Header Image

Signaleren & bespreekbaar maken van alcoholgebruik

Praten over alcoholgebruik kan lastig zijn en patiënten komen hier niet altijd uit zichzelf mee naar het spreekuur. Alcohol is namelijk voor veel mensen een middel om te ontspannen en staat voor feest en gezelligheid. Maar er is ook een andere kant: mensen kunnen alcohol gebruiken om hun problemen te vergeten, hun pijn te verzachten of minder angstig of verlegen te zijn. Ook kan alcoholgebruik een gewoonte worden. Aan de huisarts of praktijkondersteuner de taak om signalen van ongezond alcoholgebruik te herkennen en te bespreken.

Wanneer start je een gesprek over alcoholgebruik?

Het gesprek over alcohol kan op drie verschillende manieren starten [1]:

  1. In relatie tot de klacht(en) van de patiënt
  2. Omdat een patiënt er zelf over begint
  3. Als onderdeel van de routine

In relatie tot klacht(en) van de patiënt

We weten dat deze klacht verband kan houden met alcoholgebruik. Vindt u het goed als ik u daar een paar vragen over stel?

Er zijn veel lichamelijke en psychische klachten die veroorzaakt en/of verergerd kunnen worden door alcoholgebruik. Andere mogelijke aanknopingspunten om naar het alcoholgebruik te vragen zijn:

  • Als de patiënt een ingrijpende levensgebeurtenis doormaakt, zoals een scheiding, ontslag, pensionering of verlies of ziekte van een dierbare.
    Alcoholgebruik kan soms een oorzaak zijn van bijvoorbeeld scheiding of ontslag. Maar uit onderzoek blijkt ook dat scheiding of ontslag juist kan leiden tot een toename van het alcoholgebruik [2]. Het kan ook betekenen dat de patiënt in deze situatie extra openstaat om na te denken over gezondheid en leefstijl [3].
  • Als er sprake is van veel bezoeken aan het spreekuur, huisartsenpost en/of de eerste hulp.
    Een groot deel van de bezoeken aan de eerste hulp kunnen te maken hebben met alcoholgebruik, zoals ongevallen, geweldsincidenten en alcoholvergiftiging [4]. Uit onderzoek blijkt dat mensen voordat ze voor het eerst bij de huisarts komen vanwege alcoholproblematiek, al veel contact hebben gehad met de huisartsenpraktijk of huisartsenpost [5].
  • Als het een patiënt betreft die zwanger is, een kinderwens heeft of borstvoeding geeft.
    Het gebruik van alcohol kan invloed hebben op de vruchtbaarheid en brengt risico’s met zich mee voor de moeder en het (on)geboren kind in de verschillende stadia van de zwangerschap. Toch drinkt een groot deel van de (aanstaande) moeders alcohol in de 4 weken vóór de zwangerschap en/of als ze zwanger zijn maar dit nog niet weten. Lees meer hierover in het dossier Alcohol en zwangerschap.
  • Als onderdeel van een gesprek over leefstijl, bijvoorbeeld de wens om af te vallen, op gewicht te blijven of de conditie te verbeteren.
    Alcohol is zelf een leefstijlfactor, maar heeft ook invloed op de andere leefstijlthema's, zoals slaap, gewicht en stress.
  • Bij het voorschrijven van medicijnen die een wisselwerking kunnen hebben met alcohol.
  • Alcohol kan ervoor zorgen dat medicijnen sterker of minder sterk werken. Ook kunnen bijwerkingen vaker voorkomen. De NHG-richtlijn Problematische alcoholgebruik heeft een tabel opgenomen van belangrijke interacties tussen alcohol en medicijnen [6].
  • Bij het vooruitzicht op of herstel van een operatie. Uit onderzoek blijkt dat alcoholgebruik voor de operatie het risico op complicaties verhoogt en het herstel vertraagt [7]. Er zijn aanwijzingen dat stoppen met alcohol drinken voor de operatie het risico op complicaties kan verlagen [8].

Omdat een patiënt er zelf over begint

Het klinkt alsof dit u bezighoudt. Vindt u het goed als ik u daar een paar vragen over stel?

Patiënten kunnen zelf over hun alcoholgebruik beginnen of er bezorgdheid, twijfels of nieuwsgierigheid over uitspreken. Bijvoorbeeld na een zelftest of publiekscampagne. Dit is een aanleiding om daarop door te vragen. Uit onderzoek blijkt dat hun alcoholgebruik na een interventie verder afneemt dan bij patiënten die het initiatief aan de zorgverlener laten [9].

Als onderdeel van de routine

We vragen al onze patiënten naar alcoholgebruik als onderdeel van de standaardzorg. Vindt u het goed als ik u daar een paar vragen over stel?

Vragen naar alcoholgebruik kan onderdeel worden van de routine door het bijvoorbeeld te verwerken in het kennismakings- of intakegesprek. De meerderheid van de praktijkondersteuners dit doet dit (61% van de POH-ggz en 72% van de POH-somatiek) [10].

Huisartsen aan dat ze minder vaak naar alcoholgebruik vragen bij de kennismaking of intake (19%). In de NHG-richtlijn Problematisch alcoholgebruik [6] en de NHG-Praktijkhandleiding leefstijl [11] wordt geadviseerd om bij elke patiënt met ‘niet-direct-te-verklaren-klachten’ standaard te vragen naar de frequentie en hoeveelheid alcoholgebruik.

Door het vragen naar alcoholgebruik onderdeel te maken van de routine, wordt het onderwerp minder beladen. Het is wel belangrijk om niet alleen te vragen of iemand (nog) alcohol drinkt, maar ook om door te vragen waarom en in welke situaties iemand alcohol drinkt. Zo kunnen eventuele vervolgstappen hierop aansluiten [6]. Lees meer over motiverende gespreksvoering.

Een neutraal gesprek over alcoholgebruik

Een gesprek beginnen over het alcohol kan lastig zijn. Uit onderzoek blijkt dat veel zorgprofessionals hierbij belemmeringen ervaren [12]. Denk bijvoorbeeld aan:

  • Twijfels over eigen kennis van de risico’s van alcohol
  • Gebrek aan tijd
  • Angst voor weerstand bij de patiënt
  • Bang om belerend of betuttelend over te komen of relatie te schaden

De meeste patiënten vinden het echter niet erg als hun huisarts of praktijkondersteuner vraagt naar het alcoholgebruik [13,14]. Het belangrijkste is dat het een neutraal gesprek is zonder oordeel. De volgende punten kunnen hier bijvoorbeeld bij helpen:

  • Vraag patiënten altijd toestemming om over hun alcoholgebruik (verder) te praten.
  • Benader het gebruik van alcohol niet meteen als iets problematisch. Wees nieuwsgierig, niet veroordelend, luister goed, vul niet in en stel open vragen.
  • Een simpele vraag, gevolgd door een kort advies is soms genoeg om iemand aan het denken te zetten en kan tot een gedragsverandering leiden. Maar bied de patiënt ook bedenktijd als dat nodig is. Maak in dat geval een vervolgafspraak.
  • Laat iemand zelf beslissen wat te doen met de informatie en het advies.
  • Als je merkt dat er weerstand is, laat het onderwerp dan rusten en vraag of je er op een ander moment op terug mag komen.
  • Zorg dat je informatiemateriaal bij de hand te hebt en om na het gesprek aan de patiënt mee te geven als die daarvoor openstaat. Zorg ook dat je de verwijsmogelijkheden kent voor als er behoefte is aan begeleiding.

Lees meer over het vervolg van het gesprek in het item over motiverende gespreksvoering.

Screening en korte interventie

Screening and brief intervention (SBI) is een bewezen methode om risicovol of schadelijk middelengebruik op te sporen, mensen aan het denken te zetten over hun gebruik en te motiveren om hun gedrag te veranderen [15]. De Wereldgezondheidsorganisatie heeft deze methode benoemd tot één van de meest snelle en effectieve manieren om chronische aandoeningen terug te drinken [16]

SBI bestaat uit twee delen:

  1. Screening: een kort onderzoek om het risiconiveau van het middelengebruik in te schatten.
  2. Brief intervention: kortdurende interventies om mensen te motiveren om hun gedrag te veranderen.

Bij SBI wordt gebruik gemaakt van motiverende gespreksvoering [17]. Lees hier meer motiverende gespreksvoering.

Screeningsinstrumenten

Er zijn verschillende gevalideerde screeningsinstrumenten die kunnen helpen om het alcoholgebruik in kaart te brengen en het risico van het gebruik in te schatten. De multidisciplinaire richtlijn Stoornissen in het gebruik van alcohol beveelt voor screening op riskant of schadelijk alcoholgebruik bij volwassenen de AUDIT-C of SASQ aan, onder andere op basis van een grote systematische review [18,19]. Hierbij adviseren ze om de volgende afkappunten aan te houden voor volwassenen:

  • AUDIT-C: score ≥ 3 (vrouw) / ≥ 4 (man)
  • Single-item SASQ: score ≥ 1

Boven deze scores kan er sprake zijn van riskant of schadelijk alcoholgebruik of een alcoholstoornis. De richtlijn adviseert om bij personen met een positieve screen aansluitend de volledige AUDIT af te nemen of een diagnostische evaluatie uit te voeren [18].

Lees meer over de screeningsinstrumenten in het item over tools.