Behandeling van tabaksverslaving

Wil een patiënt stoppen met roken? Dan hebben zorgleners de belangrijke taak om een stoppen-met-rokenbehandeling aan te bieden. Een stoppen-met-rokenbehandeling kan uitgevoerd worden door personen die opgenomen staan in het Kwaliteitsregister Stoppen met Roken, of door personen die BIG-geregistreerd zijn zoals een huisarts, verslavingsarts of psycholoog.

Richtlijnen behandeling tabaksverslaving

In Nederland is er een aantal richtlijnen omtrent behandeling van tabaksverslaving. De verschillende richtlijnen raden alle een bewezen effectieve ondersteuning aan bij stoppen met roken. Over minderen met roken zijn de meningen verdeeld, omdat de gezondheidswinst hiervan beperkt is en het vaak moeilijk wordt gevonden om vol te houden.

De bekendste richtlijnen zijn:

Volgens de richtlijnen zijn er verschillende manieren om te stoppen met roken. Gedragsmatige begeleiding wordt als eerste keus aanbevolen, eventueel aangevuld met medicatie.

Manieren om te stoppen met roken

De gedragsmatige behandeling bij stoppen met roken richt zich op de psychologische begeleiding bij stoppen met roken. Er zijn verschillende vormen van gedragsmatige begeleiding, waarvan onderzoek 1 heeft aangetoond dat het de succeskans bij stoppen vergroot:

  • Individuele gesprekken, zoals met een zorgprofessional of een in roken gespecialiseerde coach
  • Groepstrainingen
  • Telefonische ondersteuning

De effectiviteit van gedragsmatige ondersteuning neemt toe naarmate de ondersteuning intensiever is.

Aan zorgverleners wordt aanbevolen om altijd begeleiding aan te bieden bij medicatie voor stoppen met roken. Medicatie wordt aangeraden voor mensen die tien of meer sigaretten per dag roken. 2 Er zijn verschillende typen medicijnen op de markt die helpen bij stoppen met roken. De werking verschilt.

Nicotinevervangende middelen: eerste keus vanwege het gunstige bijwerkingenprofiel en de lage kosten. Zij verminderen de ontwenningsverschijnselen van stoppen met roken. Er zijn verschillende vormen, zoals pleisters, kauwgom, tabletten en inhalatoren. Nicotinevervangers vergroten de kans dat een poging tot stoppen met roken slaagt met 50 tot 70%. 3

Combinaties van verschillende nicotinevervangende middelen werken beter dan gebruik van één enkel middel. Gecombineerd kunnen nicotinevervangers de succeskans twee tot drie keer vergroten.

Bupropion (merknaam Zyban): een antidepressivum dat de behoefte aan roken en de ontwenningsverschijnselen van roken vermindert. De kans op succes is met bupropion ongeveer 80% groter dan bij gebruik van een placebo.  4

Nortriptyline (merknaam Nortrilen): net als bupropion een antidepressivum, dat de behoefte aan roken en ontwenningsverschijnselen vermindert. De kans op succes is bij gebruik van nortriptyline ongeveer twee keer zo groot als bij een placebo.4

Varenicline (merknaam Champix): dit middel bootst de effecten van nicotine in het lichaam na, en verkleint zodoende de behoefte aan roken. De kans op succes bij een stoppoging is twee tot drie keer zo groot bij gebruik van varenicline als bij gebruik van een placebo.Momenteel niet verkrijgbaar in Nederland wegens vervuiling van het middel.4

In grootschalige studies naar gebruik van zelfhulpmaterialen is aangetoond dat de gemiddelde kans op succes iets groter is bij gebruik van zelfhulp dan zonder. Dit zegt echter weinig over de effectiviteit van de materialen op de Nederlandse markt. Bij tien of meer sigaretten per dag wordt een combinatie van medicatie en persoonlijke begeleiding aanbevolen. Er zijn in Nederland verschillende zelfhulpmiddelen op de markt.

De richtlijn ‘Behandeling van tabaksverslaving en stoppen met roken ondersteuning’ beveelt sterk aan om e-health of apps in een ‘blended’ vorm toe te passen. Dat wil zeggen e-health gecombineerd met gedragsmatige begeleiding door een professional. In deze factsheet leest u in hoeverre e-healthinterventies effectief zijn bij stoppen met roken en hoe specifieke doelgroepen het beste ondersteund kunnen worden. Hier leest u meer over specifieke apps voor patiënten om te stoppen met roken.

E-sigaret: valt officieel onder de Tabaks- en rookwarenwet. Er zijn aanwijzingen dat de e-sigaret kan helpen bij het stoppen met roken. E-sigaretten bevatten wel schadelijke stoffen en er is nog veel onduidelijk over de risico’s. Voor een roker die volledig overstapt op het gebruik van een e-sigaret lijken de risico’s wel lager dan bij het doorgaan met roken. De herziene Richtlijn Behandeling van Tabaksverslaving (2016) raadt de inzet van de e-sigaret voor stoppen met roken niet aan als eerste keus, met de kanttekening dat een patiënt die na eerdere niet-succesvolle pogingen met de bewezen effectieve methoden nu overweegt om een e-sigaret als hulpmiddel te gebruiken bij het stoppen met roken, daarin wel door een professional kan worden begeleid. Hierbij wordt roken van de ‘gewone’ sigaret gecombineerd met dampen (‘dual use’) ontraden. Ook wordt aangeraden het dampen uiteindelijk af te bouwen.

Bekijk de factsheet over de e-sigaret voor algemene informatie over het product.

L-cysteine (merknaam Acetium): een vrij nieuw medisch hulpmiddel in Nederland. Het is geen medicijn en er is minder onderzoek naar gedaan dan naar de nicotinevervangers en de medicijnen op recept. Om die reden wordt dit middel dan ook (nog) niet aangeraden.

Cytisine (merknaam Tabex): een niet geregistreerd geneesmiddel voor stoppen met roken, en daarom niet verkrijgbaar in Nederland. In andere landen is het wel verkrijgbaar. Cytisine lijkt qua werking op het in Nederland bekendere varenicline (Champix).

Alternatieve therapieën: hieronder vallen therapieën zoals hypnotherapie, lasertherapie en acupunctuur. Deze zijn niet effectief bewezen voor stoppen met roken.5

Dit betekent niet dat deze therapieën geen positief effect kunnen hebben voor individuen. Een sterk geloof in een bepaalde therapie kan ertoe leiden dat het goed werkt (placebo effect) en ook is niet naar alle nieuwe therapievormen voldoende onderzoek verricht. Dergelijke alternatieve therapieën worden echter niet aanbevolen; het verdient de voorkeur om een bewezen effectief hulpmiddel te gebruiken.

Bronnen

  1. Lancaster, T. & Stead, L. F. (2005). Individual behavioural counseling for smoking cessation. Wiley Online Library: The Cochrane Collaboration.
    Stead, L. F., & Lancaster, T. (2005). Group behaviour therapy programmes for smoking cessation. Wiley Online Library: The Cochrane Collaboration.
    Stead, L. F., Hartmann-Boyce, J., Perera, R., & Lancaster, T. (2013). Telephone counseling for smoking cessation. Wiley Online Library: The Cochrane Collaboration
  2. Trimbos-instituut en NHG. Richtlijn behandeling van tabaksverslaving en stoppen met roken ondersteuning. (herziening 2016). NHG. NHG-Behandelrichtlijn Stoppen met roken (2017)
  3. Stead, L. F. et al. (2012). Nicotine replacement therapy for smoking cessation. Wiley Online Library: The Cochrane Collaboration
  4. Cahill, K., Stevens, S., Perera, R., & Lancaster, T. (2012). Pharmacological interventions for smoking cessation: an overview and network analysis. Wiley Online Library: The Cochrane Collaboration.
  5. White, A. R., Rampes, H., Liu, J. P., Stead, L. F., & Campbell, J. (2014). Acupuncture and related interventions for smoking cessation. Wiley Online Library: The Cochrane Collaboration. Barnes, J. et al. (2014). Hypnotherapy for smoking cessation. Wiley Online Library: The Cochrane Collaboration.