Uit onderzoekscijfers blijkt er een duidelijke relatie te bestaan tussen angststoornissen en problematisch alcoholgebruik. Hier is nog geen verklaring voor gevonden, maar er zijn wel een aantal factoren gevonden die van invloed zijn.
Deze informatie is opgesteld door het
Expertisecentrum Alcohol
Heb je vragen?
Neem dan contact met ons op.
Blijf op de hoogte
Met de nieuwsbrief van het Expertisecentrum Alcohol:
Definitie van angststoornis (DSM-5)
Een angststoornis is een verzamelnaam voor psychische aandoeningen waarbij sprake is van grote angst en bezorgdheid (bange voorgevoelens) bij bepaalde gebeurtenissen of activiteiten en het moeilijk is om deze gevoelens onder controle te houden. De angst en bezorgdheid gaan gepaard met symptomen zoals rusteloosheid, snel vermoeid raken en prikkelbaarheid. Ook veroorzaken ze beperkingen op sociaal gebied of in het werk.
Onder angststoornissen vallen onder meer: paniekstoornis, agorafobie (pleinvrees), sociale fobie, specifieke fobie (bijvoorbeeld angst voor spinnen) en de ‘gegeneraliseerde’ angststoornis (angst zonder duidelijke reden). Zie voor de verschillende angststoornissen en de bijbehorende criteria de DSM-5 [1].
Wisselwerking angst- en alcoholstoornis
Een angststoornis kan voorafgaan aan het ontstaan van een stoornis in het gebruik van alcohol (hierna: alcoholstoornis) en andersom kan een alcoholstoornis ook voorafgaan aan het ontstaan van een angststoornis [2-5]. In beide gevallen wordt alcohol ingezet als ‘zelfmedicatie’. Dat wil zeggen dat het drinken van bier, wijn of sterke drank wordt gebruikt om de klachten te verminderen [6, 7].
Combinatie angststoornis en alcoholproblemen
Een angststoornis komt bij mensen die zwaar drinken vaker voor dan bij de algemene bevolking [8]. Verder lijkt een angststoornis vaak te leiden tot een alcoholstoornis [9], hoewel de onderzoeksresultaten hier niet eenduidig over zijn [10]. En als iemand eenmaal afhankelijk is van alcohol, dan verloopt de angststoornis meestal ernstiger [11].
Relatie met angst in de jeugd?
Er zijn aanwijzingen dat er een verband is tussen angst op jonge leeftijd (kinderleeftijd en tijdens de adolescentie) en een latere alcoholstoornis, maar de maar de aard en richting van deze relatie is nog onvoldoende duidelijk [12]. Er is geen bewijs dat jongeren met meer angstklachten méér alcohol drinken dan hun leeftijdsgenoten. Integendeel: tussen 14 en 19 jaar zijn hogere angstklachten juist geassocieerd met minder alcoholgebruik drie jaar later. Vanaf 22 jaar verdwijnt dit beschermende effect [13]. Het is belangrijk om risicofactoren voor alcoholgebruik te bekijken in de context van leeftijd en levensfase.
Comorbiditeit
Wanneer iemand tegelijkertijd een alcoholstoornis en een angststoornis heeft, wordt er gesproken van ‘comorbiditeit’. Deze stoornissen zijn meestal niet tegelijkertijd ontstaan maar waarschijnlijk met ruime tijd ertussen (5 tot 15 jaar) [3, 6].
Het lijkt er dus op dat mensen met een angst- of alcoholstoornis gedurende langere tijd klachten ervaren voordat zich daarnaast een tweede stoornis ontwikkelt. Dit biedt mogelijkheden om een tweede stoornis te voorkomen. Ook uit onderzoek blijkt dat vroege behandeling van angstsymptomen leidt tot een kleiner risico op een alcoholstoornis [14].
Verklaring comorbiditeit
Er is geen onderliggende factor gevonden die de comorbide relatie kan verklaren [15]. Er zijn wel een aantal risicofactoren die een rol kunnen spelen.
- Persoonskenmerken (verminderde zelfwaarde)
- Sociale omgevingsfactoren (ontbreken van sociale steun)
- Stressfactoren (spanningen in het gezin of op het werk)
Deze factoren hebben een cumulatief effect (ze tellen op). Hoe meer risicofactoren, hoe groter de kans op het samengaan van een angststoornis en een alcoholstoornis [16].
Als beide stoornissen tegelijk voorkomen zijn de symptomen meestal ernstiger, valt iemand vaker terug en maakt iemand meer gebruik van de geestelijke gezondheidszorg [17]. Ook komt het vaker voor dat er daarnaast nog andere psychische problemen zijn, met name een depressie [18].
Signalering en behandeling
De richtlijn middelenmisbruik of -verslaving en angststoornissen van Verslavingskunde Nederland beschrijft diagnostiek, behandeling en begeleiding van volwassen patiënten met een angststoornis en middelenmisbruik of –afhankelijkheid.
Bij de behandeling van mensen met zowel problematisch alcoholgebruik als een angststoornis is de beste optie om eerst het alcoholgebruik aan te pakken, zoals beschreven staat in de ggz-standaard problematisch alcoholgebruik.
In de ggz-standaard angstklachten en angststoornissen wordt geadviseerd 4-6 weken geen alcohol te drinken (abstinentie) en vervolgens de angststoornis opnieuw te evalueren en zo nodig te behandelen. Als volledige abstinentie niet haalbaar blijkt omdat de angststoornis de verslaving in stand houdt, kan ervoor gekozen worden om te starten met de behandeling van deze de angststoornis om zo ook de verslaving aan te pakken.
In de ggz-standaard problematisch alcoholgebruik wordt de behandeling van problematisch alcoholgebruik die samengaat met een angststoornis kort beschreven.
Er zijn aanwijzingen dat interventies gericht op lichaamsbeweging kunnen leiden tot vermindering van angstklachten bij mensen met een alcoholstoornis [19, 20]. Om hier met meer zekerheid uitspraken over te kunnen doen, moeten echter meer gerandomiseerde onderzoeken met controle groep plaatsvinden - met hoge kwaliteit van bewijs.
Onder patiënten met een alcoholstoornis blijkt het toevoegen van de Approach Bias Modification training - naast de reguliere behandeling - extra effectief te zijn bij mensen met comorbide angst- of depressieve stoornissen (21).
