Wat kunt u doen als ouder van een KOPP-kind?

Iedereen kan psychische problemen krijgen, ook ouders. In Nederland zijn er ieder jaar 405.000 ouders met een psychische stoornis of verslaving. U bent niet de enige!

Naast goede hulp zoeken voor uzelf, is in zo’n situatie ook extra aandacht nodig voor de KOPP-kinderen. Ook al merkt u misschien niet zoveel bijzonders aan uw kind(eren), ze hebben vaak veel door en willen u waarschijnlijk ontlasten door bijvoorbeeld huishoudelijke taken over te nemen of naar uw zorgen te luisteren. Dat is natuurlijk prima, zolang andere belangrijke zaken voor de ontwikkeling en het welbevinden van uw kind maar niet in het gedrang komen. KOPP-kinderen hebben vooral een luisterend oor nodig van u en/of uw eventuele partner, een antwoord op hun vragen en ruimte om hun eigen dingen te doen zoals spelen, sporten, vriendjes, naar school gaan en huiswerk maken.

In de KOPP-richtlijn voor ouders kunt u informatie vinden over hoe u hulp voor uzelf en/of voor uw kind kunt regelen.

10 tips voor ouders

Tip 1: vertel wat er aan de hand is
Sommige kinderen voelen zich meer op hun gemak bij een gesprekje tijdens de afwas of op de rand van het bed. 

Tip 2: wees eerlijk in uw uitleg
Vraag af en toe of het kind begrijpt wat u heeft verteld. Als uw kind vragen heeft waarop u geen antwoord heeft kunt u gewoon zeggen "Ik weet het niet".

Tip 3: luister naar uw kind
Praten met uw kind is vooral luisteren naar uw kind.

Tip 4: kijk naar uw kind
Kinderen laten vaak aan hun gedrag weten hoe het met hun gaat. Weer in bed plassen of spijbelen zijn duidelijke signalen. U kunt ook aan de leerkracht of een vriendin vragen of zij iets opmerken.

Tip 5: zorg voor een vaste gang van zaken
Als er problemen zijn in het gezin, geeft het kinderen een vertrouwd gevoel als sommige dingen gewoon doorgaan, zoals school, huiswerk, sportclub.

Tip 6: betrek er anderen bij
U hoeft niet alles alleen te doen. Schakel anderen in: familieleden, buren, een leerkracht en/of andere ouders.

Tip 7: laat de school iets weten
Als de leerkracht weet wat er aan de hand is, kan hij of zij uw kind beter opvangen.

Tip 8: zoek een vertrouwenspersoon voor uw kind
Soms willen kinderen met een andere vertrouwenspersoon dan u zelf praten over de situatie. Laat uw kind weten dat u dat goed vindt en dat het geen ‘roddelen’ is.

Tip 9: breng uw kind in contact met lotgenoten
Praten met andere kinderen die hetzelfde hebben meegemaakt lucht vaak op. Uw huisarts of uw hulpverlener kan u meer informatie geven. 

Tip 10: zorg voor een knipoog en knuffel
Welke problemen er ook zijn, voor uw kind is één ding het belangrijkste: dat u van hem of haar houdt. Dit kunt u uw kind duidelijk maken, iedere dag opnieuw.

bron: Kipizivero brochure 'Een knipoog, een knuffel'