KOPP/KOV: risicofactoren en beschermende factoren

Niet bij alle kinderen die opgroeien in een gezin met een ouder met psychische problemen en/of verslavingsproblematiek (KOPP/KOV) ontstaan problemen. Sommigen slaan zich goed door de risicovolle situatie heen, anderen ontwikkelen zelf psychische problemen of een verslaving. Dit is het gevolg van een complex samenspel van verschillende risicofactoren en beschermende factoren. Deze factoren kunnen bestaan bij de ouder, het kind, het gezin en de omgeving.

Risicofactoren

Kenmerken van de ouder

Problematiek van de ouder
De ernst, duur en het al of niet terugkerend karakter van de psychische problemen of verslaving hebben meer invloed op het kind dan ‘de soort’ problematiek.

Opvoedvaardigheden van de ouders
Door de psychische problemen kunnen ouders minder beschikbaar zijn voor hun kind. Opvoedvaardigheden kunnen lijden onder problemen en stress. De reactie van de ouder op het kind kan gekenmerkt worden door vlakkere emotionele reacties; minder fysieke aanraking; minder goedkeuring; geringere spontaniteit; en meer boosheid. Bij ouders met bijvoorbeeld een borderline persoonlijkheidsstoornis of verslaving komen onvoorspelbaar gedrag en plotselinge boosheid veel voor. Dit kan het gevoel van veiligheid aantasten bij het kind. 

Kenmerken van het kind

Leeftijd
Hoe jonger het kind is tijdens de ouderlijke problemen, des te groter het risico om zelf ook problemen te ontwikkelen. Zo is veel stress op jonge leeftijd van negatieve invloed op de hersenontwikkeling en kan blijvende sporen achterlaten. Bijvoorbeeld in de vorm van een verhoogde gevoeligheid voor stressprikkels.

Erfelijkheid
Erfelijke factoren spelen een rol bij de transgenerationele overdracht van een aantal psychiatrische stoornissen. Familie-, tweeling- en adoptiestudies hebben genetische factoren aangetoond bij depressie en alcoholisme. De genetische risicofactor leidt echter niet per definitie tot een stoornis.

Temperament
Een moeilijk temperament van het kind is een risicofactor, omdat deze kinderen lastig zijn in de opvoeding, wat irritatie kan oproepen bij de ouders. Met name depressieve ouders worden hierdoor bevestigd in hun idee dat ze geen goede ouder zijn. Dit heeft vervolgens weer invloed op het kind.

Kind neemt de oudertaken op zich
KOPP/KOV-kinderen hebben vaak meer taken en verantwoordelijkheden in het gezin - zowel op praktisch als emotioneel gebied - dan passend is voor de leeftijd van het kind. Hierdoor ontstaat parentificatie (rolomkering): het kind zorgt voor de ouder, in plaats van andersom. Het kind komt hierdoor niet toe aan de normale ontwikkelingstaken.

Kenmerken van het gezin

Interactie tussen ouder en kind
Ouders met een depressie of psychose reageren vaak minder adequaat op hun kinderen. Ouders met bijvoorbeeld een depressie tonen vaak een vlakker affect, minder aanrakingen, minder goedkeuring, geringere spontaniteit en meer boosheid ten opzichte van het kind. Alcoholafhankelijke ouders kunnen plotseling agressief op hun kind reageren. Dit is heel verwarrend voor kinderen. Vooral bij jonge kinderen staat dit het ontwikkelen van een goede hechtingsrelatie in de weg. Ook zien we dat kindermishandeling vaker voorkomt bij ouders met psychische of verslavingsproblemen.

Conflicten tussen de ouders
Als een ouder psychische problemen heeft, wordt een toenemend appèl gedaan op de andere ouder. Als de ander dit aankan, blijven de gevolgen voor het gezin en de kinderen beperkt. Maar het kan ook leiden tot conflicten tussen de partners. Denk hierbij aan een moeder met een alcoholverslaving die haar afspraken niet nakomt. Deze ouderlijke conflicten kunnen negatieve gevolgen hebben voor de kinderen.

Overbelaste partner en alleenstaande ouder
Wanneer één van de ouders psychische problemen heeft, wordt er een toenemend beroep gedaan op de andere ouder met kans op overbelasting. Ook voor een alleenstaande ouder kan het teveel worden. Dit heeft zijn weerslag op de kinderen.

Financiële problemen in het gezin

Kenmerken van de omgeving

Sociale steun
Een te klein of een niet adequaat sociaal netwerk leidt tot gebrek aan sociale steun. Dit verhoogt het risico voor het kind. We zien dat KOPP/KOV-gezinnen zich vaak terugtrekken en isoleren uit angst voor stigmatisering of uithuisplaatsing van de kinderen. Ook komt het voor dat de ouders minder maatschappelijk geïntegreerd zijn. Dit komt met name voor bij ouders met een alcohol- of drugsverslaving.

Negatieve beeldvorming
Het taboe rondom psychiatrie en verslaving maakt het voor de kinderen moeilijk om er met anderen over te praten, laat staan steun te vragen.

Beschermende factoren

Er zijn kinderen die zonder problemen opgroeien, ondanks de aanwezigheid van psychische of verslavingsproblemen van de ouder. Dan spelen er waarschijnlijk maar weinig risicofactoren een rol en/of zijn beschermende factoren aanwezig: factoren die als buffer dienen tegen ongunstige omstandigheden voor het kind.

Beschermende factoren kunnen worden afgeleid uit de risicofactoren. Zo is bijvoorbeeld veel ruzie in het gezin bedreigend voor de ontwikkeling van het kind, terwijl een harmonieus gezin juist bescherming kan bieden. De volgende factoren kunnen beschermend zijn. En zijn te beïnvloeden! 

Kenmerken van de ouder

Ondersteuning door de andere ouder
Een goede relatie tussen het kind en tenminste één ouder is een belangrijke beschermende factor. Goede ondersteuning voor het kind door de 'gezonde' ouder kan een mogelijk tekort aan steun van de ouder met problemen compenseren.

Kenmerken van het kind

Vaardigheden van het kind
Goede sociaal-emotionele, cognitieve en probleemoplossende vaardigheden kunnen een kind behoorlijk helpen. Zelfwaardering en zelfvertrouwen bij het kind, weerbaarheid, adequaat problemen kunnen oplossen en een actief sociaal leven, werken beschermend tegen het ontwikkelen van psychische problemen.

Heldere kijk van het kind op zichzelf en de ouderlijke problematiek
Goede informatie over en begrip van de ouderlijke problematiek voorkomt dat het kind zich schuldig en verantwoordelijk gaat voelen voor de problemen. Het kind kan hierdoor beter inschatten wat het wel en niet van de ouder kan verwachten. En ze kunnen afwijkend gedrag beter plaatsen als ‘horend bij de problemen’. Dit voorkomt gevoelens van verwarring en onzekerheid bij het kind.

Kenmerken van het gezin

Goede ouder-kind interactie
Als de ouder en het kind, ondanks de stoornis of verslaving, een goede relatie (emotioneel warme band) hebben met elkaar, dan zijn de vooruitzichten voor het kind aanmerkelijk gunstiger.

Kenmerken van de omgeving

Sociale steun in de omgeving
Zowel emotionele als praktische steun beschermt het kind. Dit kan steun binnen de familie (broer, tante, oma) of van een ondersteunend netwerk buiten het gezin (vertrouwenspersoon, leerkracht, buurman).