Header Image

Mensen met onbegrepen gedrag

De term ‘verward gedrag’ is niet eenduidig en omvat uiteenlopende situaties, van dementie en suïcidaliteit tot middelengebruik en psychoses. ‘Verwardheid’ is niet hetzelfde als het hebben van een psychische aandoening. Een psychische aandoening kán een oorzaak zijn van ‘verward gedrag’, maar is dat vaak ook niet.

‘Verward’ gedrag heeft vele verschijningsvormen, oorzaken en achtergronden. Spreken van ‘de’ groep personen met verward gedrag’ doet daarom geen recht aan de grote verscheidenheid van verward gedrag en de achtergronden daarvan. Vaak is er sprake van meerdere en complexe problemen in verschillende leefgebieden tegelijk (Van Bon, et al. 2019).

Het verdient de voorkeur om te spraken van ’onbegrepen gedrag’. Dit is een neutralere en bredere term die beter aansluit bij de praktijk. Het verwijst naar gedrag dat afwijkt van verwachtingen en moeilijk te duiden is, zonder direct te medicaliseren of te stigmatiseren.

Stigma en uitsluiting

Het toeschrijven van maatschappelijke problemen aan de vermeende doelgroep van ‘verwarde personen’ en de framing die daarbij plaatsvindt naar ‘overlastgevende psychiatrische patiënten’ draagt bij aan de stigmatisering van mensen met ernstige psychische aandoeningen. Onderzoek laat in dit kader onder meer het volgende zien.

  1. Onbegrepen gedrag is beslist niet altijd psychisch van aard. Ook is gedrag wat niet ‘passend’ is in de samenleving niet per definitie een gevaar voor diezelfde samenleving. De inrichting van de samenleving is echter zo dat bijna altijd de politie de eerste hulpverlener is die opgeroepen wordt (De Nederlandse ggz, 2024). Daardoor worden E33 meldingen snel in het ‘veiligheid’-frame getrokken in de beeldvorming. In werkelijkheid gaat de politie bij een E33 melding slechts zelden over tot opsporingsonderzoek.
  2. Uit regionale analyses van de E33 meldingen blijkt dat het bij circa 35% van de meldingen gaat om mensen die bekend zijn in de ggz. Binnen de groep van 65% die niet bij ggz bekend is, kúnnen zich ook personen met psychische problematiek bevinden die zorg uit de weg gaan, of niet de juiste weg daartoe vinden. Van de 35% personen waar meldingen over binnen komen veroorzaakt een relatief kleine groep (20%, dus 7% van het totaal) het overgrote deel van die meldingen (ca 80%) (De Nederlandse ggz, 2024).
  3. Mensen met psychiatrische problemen zijn vaker slachtoffer dan dader van geweld (De Vries, et al., 2011). Uit onderzoek naar ‘fatale politie incidenten’ blijkt dat mensen met herhaald ‘verward gedrag’ vaker overlij­den dan andere groepen (De Boer, et al., 2022).
  4. Een risico van het gebruik van de term ‘verwarde personen’ en de beeldvorming daarbij, is dat het bijdraagt aan de sociale uitsluiting van mensen met (ernstige of langdurige) psychische aandoeningen. Veel van deze mensen hebben behoefte aan een socialer en actiever leven maar negatieve beeldvorming en stigma zijn grote belemmeringen voor maatschappelijke participatie (Knispel, et al., 2025).

Landelijke bronnen en diverse verdiepingsstudies geven geen eenduidig beeld van ‘de verwarde personen’. Ze geven wel aanleiding voor vragen bij de validiteit van de politieregistraties als indicator voor trends in mentaal welzijn en maatschappelijk problematiek.

Mogelijke verklaringen voor onbegrepen gedrag

Het is niet mogelijk om één oorzaak van de toename van politieregistraties over onbegrepen gedrag aan te wijzen. De stijging lijkt het gevolg van een samenspel van verschillende factoren. We noemen er enkele, zonder volledig te willen zijn.

Sociaal-maatschappelijke risicofactoren

Er is een groot aantal sociaal-maatschappelijke risicofactoren denkbaar voor (escalatie van) psychosociale problematiek al dan niet resulterend in ‘onbegrepen gedrag’. Veelgenoemde sociale risicofactoren zijn: armoede, bestaansonzekerheid, schuldenproblematiek, werkloosheid, dakloosheid, een complexer wordende samenleving, zorgverschraling, beperkte participatiemogelijkheden voor kwetsbare groepen, individualisering en eenzaamheid, een afnemende tolerantie en stigmatisering.

Factoren in de organisatie van zorg en samenwerking

Vaak wordt de ambulantisering van de ggz genoemd als verklaring voor de toename van politie­registraties.  De aanname daarbij lijkt dat: 1: ‘Verwarde personen’ vaak ‘psychiatrisch patiënt’ zijn en andersom, en 2: ‘Psychiatrische patiënten voorheen vooral in instellingen verbleven en massaal zijn uitgestroomd naar de samenleving. Er zijn echter nauwelijks harde aanwijzingen voor een verband tussen de toename van het aantal politieregistraties en de ambulantisering  (Planije, et al., 2016; Koekkoek, 2019). Wel is het zo dat de afname van het aantal klinische bedden niet evenredig gepaard is gegaan met de benodigde opbouw van ambulante begeleiding (Kroon, et al., 2021). Dit belemmert een duurzame overgang van zorg in een kliniek naar leven in de wijk en meedoen in de samenleving (Koekkoek, 2024).

Mogelijk spelen ook knelpunten in de zorg een rol. Er zijn te weinig behandelplekken voor mensen met complexe psychische problematiek.  Meer dan de helft van de mensen op een ggz-wachtlijst moet langer wachten dan de norm van veertien weken, waardoor klachten kunnen verergeren. Er wordt gesignaleerd dat er in psychosociale crisissituaties sprake is van handelingsverlegenheid en dat het ontbreekt aan samenhang, continuïteit en flexibiliteit in de ondersteuning van mensen met meervoudige problematiek (Planije, et al., 2016; VNG, 2025).  Hoewel vroege signalering essentieel is om te voorkomen dat kwetsbare mensen de controle verliezen, worden er structurele tekorten ervaren in de mogelijkheden van inzet van bemoeizorg.