Erkende interventie: Eye Movement Desinsitization and Reprocessing (EMDR)

Doel

EMDR richt zich op PTSS-symptoomreductie, meer specifiek: een afname van herbelevingen, vermijding en hyperarousal symptomen. Daarnaast is het doel om de ernst van (symptomen van) comorbide stoornissen, zoals psychose, te verminderen. Tot slot beoogt EMDR de haalbaarheid en het effect van andere interventies en methodieken te vergroten (bijv.: een verslavingsbehandeling gericht op het verkrijgen en behouden van abstinentie verloopt vaak erg moeizaam zolang de PTSS-klachten niet (geïntegreerd) behandeld worden).

Doelgroep

EMDR is een evidence-based behandeling voor posttraumatische stress-stoornissen (PTSS). EMDR is ook effectief bij ernstige, chronische PTSS, bijvoorbeeld als gevolg van vroegkinderlijk trauma. Naast de groep met ernstige PTSS is de veiligheid en effectiviteit van EMDR ook aangetoond bij complexe patiëntengroepen die onder de EPA definitie vallen, zoals bij patienten met PTSS én een comorbide psychotische of bipolaire stoornis. Behandeling met EMDR lijkt voor de EPA doelgroep met comorbide PTSS een effectieve behandeling.

Aanpak

EMDR sessies worden individueel, meestal wekelijks aangeboden en duren 45-90 minuten. Afhankelijk van de complexiteit van de problemen kan de behandelduur variëren. EMDR wordt in de GGZ doorgaans uitgevoerd door daartoe gekwalificeerde professionals (gz-psychologen, klinisch psychologen, psychotherapeuten en psychiaters).

Materiaal

Er is inmiddels een aantal Nederlandstalige EMDR handboeken verschenen. Er zijn ook diverse behandelprotocollen ontwikkeld door de Vereniging EMDR Nederland (VEN). Deze zijn beschikbaar voor VEN-leden op de VEN website (van alle protocollen bestaat zowel een versie voor volwassenen als voor kinderen en jeugdigen). Verder zijn er door de VEN geaccrediteerde EMDR opleidingen.

Onderbouwing

EMDR is oorspronkelijk ontwikkeld voor de behandeling van PTSS, de meest bekende diagnose na een traumatische gebeurtenis. PTSS uit zich in aanhoudende intrusieve herinneringen, aanhoudende vermijding van prikkels, negatieve veranderingen in cognities en stemmingen en veranderingen in prikkelbaarheid en reactief vermogen.

Uit diverse meta-analyses blijkt dat EMDR een effectieve behandeling is voor acute en chronische PTSS, bij zowel recente als vroegkinderlijke traumatisering. Vanuit de werkgeheugentheorie zorgen de oogbewegingen (en andere afleidende taken) voor een belasting van het werkgeheugen, waardoor de traumatische geheugen-representatie (blijvend) minder levendig en minder emotioneel opgeslagen wordt. De EPA-doelgroep is over het algemeen moeilijker te behandelen door de complexiteit van de problemen, beperkingen in de draagkracht en de interactionele vaardigheden.

EMDR focust zich per sessie op één traumatisch beeld en is dus relatief eenvoudig en geschikt voor mensen met ernstige psychiatrische aandoeningen. De EMDR-procedure maakt - in tegenstelling tot andere methodieken zoals CGT en psychotherapie - minder gebruik van de interactie tussen cliënt en therapeut, zodat moeilijkheden hierin ook niet interfereren. Juist bij de EPA-doelgroep kan EMDR goed aansluiten doordat het een kortdurende, snelle interventie betreft en er geen huiswerk gedaan hoeft te worden, in tegenstelling tot veel andere psychologische behandelmethodes.

Onderzoek

  • EMDR leidt tot significante verbeteringen in PTSS symptomen bij patiënten met EPA.
  • EMDR is, ook bij kwetsbare patiënten met ernstige PTSS, veilig en wordt goed verdragen.
  • Er is weinig bewijs dat voorafgaande stabilisatie (in termen van het aanleren van emotieregulatie-technieken) is vereist. Bij de EPA-doelgroep kan het in het individuele gevallen nodig geacht worden om eerst voorwaardenscheppend te interveniëren om de haalbaarheid van een traumagerichte behandeling te vergroten.
  • EMDR kan kortdurend zijn maar ook langere tijd in beslag nemen bij meer complexe psychopathologie.
  • Er wordt momenteel veel onderzoek gedaan naar effectiviteit van EMDR bij andersoortige klachten dan PTSS. Deze toepassingen vallen vooralsnog echter buiten deze beschrijving.
  • In complexe doelgroepen met comorbide problemen kan de drop-out hoog zijn. Dit kan soms om aanpassingen vragen bij de EPA-doelgroep.