Europees Drugsrapport 2026: Snelle veranderingen op drugsmarkt vergroten gezondheidsrisico’s in Europa
Het Drugsagentschap van de Europese Unie (EUDA) waarschuwt dat de Europese drugsmarkt complexer en onvoorspelbaarder wordt. De beschikbaarheid van drugs blijft hoog, terwijl het aanbod diverser en potentieel gevaarlijker wordt. Nieuwe psychoactieve stoffen, sterkere en nieuwe cannabisproducten en een groeiende beschikbaarheid van cocaïne en synthetische drugs vergroten de gezondheidsrisico’s voor gebruikers.
In een groeiend aantal Europese landen wordt zowel het gebruik van crack-cocaïne als het illegale gebruik van het narcosemiddel ketamine gesignaleerd. Deze ontwikkelingen gaan gepaard met toenemend polydrugsgebruik, waarbij verschillende middelen worden gecombineerd. Dat vergroot de risico’s op acute intoxicaties en sterfte verder.
Naast gezondheidsproblemen wijst het EUDA ook op de gevolgen van de veranderende drugsmarkten voor de veiligheid van Europa. Vooral het toenemende drugsgerelateerde geweld en intimidatie baart zorgen, evenals de groeiende signalen dat (veelal kwetsbare) jongeren door criminelen worden geronseld voor drugshandel en geweld. Tot slot constateert het EUDA dat criminele netwerken steeds innovatiever en wendbaarder opereren. Zij blijven hun productieprocessen, distributie en handelsmethoden voortdurend aanpassen om opsporing te bemoeilijken en te ontwijken.
Nederland in a nutshell
Veel ontwikkelingen uit het Europees Drugsrapport zien we terug in Nederland. Volgens de laatste gegevens van onze marktmonitors bereikte de zuiverheid van cocaïne in 2025 een recordhoogte, nam het aandeel ecstasypillen met een hoog MDMA-gehalte verder toe en groeide het aanbod van nieuwe, zeer potente cannabisproducten.
Ook zijn uiteenlopende nieuwe psychoactieve stoffen (ook wel ‘designerdrugs’) op de markt gesignaleerd. Het gebruik daarvan ligt doorgaans laag, maar de gevolgen kunnen ernstig zijn. In het afgelopen decennium is het gebruik van stimulerende middelen (met name ecstasy, cocaïne en 3-MMC) en ketamine gestegen, terwijl onder mensen met problematisch harddrugsgebruik het gebruik van crack steeds meer terrein wint.
Nederland wordt veelvuldig genoemd als spil in de internationale drugshandel: zowel als productie- en verwerkingslandland voor synthetische drugs, heroïne, cocaïne en (‘designer’) precursoren, als vanwege de logistieke positie met grote havens zoals Rotterdam. Wel signaleert het EUDA dat de rol van grote havens verandert. Criminele netwerken maken steeds vaker gebruik van kleinere zendingen en alternatieve routes, kleinere havens, drones en transporten via zee.
Gebruik van stimulerende middelen in Nederland ruim boven Europees gemiddelde
Ondanks alle vernieuwingen op de drugsmarkten blijven de ’traditionele’ drugs het meest gebruikt in Nederland – met uitzondering van 3-MMC. Cannabis staat in alle landen op nummer één. In de EU hebben bijna 25 miljoen mensen van 15-64 jaar dit middel in het afgelopen jaar gebruikt. In Nederland ligt het gebruik in het afgelopen jaar met 8,9% rond het Europese gemiddelde; Spanje (12,6%) en Frankrijk (10,8%) gaan aan kop.
Voor ecstasy blijft Nederland onbetwist ‘koploper’. Het percentage 15-64-jarigen dat in het afgelopen jaar ecstasy heeft gebruikt ligt vier tot vijf keer hoger dan het Europees gemiddelde (5,2% tegenover 1,1%). Gebruik komt vooral voor onder jongvolwassenen: één op de tien 15-34-jarigen heeft in het afgelopen jaar ecstasy gebruikt (10,2%, vergeleken met 2,4% in de EU).
Voor cocaïne staat Nederland samen met Noorwegen op een gedeelde eerste plaats (2,94% onder 15-64-jarigen), gevolgd door Frankrijk (2,7%). Het Europese gemiddelde ligt met 1,5% ongeveer twee keer lager. Voor amfetamine neemt Nederland met 1,6% de vierde plaats in, maar ligt het gebruik eveneens boven het Europees gemiddelde (0,7%).
Hieronder volgt een analyse van Margriet van Laar, hoofd Drugsmonitoring en Beleid, van de belangrijkste uitkomsten van het Europese Drugsrapport in relatie tot Nederland.
Lees het Europese Drugsrapport hier. Het Trimbos-instituut fungeert als Focal Point en vormt namens Nederland, samen met het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC), de kennishub voor het EUDA. Dit gebeurt in opdracht van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en het Ministerie van Justitie en Veiligheid.

Cannabis: grotere diversiteit en sterke cannabisproducten op de markt
Volgens het EUDA komt steeds meer cannabis in Europa uit landen waar teelt (deels) is gelegaliseerd, zoals Canada en de Verenigde Staten, en in mindere mate Thailand. Door overproductie, lage prijzen en stevige concurrentie is er in Europa nu een groot aanbod van relatief goedkope en vaak sterke wiet. Nederlandse handelaren spelen volgens de politie een rol in deze handel, die steeds winstgevender wordt en zelfs kan concurreren met de cocaïnemarkt.
In 2025 waarschuwde het EUDA voor Canadese wiet die in de havens van Rotterdam en Antwerpen in beslag werd genomen en waarop (schadelijke) pesticiden zijn aangetroffen. Onbekend is in hoeverre deze producten ook de coffeeshops hebben bereikt. Onderzoek voorafgaand aan de start van de experimenteerfase van het Experiment Gesloten Coffeeshopketen (EGC) liet wel zien dat in een derde van de hasj– en wietmonsters uit coffeeshops gewasbeschermingsmiddelen zijn gevonden die binnen het EGC niet zijn toegestaan. De teelt voor coffeeshops die deelnemen aan het wietexperiment is aan strikte regels gebonden.
Volgens het EUDA blijft de sterkte van hasj toenemen. In 2024 lag het gemiddelde THC-gehalte (de stof die het ‘high’-effect veroorzaakt) in Europa rond de 25%, het hoogste niveau ooit. In Nederlandse coffeeshops is dit vergelijkbaar (ongeveer 23%). Wiet is gemiddeld minder sterk dan hasj: in Europa rond de 12%, en in Nederland ongeveer 16% voor de meest verkochte soort nederwiet.
Het EUDA signaleert dat de cannabismarkt in Europa diverser wordt, met een groeiend aanbod van zeer sterke producten en nieuwe gebruikswijzen. Ook in Nederland worden al jaren incidenteel ‘uitschieters’ gerapporteerd van hasj en wiet met een hoog THC-gehalte, maar er zijn aanwijzingen dat het aanbod hiervan is toegenomen. Daarnaast neemt de variatie in cannabisproducten toe. Zo staan er op sommige menukaarten – ook van coffeeshops in EGC-gemeenten – inmiddels producten met een THC-gehalte van meer dan 50%.
Naast traditionele producten zoals wiet en hasj, die vaak in combinatie met tabak worden gerookt, is er tegenwoordig een breed scala aan nieuwe producten beschikbaar. Hieronder vallen onder andere cannabisoliën, edibles (zoals snoep, spacecake en chocolade), vapeproducten en sterk geconcentreerde extracten. Deze producten verschillen niet alleen aanzienlijk in THC-gehalte, maar ook in werkingsduur en wijze van gebruik. Dit maakt het voor gebruikers lastiger om de dosering en effecten goed in te schatten.
Een aanvullende zorg is dat deze nieuwe producten niet uitsluitend THC bevatten, maar soms ook semi‑synthetische cannabinoïden (zoals HHC) of volledig synthetische cannabinoïden. Deze stoffen bootsen de werking van THC na, maar kunnen aanzienlijk krachtiger en minder voorspelbaar zijn. Ze worden bovendien in verband gebracht met een verhoogd risico op acute gezondheidsincidenten. Daarbij komt dat de samenstelling van deze producten vaak onduidelijk is, zeker wanneer ze via informele of online kanalen worden verkocht.
Er is momenteel beperkt zicht op de omvang van het gebruik en de gezondheidsgevolgen van deze verschillende cannabisproducten. Het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum (NVIC) rapporteerde in 2024 een toename van het aantal meldingen van vergiftigen door edibles, zoals snoepgoed en andere voedingsmiddelen waarin cannabis is verwerkt. Ook was er een klein aantal meldingen van “THC-vapes”, waarvan de inhoud vaak onbekend bleek. In 2025 was er ook een toename van meldingen van vergiftigingen door semi-synthetische cannabinoïden (42 meldingen), met name na het gebruik van edibles die HHC bevatten. Deze stof is per januari 2026 in Nederland verboden.
Tegen deze achtergrond experimenteren verschillende Europese landen met nieuwe vormen van cannabisregulering. Zo is thuisteelt in landen als Tsjechië, Duitsland, Luxemburg en Malta in beperkte mate toegestaan. Duitsland en Malta kennen daarnaast vormen van niet‑commerciële distributie via zogenoemde cannabisclubs. Om de effecten van dergelijke beleidsmaatregelen beter te kunnen evalueren, ontwikkelen het Trimbos-instituut en RAND Europe in opdracht van het EUDA een Europese toolkit (CannaPol). Deze toolkit moet landen ondersteunen bij het monitoren en beoordelen van hun cannabisbeleid.
Nieuwe Psychoactieve Stoffen: recordhoeveelheid cathinonen
Het EUDA signaleert een sterke toename van nieuwe psychoactieve stoffen (NPS) in Europa, zowel in aantal als in hoeveelheid. Deze stoffen worden vaak ontwikkeld om bestaande verboden en internationale controles te omzeilen. Zodra een middel op de lijst van verboden stoffen wordt geplaatst, verschijnen er al snel chemisch aangepaste varianten die nog niet onder de regelgeving vallen.
Via het Europese waarschuwingssysteem wordt vrijwel wekelijks een nieuwe stof gemeld. Inmiddels monitort het EUDA meer dan 1.000 verschillende stoffen, waarvan er in 2024 ongeveer 400 daadwerkelijk op de markt zijn aangetroffen. Tegelijkertijd nemen de hoeveelheden sterk toe: van circa 41 ton in 2023 naar ongeveer 55 ton in 2024. Dit markeert het vijfde recordjaar op rij. Deze groei wordt vooral gedreven door synthetische cathinonen (zoals 3-MMC), die in steeds meer landen worden gebruikt als goedkoper alternatief voor ‘klassieke’ stimulerende drugs, zoals cocaïne of amfetamine.
Veel van deze cathinonen worden geproduceerd in India en komen Europa binnen via onder andere Nederland. Tegelijk neemt de productie binnen Europa toe. Vooral in Polen worden regelmatig productielocaties ontmanteld, maar ook in Nederland zijn de afgelopen jaren steeds vaker productielocaties ontdekt waar onder andere varianten van 3‑MMC worden geproduceerd. Ook trof de politie in 2025 meerdere labs voor “flakka” (alfa‑PVP) aan, met name in Zeeland‑West‑Brabant, waar deels voor de lokale markt werd geproduceerd1.
Naast cathinonen worden ook andere groepen NPS aangetroffen. Hoewel deze vaak in kleinere hoeveelheden voorkomen, kunnen zij door hun hoge potentie aanzienlijke risico’s met zich meebrengen. Dit geldt bijvoorbeeld voor nieuwe synthetische opioïden, zoals nitazenen. Daarnaast signaleert het EUDA een sterke toename van niet‑geregistreerde benzodiazepinen, die inmiddels in meer dan twee derde van de EU‑lidstaten worden aangetroffen.
Ook in Nederland is deze ontwikkeling zichtbaar. Het Meldpunt Nieuwe Drugs rapporteerde in 2024 in totaal 90 verschillende NPS, waarvan er 12 voor het eerst werden gesignaleerd. Niet al deze stoffen bereiken de gebruikersmarkt. Uit gegevens van het Drugs Informatie en Monitoring Systeem (DIMS) blijkt dat in 2025 ongeveer 2.500 van de ruim 17.500 onderzochte drugssamples werden verkocht als NPS. Het merendeel werd aangeboden als 3‑MMC (ook bekend als ‘3M’, ‘poes’ of ‘miauw’), een van de weinige NPS met een relatief grote gebruikersgroep en inmiddels vaker gebruikt dan amfetamine. Sinds het verbod op 3‑MMC in 2021 blijkt echter dat deze producten steeds vaker andere stoffen bevatten, zoals 2‑MMC of N‑ethylpentedron (NEP), die mogelijk sterker en risicovoller zijn. Daardoor is het risico groot dat gebruikers onbedoeld andere, sterkere stoffen binnenkrijgen.
Cijfers van het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum (NVIC) en de Monitor Drugsincidenten wijzen op een toename van acute gezondheidsincidenten met NPS in de afgelopen jaren. Zo rapporteerde het NVIC in 2025 326 meldingen van vergiftigingen met synthetische cathinonen (veelal aangeduid als “3-MMC”), de grootste groep, gevolgd door niet-geregistreerde benzodiazepinen (271 meldingen) en nieuwe synthetische opioïden (57 meldingen). Tegelijkertijd blijft het totale beeld van de gezondheidsschade onvolledig. Er bestaat geen meldplicht voor drugsincidenten, en betrokken stoffen worden lang niet altijd herkend, mede doordat toxicologisch onderzoek vaak ontbreekt. Ook bij overlijden vindt dergelijk onderzoek niet systematisch plaats.
Om het voortdurende ‘kat‑en‑muisspel’ tussen wetgeving en nieuwe varianten van NPS te doorbreken, is in Nederland op 1 juli 2025 het stofgroepenverbod ingevoerd. Hierbij zijn in één keer drie stofgroepen (waaronder ook cathinonen) verboden en opgenomen op lijst IA van de Opiumwet. De effecten van deze maatregel zijn nog niet bekend. De groep van niet‑geregistreerde benzodiazepinen valt buiten dit verbod, aangezien deze onder lijst II vallen, hoewel in de afgelopen jaren wel individuele middelen aan deze lijst zijn toegevoegd.
Cocaïne in overvloed: sterkere drugs, stabiele prijzen en groeiende zorgen
Het EUDA signaleert dat de beschikbaarheid van cocaïne in Europa is toegenomen. De productie, met name in Zuid-Amerika, heeft recordniveaus bereikt. Tegelijkertijd zijn smokkelroutes diverser en flexibeler geworden – van transport via zeecontainers tot kleinere havens, drones en boten – waardoor opsporing door politie en douane moeilijker is geworden.
Tegelijk stijgt de zuiverheid van cocaïne tot historisch hoge niveaus, terwijl de prijs opvallend stabiel blijft en is sommige landen zelfs is gedaald. Dit zijn duidelijke indicatoren voor een ruime beschikbaarheid. Ook in Nederland is de cocaïne sterker dan ooit. In 2025 bereikte het gehalte cocaïne in door het DIMS geanalyseerde monsters een recordhoogte van gemiddeld 76%. Tegelijkertijd worden steeds minder versnijdingsmiddelen aangetroffen. De prijs op consumentenniveau schommelt al jaren rond de 50 euro per gram.
Het cocaïnegebruik is in veel Europese landen toegenomen. Naar schatting hebben circa 2,5 miljoen jongeren (15–34 jaar) in het afgelopen jaar cocaïne gebruikt, waarbij Nederland en Noorwegen tot de landen met de hoogste gebruikscijfers behoren. Ook indirecte indicatoren wijzen op een stijging. Rioolwateranalyses laten zien dat het gebruik tussen 2024 en 2025 in meer dan de helft van de onderzochte Europese steden is gestegen, met de hoogste niveaus in steden in België, Nederland en Spanje. In steden als Amsterdam, Utrecht en Eindhoven wijzen rioolwateranalyses op een gestage toename in de afgelopen tien jaar, al bleef het gebruik in 2025 ongeveer gelijk aan dat van 2024.
Volgens het EUDA heeft het cocaïnegebruik zich bovendien verbreed over verschillende bevolkingsgroepen: van sociaal geïntegreerde gebruikers tot hoogrisicogroepen van gemarginaliseerde mensen met complexe gezondheidsproblemen. In Nederland resulteert dit in een breed palet aan gebruikers, variërend van hoogopgeleide stedelingen en uitgaanspubliek tot werknemers in sectoren als horeca, ICT en zorg, en kwetsbare groepen zoals dak- en thuislozen en arbeidsmigranten. Met name het zogenoemde functionele gebruik — bijvoorbeeld om prestaties te ondersteunen in veeleisend werk — blijft onderbelicht in onderzoek.
Een opvallende ontwikkeling is de hernieuwde opkomst van crack, de rookbare en meer verslavende vorm van cocaïne. In Europa neemt zowel het aantal gebruikers als het aantal kwetsbare groepen toe, wat zichtbaar is in druggebruiksruimten en verslavingszorg. Het aantal cliënten in de verslavingszorg met een crackprobleem is het hoogst in Spanje, Italië, Frankrijk, België en Ierland. Ook in Nederland groeit het gebruik, en speelt crack inmiddels een grotere rol dan heroïne onder mensen met problematisch harddrugsgebruik. Tegelijk blijft een aanzienlijk deel van deze groep buiten beeld van de zorg.
De toename in het cocaïnegebruik gaat volgens het EUDA gepaard met meer gezondheidsproblemen, waaronder acute intoxicaties, vaak in combinatie met alcohol. Deze combinatie is extra schadelijk is voor hart en bloedvaten en wordt ook regelmatig teruggezien in de Monitor Drugsincidenten. Bovendien speelt cocaïne in steeds meer landen een rol bij sterfgevallen door drugs. Veelal zijn er dan ook andere middelen in het spel zoals alcohol en opioïden. In Nederland is cocaïnegebruik, voor zover geregistreerd, in 16% van alle geregistreerde drugssterfgevallen de onderliggende doodsoorzaak (61 van 378, overwegend ‘overdosering’).
Het EUDA benadrukt dat de verbreding van doelgroepen voor problematisch cocaïnegebruik het moeilijker maakt om gericht beleid te voeren en de druk op zowel zorg als handhaving vergroot. Voor crack zijn bovendien weinig effectieve behandelingen beschikbaar, en voorzieningen voor harm reduction (zoals gebruiksruimten) zijn nog onvoldoende toegerust op de crackproblematiek. Dit beeld komt ook naar voren uit het Nederlandse OPAAK-onderzoek.
Meer en andere opioïden: toenemende risico’s
Het EUDA schat dat in 2024 circa 7.600 mensen zijn overleden als direct gevolg van drugsgebruik, meestal door een overdosis. Dit betekent een stijging van 6,5% ten opzichte van 2022, met de grootste toename in onder meer Duitsland, Nederland en Bulgarije.
Opioïden spelen bij het merendeel van deze sterfgevallen een centrale rol, vaak in combinatie met andere middelen. In veel landen gaat het daarbij niet langer primair om heroïne, maar steeds vaker om andere opioïden, zoals methadon, buprenorfine, krachtige synthetische opioïden en opioïdenhoudende medicatie.
Ook in Nederland lijkt heroïne nog slechts een beperkte rol te spelen bij drugsgerelateerde sterfte. De toename in het afgelopen decennium hangt vermoedelijk vaker samen met het gebruik van opioïde pijnstillers, zoals oxycodon. Opvallend is dat een aanzienlijk deel van de sterfgevallen (ongeveer 30%) het gevolg is van zelfdoding en niet van een onbedoelde overdosis. Dit wijst mogelijk op een andere gebruikersgroep dan de traditionele groep mensen met problematisch harddrugsgebruik.
Daarnaast zijn in Nederland nieuwe, niet-geregistreerde synthetische opioïden op de markt verschenen, zoals O-desmethyltramadol (O-DSMT), methiodon en zeer sterk werkzame nitazenen. Deze laatste stoffen zijn in 2025 onder meer aangetroffen in vervalste medicatie, zoals nep-oxycodon. Volgens het EUDA verschijnen inmiddels ook nieuwe varianten – de zogenoemde orfines – op de markt. Deze stoffen zijn in de afgelopen jaren al in verband gebracht met meerdere sterfgevallen. Mogelijk houdt deze ontwikkeling verband met het verbod op nitazenen in China in juli 2025.
Hoewel er in Nederland nog steeds een markt voor heroïne bestaat, is het aantal gebruikers in het afgelopen decennium licht gedaald. In 2023 ging het naar schatting om 13.300 mensen die voornamelijk heroïne gebruikten. Deze groep lijkt bovendien minder vaak in behandeling bij de verslavingszorg. Volgens het LADIS werden in 2025 ruim 6.900 opiaatcliënten geregistreerd. Met een gemiddelde leeftijd van 51 jaar vormen zij de oudste groep drugscliënten, terwijl de instroom van nieuwe cliënten beperkt is. Tegelijkertijd is er een verschuiving zichtbaar in het middelengebruik: heroïnegebruik neemt af, terwijl – zij het nog in relatief kleine aantallen – het gebruik van opioïde pijnstillers (zoals oxycodon en fentanyl) en nieuwe synthetische opioïden toeneemt.
Het EUDA concludeert dat de klassieke focus op mensen die heroïne gebruiken niet meer volstaat. Nieuwe groepen gebruikers – waaronder mensen die opioïde pijnstillers gebruiken – vragen om andere vormen van preventie, vroegsignalering en behandeling. Daarbij is meer aandacht nodig voor mentale gezondheid, gezien het relatief hoge aandeel zelfdodingen. Ook wijst het EUDA op het belang van interventies zoals naloxonprogramma’s (tegen opioïdenoverdoses), gebruiksruimten en goede toegang tot verslavingszorg. De opkomst van sterkere synthetische opioïden vraagt om opschaling en aanpassing van deze voorzieningen, omdat overdoserisico’s hoger en minder voorspelbaar worden. Ook in Nederland is hiervoor aandacht.
Toename van de beschikbaarheid van ketamine
De illegale markt voor ketamine – een narcosemiddel en pijnstiller – is de afgelopen jaren sterk gegroeid en professionaliseert in hoog tempo. Het EUDA wijst Nederland expliciet aan als een belangrijk Europees distributieknooppunt. Grote partijen ketamine, vaak afkomstig uit India en via Duitsland ingevoerd, komen hier samen en worden vervolgens door criminele netwerken verder verspreid binnen Europa en daarbuiten.
De schaal van de marktgroei blijkt uit de inbeslagnames: in 2024 werd in Europa ruim 3,5 ton ketamine onderschept (tegen 2,7 ton in 2023), waarvan het merendeel (circa 63% in de periode 2022–2024) in Nederland. Dit bevestigt de centrale rol van Nederland in de logistiek en doorvoer. Ondanks dat ketamine legaal wordt geproduceerd als (dier)geneesmiddel en niet onder de internationale drugswetgeving valt, komt de handel in toenemende mate in handen van georganiseerde criminaliteit, die gebruikmaakt van zwakke plekken in de regulering en legale handelsketen.
Tegelijkertijd neemt ook het gebruik toe. Rioolwateronderzoek in 2025 in 25 Europese landen laat zien dat in twee derde van de onderzochte steden het gebruik van ketamine is gestegen. Deze gegevens worden uitgedrukt in ‘loads’: milligram drugs per 1.000 inwoners per dag. Binnen Nederland behoren Amsterdam en Eindhoven tot de steden met de hoogste gemeten waarden; in beide steden was van 2024 naar 2025 sprake van een verdere toename, met name in Eindhoven. Utrecht blijft daaronder, maar laat eveneens een lichte stijging zien.
Deze ontwikkeling vertaalt zich ook in toenemende gezondheidsproblemen. Zowel het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum (NVIC) als de Monitor Drugsincidenten (MDI) signaleren een groeiend aantal ketaminegerelateerde incidenten. Kenmerkend is dat ketamine vaak wordt gebruikt in combinatie met andere middelen, wat de ernst van de klachten vergroot en de risico’s op complicaties verhoogt.
Hoewel ketaminegebruik relatief beperkt zichtbaar is in de verslavingszorg, neemt de zorgvraag toe. Het aantal mensen dat hulp zocht voor ketamineproblematiek in Europa is in vijf jaar tijd meer dan verviervoudigd (van 413 in 2019 naar 1.796 in 2023). Deze cliënten komen vooral uit landen als België, Duitsland, Italië, Nederland, Frankrijk en Spanje, wat erop wijst dat problematisch gebruik zich met name in deze landen concentreert.
Daarnaast is er een kleine maar zorgwekkende groep intensieve gebruikers die langdurig en frequent ketamine consumeert. Bij deze groep kan ernstige en soms blijvende gezondheidsschade optreden, met name aan de urinewegen en lever. In Nederland heeft dit inmiddels geleid tot de oprichting van een gespecialiseerde polikliniek voor behandeling van deze problematiek.
Het EUDA wijst op de complexiteit van de regulering van ketamine door de combinatie van een legale geneesmiddelstatus, beperkte transparantie in de handelsketen en een snel aanpassende, grensoverschrijdende markt. Daarnaast vormt de versnipperde regulering binnen Europa een belangrijk knelpunt. Lidstaten hanteren uiteenlopende juridische kaders, variërend van opname in de drugswetgeving tot regulering via geneesmiddelen- of NPS-wetgeving. Deze variatie leidt tot verschillen in handhaving, strafmaat en bevoegdheden, en bemoeilijkt grensoverschrijdende samenwerking en strafrechtelijke vervolging.
Tegen deze achtergrond heeft het Coördinatiepunt Assessment en Monitoring Nieuwe Drugs (CAM) in opdracht van het ministerie van VWS een risicobeoordeling uitgevoerd.
Over het Drugsagentschap van de Europese Unie (EUDA)
Het Drugsagentschap van de Europese Unie (EUDA) verzamelt en rapporteert gegevens over de drugsproblematiek en ondersteunt lidstaten actief bij het voorkomen en aanpakken van drugsproblemen. Dat geldt zowel voor risico’s voor de volksgezondheid (zoals verslaving en vergiftigingen) als voor drugscriminaliteit (zoals productie en handel). Naast het in kaart brengen van de huidige situatie, wil het EUDA de landen helpen om beter voorbereid te zijn op de grote dynamiek op de drugsmarkten en de risico’s die hiermee samenhangen.
Om sneller zicht te krijgen op ontwikkelingen gebruikt het EUDA nieuwe informatiebronnen, zoals rioolwateranalyses, analyses van drugsresiduen in spuiten, online monitoring van de drugshandel, websurveys en gegevens van ziekenhuizen over drugsintoxicaties, van drugsgebruiksruimten en via lokale netwerken. Er is ook een netwerk van laboratoria opgezet voor onderzoek naar drugs en vergiftigingen. Voor Nederland doen het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) en het Douanelaboratorium mee.
Daarnaast helpen de EU-landen en hun Focal Points mee aan het nieuwe European Drug Alert System (EDAS), dat landen moet helpen om ernstige en acute risico’s rond drugs snel te signaleren, te beoordelen en informatie daarover uit te wisselen, zodat tijdig kan worden ingegrepen. Het richt zich daarbij niet alleen op gezondheidsrisico’s, maar ook op sociale en veiligheidsrisico’s, en versterkt de samenwerking tussen landen bij de aanpak van dergelijke dreigingen. Zo wil Europa sneller en effectiever kunnen reageren op nieuwe risico’s rond drugs.