Monitor Meerjarenprogramma Depressiepreventie

De monitor van het ‘Meerjarenprogramma Depressiepreventie’ is gestart in 2019 en wordt uitgevoerd door het Trimbos-instituut. Het doel van de monitor is zicht krijgen op de voortgang en de effecten van de activiteiten die worden uitgevoerd in het kader van het Meerjarenprogramma. De monitor evalueert het programma met drie verschillende onderdelen.

Landelijke monitor depressie

De landelijke monitor van het programma richt zich op het volgen van de ontwikkelingen in de populatie- en zorgprevalentie van depressie en de intensiteit van zorggebruik op landelijk niveau. Dit wordt gedaan op basis van beschikbare gegevensbronnen. Dit betekent dat de monitor zich richt op het aantal personen met depressie in de algemene Nederlandse bevolking en het aantal personen dat (preventieve) zorg ontvangt in de diverse domeinen in de keten van (preventieve) depressiezorg. De landelijke monitor wordt jaarlijks geüpdatet. 

Gemeentelijke monitor depressiepreventie

De ‘Gemeentelijke monitor depressiepreventie’ volgt de ontwikkelingen en activiteiten van gemeenten en regio’s op het gebied van mentale gezondheidsbevordering en depressiepreventie in de publieke gezondheidszorg en het sociaal domein, inclusief samenwerking in de GGZ-keten. In 2018 heeft een nulmeting plaatsgevonden. Eens per vier jaar (2022, 2028, 2030) zal een vervolgmeting plaatsvinden.

Programmamonitor Meerjarenprogramma Depressiepreventie en tussendoelen

Het doel van de programmamonitor is om zicht te krijgen op de voortgang en effecten van de activiteiten die worden uitgevoerd in het kader van het MJP DP. Deze monitoring wordt gebruikt om de activiteiten van het MJP DP met elkaar te evalueren en waar nodig aan te passen. Dit wordt gedaan op basis van gezamenlijk vastgestelde ambities en indicatoren, waar mogelijk kwantitatief meetbaar op basis van bestaande gegevens. De programmamonitor bestaat uit de volgende onderdelen:

  • Het jaarlijks monitoren van concrete tussendoelen op basis waarvan met elkaar wordt bekeken of de juiste zaken in gang zijn gezet en er (voldoende) voortgang wordt geboekt; en
  • Het tweejaarlijks reflecteren op de voortgang van de ambities rondom zowel het totale programma als per hoogrisicogroep.

Voor het gezamenlijk vaststellen van ambities voor het totale programma en per hoogrisicogroep is de methode group concept mapping gebruikt. Voor het totale programma zijn de ambities samen met het directeurenoverleg opgesteld terwijl de ambities per hoogrisicogroep met de desbetreffende regiegroepen zijn opgesteld. Deze ambities zijn tevens benut voor het formuleren en concretiseren van de tussendoelen.

De drie onderdelen van de monitor worden door de jaren heen periodiek in onderlinge samenhang bekeken, besproken en geïnterpreteerd. Hoe verhouden landelijke en regionale gegevens (zowel over prevalentie en zorg, als over activiteiten en effecten) zich?

 

Publicaties

2021

Nuijen, J., Van Doesum, T., Van Bon-Martens, M. (2021). Landelijke Monitor Depressie. Eerste peiling: trends tot en met 2019. Utrecht: Trimbos-instituut, 2021.

Nuijen, J., Van Doesum, T., Van Bon-Martens, M. (2021). Infographic Landelijke Monitor Depressie – Eerste peiling, 2021. Utrecht: Trimbos-instituut, 2021.

 

2019

Van Doesum, T., Bransen, E., Van Bon-Martens, M. (2019). Depressiepreventie in publieke gezondheidszorg en sociaal domein. Utrecht: Trimbos-instituut, 2019.

Nuijen, J., Van Bon-Martens, M., Van Doesum, T., Kleinjan, M., Van der Poel, A. (2019). Depressieproblematiek gemeten in Nederland: Wat verschillende databronnen zeggen over het vóórkomen van depressieproblematiek. Utrecht: Trimbos-instituut, 2019.