Header Image

Alcohol en sterfte

Alcohol is in Nederland een belangrijke oorzaak van vroegtijdige sterfte. De cijfers over alcoholsterfte komen uit verschillende bronnen. Het RIVM schat (bijna) jaarlijks de totale alcoholgerelateerde sterfte, dat wil zeggen sterfte die direct te linken is aan alcoholgebruik (primaire sterfte) én sterfte waarbij alcohol één van de oorzaken is (secundaire sterfte). Vergeleken met andere bronnen is de methode van het RIVM inzichtelijker en beter toepasbaar op de Nederlandse situatie [1]. Daarom worden de sterftecijfers van het RIVM hier als leidend gezien voor de Nederlandse situatie.

Deze informatie is opgesteld door het
Expertisecentrum Alcohol

Heb je vragen?
Neem dan contact met ons op.

Blijf op de hoogte

Met de nieuwsbrief van het Expertisecentrum Alcohol:

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
E-mailadres(Vereist)

Sterftecijfers van het RIVM

De schattingen van de alcoholgerelateerde sterfte van het RIVM zijn sinds 2019 gebaseerd op dezelfde rekenmethode. Deze schattingen zijn niet vergelijkbaar met schattingen van voor 2019, toen nog een andere methode gebruikt werd [1]. De schatting van alcoholgerelateerde sterfte wordt door het RIVM berekend met behulp van een model en gegevens uit de literatuur.

Het aantal alcoholgerelateerde sterftegevallen wordt in 2024 geschat op 2.440 (marges 1.914-3.651). Dat is 1,4% van de totale sterfte [2].

  • Het grootste deel van de alcoholgerelateerde sterfte komt door beroertes. Daarna volgen psychische ziekten en gedragsstoornissen (waaronder verslaving), leverziekten door alcoholgebruik en verschillende soorten kanker (zie tabel hieronder) [2].
  • In deze schatting werd gevonden dat niet of minder dan 1 glas per dag drinken, samenhangt met een kleinere kans op sterfte aan coronaire hartziekten  en sterfte aan slokdarmkanker en lip-, mondholte-en speekselklierkanker onder vrouwen. Gezien de gevolgen van alcoholgebruik op andere ziektes en aandoeningen wordt ondanks dit beschermende effect niet geadviseerd om alcohol te drinken.

Bekijk ook de inhoudelijke dossiers over alcohol en ziekten:

Het geschatte aantal alcoholgerelateerde sterftegevallen in 2024 was vergelijkbaar met schattingen in voorgaande jaren (2023: 2.720 (marges 2.140-3.390), 2021: 2.390 (marges 1.890-3.850), 2020: 2.520 (marges 1.910-3.850) en 2019: 2.430 (marges 1.900-3.900) alcoholgerelateerde sterfgevallen).

De onderstaande tabel geeft voor verschillende aandoeningen een overzicht van het geschatte aantal sterfgevallen die kunnen worden toegeschreven aan alcoholgebruik. Ook worden percentages weergegeven, dit is het percentage alcoholgerelateerde sterfgevallen van het totaal aantal sterfgevallen door de bijbehorende aandoening. Als we kijken naar borstkanker zien we bijvoorbeeld dat, in het peiljaar 2024, onder vrouwen 70 sterfgevallen door borstkanker kunnen worden toegeschreven aan alcoholgebruik. Dit is 2,4% van het totale aantal sterfgevallen door borstkanker onder vrouwen in datzelfde jaar.

Vergelijking met andere cijfers

Naast de cijfers van het RIVM zijn ook andere cijfers over de alcoholsterfte in Nederland beschikbaar. Deze cijfers variëren echter zeer, mede door verschillen in de gebruikte methode. We lichten hieronder de andere cijfers kort toe.

CBS Doodsoorzakenstatistiek

Tot 2012 rapporteerde de Doodsoorzakenstatistiek van het CBS de totale alcoholsterfte als de optelsom van de primaire en secundaire alcoholsterfte. Het totale cijfer schommelde tussen 2005 en 2012 rond de 1.700 gevallen per jaar (waarvan ongeveer 700 primaire alcoholsterfte en 1.000 secundair).

Vanwege een verandering in de codering is vanaf 2013 geen vergelijking meer mogelijk met de cijfers over primaire alcoholsterfte in eerdere jaren (2005-2012). Daarnaast is het sinds de introductie van automatische coderen in 2023 niet meer mogelijk om een betrouwbare schatting te maken van de secundaire alcoholsterfte [3,4]. In de schatting van het CBS wordt sinds 2013 dus alleen de gerapporteerde primaire alcoholsterfte meegenomen. Hierdoor zijn deze cijfers minder toereikend als totaaloverzicht voor de alcoholsterfte. Sinds 2021 wordt alcohol geïnduceerde acute pancreatitis (ontsteking van de alvleesklier door alcoholgebruik) ook meegenomen in de berekening van primaire alcoholsterfte, waarbij jaarlijks 10-20 sterfgevallen worden gemeld met acute pancreatitis als primaire doodsoorzaak.

In 2023 stierven in totaal 1.125 mensen door alcohol als primaire doodsoorzaak, dat is een stijging ten opzichte van 2013 toen 844 mensen stierven door alcohol als primaire doodsoorzaak (zie onderstaand figuur). Voor meer informatie over de verschillen in primaire alcoholsterfte naar leeftijd en geslacht zie de Nationale Drug Monitor.

Bovenstaande cijfers geven een onderschatting van de werkelijke sterfte door alcohol. Dit komt omdat de cijfers zich beperken zich tot primaire alcoholsterfte en omdat de bijdrage van alcoholgebruik aan de sterfte niet altijd wordt herkend. Om deze redenen presenteren we ook de schatting van de alcoholgerelateerde sterfte door het RIVM (zie hierboven). Zoals in de inleiding beschreven, schat het RIVM de de totale alcoholgerelateerde sterfte (primair en secundair). Deze schatting is gebaseerd op een model en gegevens uit de literatuur. Het betreft dus geen geregistreerde sterfte maar een inschatting van de totale alcoholsterfte.

Internationale onderzoeken

Naast de nationale cijfers zijn er in 2020 internationale onderzoeken uitgebracht naar de alcoholgerelateerde sterfte, waarin ook een aparte schatting voor Nederland is opgenomen.

  • Allereerst is er in 2020 een schatting van de alcoholsterfte in 2016 gemaakt, wereldwijd en per land [5]. De methode van dit onderzoek verschilt aanzienlijk van de methode die door het RIVM is toegepast. Zo nemen de onderzoekers meer ziektes mee in de schatting en hanteren ze een andere berekening van het risico op de ontwikkeling van ziekte bij blootstelling aan alcohol. Ook zijn de schattingen gebaseerd op andere databronnen die minder nauwkeurig zijn voor de Nederlandse situatie dan de databronnen die door het RIVM worden gebruikt. Dit onderzoek berekende dat in 2016 4.945 mensen in Nederland stierven aan de gevolgen van alcohol (marges 3.850-6.794).
  • De Global Burden of Disease study [6] presenteerde in oktober 2020 een schatting van de alcoholsterfte in 2019. Deze studie rapporteerde 7.570 sterfgevallen (marges 6.200–9.120), wat aanzienlijk hoger is dan andere schattingen. De methode van deze studie verschilt aanzienlijk van de methode die door het RIVM is toegepast, wat betreft het aantal ziektes dat is meegenomen, de databronnen en de berekening van het risico op de ontwikkeling van ziekte bij blootstelling aan alcohol. Omdat de methode van deze studie minder transparant is, hanteren wij de schatting van het RIVM als leidraad voor alcoholgerelateerde sterfte in Nederland. De meest recente schatting van de Global Burden of Disease study, schat de sterfte door hoog alcoholgebruik in 2023. Deze maat is gebaseerd op verschillende niveaus van risicogebruik van alcohol, afhankelijk van leeftijd, sekse en internationale regio. Voor Nederland werd dit geschat op 25,2 sterfgevallen per 100.000 inwoners (marges 18,6-33,7) [7]. Aangezien hier enkel gekeken wordt naar sterfte door hoog alcoholgebruik zijn deze cijfers lastig te vergelijken met de schattingen van het RIVM en het CBS.

Meer cijfers?

De Nationale Drug Monitor (NDM) [1] geeft een overzicht van de trends, laatste cijfers en feiten over het gebruik van en schade door onder andere alcohol. In de NDM zijn meer cijfers over ziekte en sterfte ten gevolge van alcoholgebruik te vinden. Daarnaast staat in de NDM ook een uitgebreide beschrijving van de gebruikte methodes van het RIVM en CBS.

Gerelateerde pagina's

Referenties

  1. Nationale Drug Monitor, editie 2023. Alcohol 11.7.2 Sterfte - Nationale Drug Monitor. https://www.nationaledrugmonitor.nl/alcohol-sterfte/. Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.
  2. VZinfo. Alcoholgebruik | Oorzaken en gevolgen [Internet]. Beschikbaar op  https://www.vzinfo.nl/alcoholgebruik/oorzaken-en-gevolgen#sterfte
  3. Harteloh, P. (2014). Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen. CBS: Den Haag/Heerlen.
  4. Harteloh, P., Van Hilten, O. & Kardaun, J. (2014). Het automatisch coderen van doodsoorzaken: een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek. CBS: Den Haag/Heerlen.
  5. Shield, K., Manthey, J., Rylett, M., Probst, C., Wettlaufer, A., Parry, C. D. H., & Rehm, J. (2020). National, regional, and global burdens of disease from 2000 to 2016 attributable to alcohol use: a comparative risk assessment study. The Lancet Public Health, 5(1), e51–e61. https://doi.org/10.1016/S2468-2667(19)30231-2
  6. GBD 2019 Risk Factors Collaborators. (2020) Global burden of 87 risk factors in 204 countries and territories, 1990–2019: a systematic analysis for the Global Burden of Disease Study 2019. Lancet 2020; 396: 1135–59.
  7. Institute for Health Metrics and Evaluation (IHME). GBDCompareDataVisualization. Seattle, WA: IHME, University of Washington, 2025. Beschikbaar op http:// vizhub.healthdata.org/gbd-compare. (Geraadpleegd op 15 december 2025).