosis van deze medicijnen mogelijk aangepast moeten worden.

Tabaksrook beïnvloedt niet alleen de opname, omzetting of uitscheiding van veel medicijnen, maar van sommige geneesmiddelen ook de werking zelf (dit heet een farmacodynamische interactie).

  • De klinisch meest relevante interactie is die met hormonale voorbehoedsmiddelen. Het gebruik van alle anticonceptie die hormonen bevatten door vrouwen van 35 jaar of ouder die meer dan 15 sigaretten per dag roken moet sterk worden afgeraden vanwege een extra risico op hart- en vaataandoeningen.
  • In astmapatiënten die roken, kan de werkzaamheid van hun medicijnen (inhalatiecorticosteroïden) sterk verminderd zijn in vergelijking met niet-rokende patiënten.
  • De gevoeligheid voor insuline wordt beïnvloed door roken. Bij stoppen met roken kan het nodig zijn de insulinedosering aan te passen. Over het algemeen hoeft er minder insuline te worden toegediend.
  • Roken kan tevens een ongunstig effect hebben op de werking van antidepressiva. Therapeutische concentraties in het bloed blijken te worden verlaagd onder invloed van roken. Indien de dosering niet wordt aangepast kan dit het behandelresultaat negatief beïnvloeden, terwijl een verhoging van de dosering het risico op bijwerkingen vergroot.2

Bronnen

1. Farmacotherapeutisch Kompas
2. Zevin, S., Benowitz, N.L. (1999). Drug interactions with tobacco smoking. Clinical Pharmacokinetics, 36 (6): 425-438.