Meetinstrumenten voor de ouderenpsychiatrie

Meetinstrumenten zijn waardevol voor screening, diagnose en het bepalen van de ernst van een stoornis. Ze bestaan uit vragenlijsten en zijn bruikbaar voor de klinische praktijk en wetenschappelijk onderzoek.

Voordelen van meetinstrumenten

  • Door middel van meetinstrumenten kunnen symptomen en/of gedrag worden vastgelegd, op min of meer objectieve manier;
  • Het gebruik van meetinstrumenten maakt het mogelijk te komen tot standaardisering van richtlijnen in een behandelproces, zodat de effectiviteit wordt vergroot;
  • Meetinstrumenten hebben een educatieve waarde.

Alle meetinstrumenten

De Apathie Evaluatie Schaal (AES) bevat 18 items en de totaal score varieert van 18 tot 72, waarbij een hogere score meer apathie aanduidt. Er is ook een verkorte versie (pdf) beschikbaar.

Apathie wordt gedefinieerd als afwezigheid van of gebrek aan motivatie, wat zich uit in gebrek aan interesse en doelgericht handelen, verlies van initiatief, onverschilligheid en weinig emotionele reacties op positieve en negatieve gebeurtenissen.  Om apathie te meten is de Apathie Evaluatie Schaal (AES) ontwikkeld door Marin e.a. (1991). Deze schaal bevat 18 items en de totaal score varieert van 18 tot 72, waarbij een hogere score meer apathie aanduidt. Een AES score hoger dan 38 wordt gebruikt als cut-off waarde voor een apathiesyndroom. 

Download de Nederlandse vertaling van de AES (Lampe & Heeren, 2000)

De 'Alcohol Use Disorders Identification Test' identificeert mensen met gevaarlijke en schadelijke patronen van alcoholconsumptie. Een totaalscore van 8 of meer is een indicatie voor verder diagnostisch onderzoek. Meer informatie vindt u in de handleiding. Ook de test zelf kunt u downloaden.

De Camberwell Assessment of Need for the Elderly is een uitgebreid persoonsgericht behoeftebeoordelingsinstrument, dat speciaal voor ouderen is ontwikkeld. Het is toepasbaar in een scala van klinische en onderzoekssettingen. Hulpverleners die de CANE gebruiken, moeten hierin getraind zijn en ervaring hebben met het werken met ouderen. Daartoe is door de Engelse auteurs een handleiding samengesteld.

De uit het Engels vertaalde originele uitgebreide handleiding kan tegen betaling (€ 42,50) bij Hein van Hout worden besteld (tel. 020-4448199 of hpj.vanhout@vumc.nl).  

De Center for Epidemiologic Studies Depression scale (CES-D) is een instrument waarmee de omvang van depressieve symptomen goed kan worden vastgesteld. Het is een zelfbeoordelingsvragenlijst met 20 items. De totaalscores variëren tussen 0 en 60, waarbij een hogere score meer depressieve symptomen betekent. Een CES-D score ≥ 16 wordt gebruikt om een klinisch relevante depressie vast te stellen. De vragenlijst en uitgebreide handleiding kunt u downloaden. 

Bron: Noordelijk Centrum voor Gezondheidsvraagstukken, Rijksuniversiteit Groningen

Het Composite International Diagnostic Interview is een gestructureerd interview die veel wordt gebruikt in wetenschappelijk onderzoek om een psychiatrische diagnose volgens de DSM-IV en ICD-10 vast te kunnen stellen.
U kunt de tekst downloaden.

Cohen-Mansfield Agitation Inventory (CMAI) lange vorm (1986). Vertaling door J. de Jonghe.

De Cornell Scale for Depression in Dementia (CSDD) is een beoordelingsschaal voor depressie bij een matige tot ernstige dementie. De schalen worden gescoord door een hulpverlener met informatie die verkregen is door een interview met de patiënt en een observant (verpleegkundige of partner/familielid). Een cut-off waarde van >8 duidt op lichte depressiviteit en >12 op matige/ernstige depressiviteit.

Dit is een verpleegkundige beoordelingsschaal om de ernst van een delier in kaart te brengen. De schaal levert niet een diagnose op, maar is bedoeld om dagelijks de ernst te bepalen. Zo kan het beloop of het effect van een interventie in kaart gebracht worden.

Literatuur referentie:

De Jonghe, J.F.M. ea. (2005). Delirium-O-Meter: a nurses' rating scale for monitoring delirium severity in geriatric patients. International Journal of Geriatric Psychiatry, 20, 1158-1166.

De Delirium Rating Scale-R-98 wordt gebruikt voor een 1e onderzoek en herhaalde metingen van de ernst van delirante symptomen.
De tekst (Herziene versie van de DRS van Trzepacz et al, 1988) is beschikbaar als download.

Een screeningsschaal in te vullen door verpleegkundigen.

De Dementia Quality of life Instrument (DQI) meet de kwaliteit vna leven van mensen met dementie over 6 domeinen.

Hier vindt u kort samengevat wat de DQI meet, het instrument zelf, algemene instructies voor de afname van het instrument en de achterliggende studie naar het instrument. 

De vragenlijst "Ervaren Druk door Informele Zorg" (EDIZ) is een 9 items vragenlijst voor het meten van subjectieve belasting bij mantelzorgers.

Meer informatie en de vragenlijst als download beschikbaar.

De Fear Survey Schedule-III meet angststimuli die onderverdeeld kunnen worden in vijf subschalen: sociale fobie; agorafobie; vrees voor ziekte, dood en lichamelijk letsel; angstige voorstelling mbt geweld en seks; en vrees voor levende organismen (Arrindell, 1980).

De tekst is als download beschikbaar.

De Geriatric Depression Scale (GDS) is een screeningsschaal voor depressie specifiek ontwikkeld voor ouderen. Deze vragenlijst wordt door ouderen zelf ingevuld. Er zijn verschillende versies beschikbaar: 

GDS-30 items: een score van hoger dan 10 wordt aangehouden om depressieve klachten te detecteren. Yesavage et al (1983) komt tot de volgende driedeling:  

  • 0-10=niet depressief 
  • 11-20= mild depressief 
  • 21-30=ernstig depressief

GDS-15 items: een totaalscore van 6 of meer duidt op een mogelijke depressie.

GDS-8 is speciaal ontwikkeld voor het screenen van depressie in het verzorgings- en verpleeghuis. Eerste onderzoeksresultaten wijzen er op dat een score van 3 en hoger gebruikt kan worden om depressie te signaleren.

GDS-4: tevens bestaat er een zeer verkorte versie met 4 items, waarbij een cut-off waarde van 1 wordt gehanteerd. De betrouwbaarheid en validiteit van deze versie is echter dicutabel en er zijn verschillende versies in omloop.

De Gerontologische Persoonlijkheidsstoornissen Schaal (GPS) is een instrument dat kan worden gebruikt voor het diagnosticeren van persoonlijkheidstoornissen bij ouderen. De schaal bevat 16 items waarop ja/nee beantwoord kan worden en richt zich op habitueel gedrag (HAB) en biografische gegevens (BIO). 

Literatuur referentie:
S. P. J. van Alphen, e.a. (2006) A preliminary study of the diagnostic accuracy of the Gerontological Personality disorders Scale (GPS), INTERNATIONAL JOURNAL OF GERIATRIC PSYCHIATRY, 21: 862-868.

De Hamilton Rating Scale for Depression meet de ernst van depressie met 17 items.

Totaalscores (range 0-52) kunnen als volgt geïnterpreteerd worden:

0-7= normaal/niet depressief;
8-13= mogelijk/licht depressief;
14-18= matig depressief;
19-27= ernstig depressief;
>27= zeer ernstig depressief.

De HAP is een korte vragenlijst voor informanten waarmee in een vroeg stadium van het diagnostisch proces onderzoek kan worden gedaan naar persoonlijkheidskenmerken en persoonlijkheidsstoornissen.

Meer informatie vindt u in de folder of op de H.A.P. website.

Wat is de HoNOS?
HoNOS staat voor Health of the Nation Outcome Scales en is een meetinstrument, ontwikkeld in opdracht van het Engelse Ministerie van Volksgezondheid door Wing et al. (1998). De uitkomst op de HoNOS geeft weer hoe het geestelijk en sociaal functioneren van een cliënt op een bepaald ogenblik is. De HoNOS kan op meerdere momenten (voor, tijdens, na) een behandeling ingevuld worden, zodat verandering in klachten in kaart gebracht worden. Het doel van de HoNOS is dan ook het evalueren van de behandeling of begeleiding.  De HoNOS is de meest gebruikte uitkomstmaat in Engeland.
In Nederland is de HoNOS vertaald en gevalideerd. De psychometrische eigenschappen zijn goed. Voordelen van de HoNOS zijn: 

  • Korte afnameduur, circa tussen de 10-20 minuten
  • Niet afhankelijk van ziektebeeld
  • Niet afhankelijk van de gesproken taal

Er zijn verschillende versies verschenen, bijvoorbeeld voor Jeugd en voor 65+. 

HoNOS 65+
De algemene versie van de HoNOS is in Engeland getest onder ouderen. Daar bleek dat de schalen op zich goed waren, maar dat er meer rekening gehouden moest worden met specifieke problemen die met name onder ouderen voorkomen. Te denken valt aan de aanwezigheid van lichamelijke klachten en cognitieve achteruitgang. Enkele kleine aanpassingen hebben geleid tot een speciale versie voor 65+; waarbij er meer aandacht is voor de specifieke problemen die kunnen voorkomen en dankzij een handleiding is duidelijk op welke schaal deze klachten gescoord kunnen worden.
De HoNOS65+ is in Engeland gevalideerd (Burns et al., 1999) en deze bleek meer valide en betrouwbaar te zijn dan afname van de algemene HoNOS onder ouderen. Omdat de basisstructuur hetzelfde is gebleven en de vertaalde HoNOS over goede psychometrische eigenschappen beschikt (Mulder et al., 2004), wordt verondersteld dat de Nederlandse versie van de HoNOS65+ op z'n minst even valide en betrouwbaar is als de algemene HoNOS. 

Hoe zit de HoNOS65+ in elkaar?
De HoNOS 65+ bestaat uit twaalf schalen: 

  1. Gedragsstoornissen.
  2. Opzettelijke zelfverwonding.
  3. Problemen met alcohol-of drugsgebruik.
  4. Cognitieve problemen.
  5. Problemen die verband houden met lichamelijke ziekte/handicap.
  6. Problemen die gepaard gaan met hallucinaties en/of wanen.
  7. Problemen met depressieve symptomen.
  8. Andere geestelijke en gedragsproblemen.
  9. Problemen met sociale of ondersteunende relaties.
  10. Problemen met ADL-activiteiten.
  11. Algemene problemen met woonomstandigheden.
  12. Problemen met werk en vrijetijdsbesteding - kwaliteit van daginvulling.

De schalen worden gescoord van 0 (geen probleem) tot en met 4 (zeer ernstig probleem). Het gaat om problemen die zich de afgelopen 2 weken hebben voorgedaan. 

Wie kan de HoNOS 65+ afnemen?
Het is niet verplicht, maar aangeraden wordt hulpverleners eerst te trainen voordat ze de HoNOS 65+ afnemen. De interbeoordelaars betrouwbaarheid wordt daarmee verhoogd.
Wel moet er voldoende voorkennis zijn van ouderen en GGZ problematiek. Minimaal opleidingsniveau MBO+.
Hulpverleners kunnen de HoNOS65+ afnemen bij aanvang, tijdens en na een behandeling om zo het effect daarvan vast te kunnen stellen. Ook kan een hele groep geïnterviewd worden om het geestelijk en sociaal functioneren op één moment vast te stellen.
Voor de HoNOS65+ geldt, net als bij andere semi-gestructureerde vragenlijsten, dat de vraagsteller een grote invloed heeft op de uiteindelijke score. Het is aan de hulpverlener zich niet te laten sturen door eigen verwachtingen, dus het positiever scoren na een behandeling. 

Handleiding
De handleiding is als download beschikbaar. 

Meer lezen?
Burns, A., Beevor, A. S., Lelliott, P., Wing, J., Blakey, A., Orrell, M., Mulinga, J., & Hadden, S. (1999). Health of the Nation Outcome Scales for elderly people (HoNOS 65+). The British Journal of Psychiatry, 174, 424-427.

Mulder, C. L., Staring, A. B. P., Loos, J., Buwalda, V. J. A., Kuijpers, D., Sytema, S., & Wierdsma, A. I. (2004). De Health of the Nation Outcome Scales (HoNOS) als instrument voor 'routine outcome assessment'. Tijdschrift voor Psychiatrie, 46, 273-284.
Spear, J., Chawla, S., O'Reilly, M., & Rock, D. (2002). Does the HoNOS 65+ meet the criteria for a clinical outcome indicator for mental health services for older people? International

De Hospital Anxiety and Depression Scale- Anxiety subscale meet in enkele minuten angstsymptomen. Een score van 7 en hoger duidt op angstklachten die om verdere diagnostiek vragen.

De verkorte informantvragenlijst over cognitieve achteruitgang bij ouderen wordt afgenomen bij een bekende van de cliënt. Het gaat hierbij om het verschil tussen nu en tien jaar geleden.

U kunt de test online doen op dementietest.nl.
De test is ook als download beschikbaar.

De Mini-Mental State Examination (MMSE) wordt gebruikt om te screenen en de ernst van cognitieve stoornissen vast te stellen. De MMSE bestaat uit 20 items gericht op oriëntatie in tijd en plaats, eenvoudige geheugentest, concentratie, taal, rekenen, praxis en visuoconstructie. De score loopt van 0-30. Een vaak gebruikt afkappunt is >24 (wel/niet cognitieve stoornissen).

U kunt de MMSE en de instructie downloaden.

Voordelen MMSE

  • Makkelijk af te nemen
  • Kost weinig tijd
  • Internationaal erkend instrument

Nadelen MMSE

  • Screeningsinstrument: test de cognitieve functies slechts heel globaal
  • Sterk plafondeffect
  • Gevoelig voor leeftijd, opleiding
  • Afkappunt >24 discutabel
  • Vergelijkbaarheid personen met gelijke scores is beperkt, omdat de items erg verschillend zijn 
  • Meestal scheef verdeeld in steekproef
  • Test-hertesteffect (leereffect)  

Normtabel MMSE:

Gemiddelde score (SD)

 70-79, laag  26,4 (2,6) 
 70-79, midden  27,5 (2,0) 
 70-79, hoog  28,6 (1,4) 
 > 80, laag  25,4 (3,1) 
 > 80, midden  26,6 (2,4) 
 > 80, hoog  27,8 (1,8) 
 

Laag = Lager Onderwijs, Midden = LBO t/m Voorbereidend hoger onderwijs, Hoog = HBO/WO

Bron

In onderstaande artikel kunt u de MMSE vinden.

Bron: Kempen GIJM, Brilman EI & Ormel J. De Mini-Mental State Examination. Normeringsgegevens en en vergelijking van een 12- en 20- item versie in een steekproef ouderen uit de bevolking. Tijdschrift voor Gerontologie en Geriatrie, 1995, 26: 163-172. 

Met dank aan: dr. Hannie Comijs, GZ-psycholoog/onderzoeker Stichting Buitenamstel Geestgronden.

De Montgomery Asberg Depression Rating Scale (MADRS) is de meest gebruikte schaal in de ouderenpsychiatrie om de ernst en het beloop van een depressie bij iemand die niet-dementeert vast te leggen. Een score hoger dan 20 duidt op lichte depressiviteit en een score hoger dan 30 op ernstige depressiviteit.

De Montreal Cognitive Assessment (MoCA) is ontworpen als een instrument voor het snel screenen op lichte cognitieve stoornissen. Verschillende cognitieve domeinen worden beoordeeld: aandacht en concentratie, executieve functies, geheugen, taal, visuo-constructieve vaardigheden, conceptueel redeneren, rekenen en oriëntatie. Lees de instructie over de MoCA. 

De Neuropsychiatric Inventory is een vragenlijst waarmee een beeld wordt verkregen van eventueel aanwezige psychopathologische verschijnselen bij patiënten met hersenletsel. Het is gebaseerd op een interview bij een mantelzorger of hulpverlener die de patiënt goed kent. De NPI bevat 12 subschalen waarbij de frequentie en ernst van elk gedragsaspect en de bijbehorende emotionele belasting voor de verzorgende worden gescoord.

Het omvat 12 gedragsaspecten, te weten:

  • Wanen
  • Hallucinaties
  • Agitatie/agressie
  • Depressie/dysforie
  • Angst
  • Euforie/opgetogenheid
  • Apathie/onverschilligheid
  • Ontremd gedrag
  • Prikkelbaarheid/labiliteit
  • Doelloos repetitief gedrag
  • Nachtelijke onrust/slaapstoornissen
  • Eetlust/eetgedrag verandering

U kunt het bestand downloaden evenals de bewerkingen voor mannen en vrouwen.

Met dank aan J. Cummings, D. Kaufer en J. de Jonghe.

De Niet Pluis Index is een eenvoudig hulpmiddel om gedragsveranderingen bij een cliënt te herkennen. De Niet Pluis Index is ontwikkeld door GGz Groningen, afdeling preventie.

Door het gebruik van de Observatielijst Psychosociale Problematiek (OLPP) bij ouderen signaleren huisartsen en thuiszorgmedewerkers vroegtijdig of er 'iets' op cognitief of psychosociaal gebied met een oudere aan de hand is. Dat kan angst, depressie, verminderde cognitie, eenzaamheid en/of somatisatie zijn. De lijst is bruikbaar bij een regulier consult/bezoek en patiënt/cliënt-vriendelijk.

Met de Observatielijst voor vroege symptomen van Dementie (OLD) kunnen huisartsen vroege signalen van (Alzheimer) dementie signaleren. Dat is belangrijk want zo kan op tijd zorg voor de patiënt en zijn omgeving worden gestart. De OLD is te gebruiken bij een regulier consult en eenvoudig af te nemen.

De handleiding is de downloaden in het Engels of Nederlands.

Een meetinstrument voor kwaliteit van leven van mensen met dementie in verpleeg- en verzorgingshuizen.

De RUDAS (Rowland Universal Dementia Assessment Scale) is een korte cognitieve screeningtest voor dementie, geschikt voor analfabeten en/of migranten. Het is ontwikkeld in Australië, vrij van copyright en door de onderzoeksgroep van het MC Slotervaart i.s.m. Erasmus MC en Havenziekenhuis vertaald en gevalideerd.

De RUDAS is beschikbaar in een Nederlandse versie, een Arabische versie, een Turkse versie en een Hindi versie. Lees de handleiding voor de afname en bekijk de instructiefilm.

De Worry Domains Questionaire (WDQ) (Tallis, Eysenck & Mathews, 1992) meet cognitieve inhouden ofwel gevreesde catastrofes. De Nederlandse versie (Van Rijsoort, Emmelkamp & Vervaeke, 1997) bevat zes subschalen: relaties, gebrek aan zelfvertrouwen, toekomst, incompetentie op het werk, financiën en gezondheid. De subschaal incompetentie op het werk is met het oog op ouderen weggelaten.

De vragenlijst 'zorgen maken' brengt de mate waarin mantelzorgers van mensen met dementie zich zorgen maken wanneer hun naaste alleen naar buiten gaat in kaart.