Rijden onder invloed van alcohol levert gevaar op voor de verkeersveiligheid. Wat verstaan we onder bloedalcoholgehalte (BAG), bloedalcoholconcentratie (BAC) en alcoholpromillage? Welke invloed heeft alcohol op het rijgedrag en hoe hoog is het risico op verkeersongevallen? En tot slot een paar groepen die extra risico lopen, waaronder zware drinkers, jonge mannen en combinatiegebruikers.
Deze informatie is opgesteld door het
Expertisecentrum Alcohol
Heb je vragen?
Neem dan contact met ons op.
Blijf op de hoogte
Met de nieuwsbrief van het Expertisecentrum Alcohol:
Bloedalcoholgehalte (BAG), bloedalcoholconcentratie (BAC) en alcoholpromillage
Onder bloedalcoholgehalte (BAG), bloedalcoholconcentratie (BAC) en alcoholpromillage verstaan we hetzelfde: het aantal gram pure alcohol (ethanol) per liter bloed. Het BAG, de BAC of het alcoholpromillage kan met een blaastest worden vastgesteld.
De wettelijke limiet voor beginnende bestuurders is 0,2 promille en voor ervaren bestuurders 0,5 promille. Het is voor iedereen met een alcoholpromillage boven de wettelijke limiet verboden om een voertuig te besturen.
We maken in Nederland onderscheid tussen beginnende en ervaren bestuurders. Je bent de eerste 5 jaar na het halen van je eerste rijbewijs een ‘beginnend bestuurder’. Indien je je rijbewijs voor je 18e hebt gehaald, ben je de eerste 7 jaar beginnend bestuurder. Voor beginnend bestuurders geldt een lagere alcohollimiet en zij krijgen zwaardere straffen voor het rijden onder invloed. Lees meer over het beginnersrijbewijs op de website van het CBR.
Gemiddelden en standaardglazen
Persoonlijke factoren als gewicht en geslacht hebben invloed op het alcoholpromillage. Ook de snelheid waarmee alcohol in het lichaam wordt opgenomen en afgebroken verschilt per persoon. Daarnaast speelt de tijd die verstreken is na het drinken van de alcohol ook nog een rol. We gaan in deze tekst uit van gemiddelden.
We gaan ook uit van standaardglazen alcohol. Eén standaardglas bier, wijn of sterkedrank bevat 10 gram pure alcohol (ethanol). Een alcoholpromillage van 0,2 komt overeen met ongeveer 1 standaardglas bier, wijn of sterkedrank voor mannen en een half glas voor vrouwen. Een promillage van 0,5 komt voor mannen overeen met ongeveer 2 standaardglazen en voor vrouwen met 1 á 1,5.
Zie ook alcoholinfo.nl: hoeveel mag je drinken als je nog moet autorijden en alcoholpromillage berekenen.
Invloed alcohol op rijgedrag
Na het drinken van bier, wijn of sterkedrank wordt de alcohol via de maagwand en de dunne darm opgenomen in het bloed. De alcohol bereikt in ongeveer tien minuten de hersenen en heeft daar effect op verschillende functies met gevolgen voor het rijgedrag en de verkeersveiligheid (zie figuur 1).
- Remmingen vallen weg
- Concentratie en geheugen verminderen. De alertheid van een bestuurder vermindert vanaf 0,3 promille.[1]
- Waarneming vermindert waardoor de bestuurder kan gaan slingeren. De vaardigheid om koers te houden gaat onder normale omstandigheden vanaf 0,5 promille achteruit [1]. Bij bijzondere omstandigheden (denk aan weersomstandigheden of duisternis) worden al vanaf 0,2 promille problemen ondervonden.
- Reactiesnelheid neemt af waardoor gevaarlijke situaties kunnen ontstaan. De reactiesnelheid neemt af vanaf 0,3 promille. Het duurt dan bijvoorbeeld langer om op tijd te stoppen voor een rood licht of te reageren op een onverwachte beweging van een medeweggebruiker [2].
- Zelfoverschatting én onderschatting van de risico’s nemen toe [3]. (Zie ook: verklaringen voor de relatie tussen alcohol en agressief gedrag.)
Lees meer over de werking van alcohol in de hersenen in relatie tot het aantal gedronken glazen.
Figuur 1. Invloed van alcohol op functioneren. Aangepast overgenomen uit “Understanding the Dangers of Alcohol Overdose”, door National Institute on Alcohol Abuse and Alcoholism, 2021, p. 3. Copyright 2021 door National Institute on Alcohol Abuse and Alcoholism.
Toename risico op ongevallen
Bestuurders die alcohol gebruikt hebben lopen een groter risico op verkeersongevallen dan nuchtere bestuurders. Het risico op ongevallen neemt exponentieel toe bij hogere bloedalcoholgehaltes [3,4].
- Bij 0,5 promille is het risico ongeveer 40% hoger dan dat van een nuchtere bestuurder.
- Bij 1,0 promille is het risico op ongevallen bijna 4 keer zo hoog.
- Bij 1,5 promille is het risico zelfs meer dan 20 keer zo hoog.
Risicogroepen rijden onder invloed van alcohol
Risicogroepen voor rijden onder invloed van alcohol zijn: zware drinkers, jonge mannen, combinatiegebruikers en fietsers.
Zware drinkers
In 2015 waren er naar schatting tussen de 90.000 tot 125.000 automobilisten die gekenmerkt kunnen worden als zware alcoholovertreders in Nederland. Dit zijn personen die ten minste een keer zijn gepakt met een alcohol promillage hoger dan 1,3 g/l [5]. Deze groep was verantwoordelijk voor twee derde van alle ernstige alcoholgerelateerde verkeersongevallen. (Zie ook Preventie van rijden onder invloed van alcohol door zware drinkers.)
Jonge mannen
Volgens SWOV [3] zijn jonge mannen (18 t/m 24 jaar) oververtegenwoordigd in de groep slachtoffers en bestuurders die betrokken zijn bij alcoholongevallen.
Dit heeft te maken met twee factoren:
- Ze hebben minder rijervaring en daarmee een hoger ongevalsrisico; en
- Alcohol heeft bij jonge bestuurders een groter effect op het rijgedrag dan bij oudere bestuurders.
In 2009 maakten jonge bestuurders (18 t/m 24 jaar) 4% uit van de totale groep rijbewijsbezitters, maar tegelijk maakten zij 29% uit van de groep ernstig gewonde autobestuurders die alcohol hadden gebruikt en meer dan 90% van deze groep was man [6].
Combinatiegebruikers
Een ‘combinatiegebruiker’ is een persoon die alcohol in combinatie met drugs en/of geneesmiddelen gebruikt. Combinatiegebruik van alcohol en drugs is onder mannen van 18 t/m 34 jaar 3 keer zo hoog als onder bestuurders in het algemeen en komt met name voor tijdens de nachtelijke uren.[7]
Het risico om ernstig gewond te raken of te overlijden door een verkeersongeval wordt bij bestuurders onder invloed van alcohol in combinatie met drugs 20 tot 200 keer hoger ingeschat in vergelijking met nuchtere bestuurders. Deze range is breed, aangezien de verschillende risicoschattingen afhankelijk zijn van: 1) het Europese land waarin het onderzoek is uitgevoerd; 2) het type drugs dat in combinatie met alcohol is gebruikt en 3) de gebruikte uitkomstmaat (kans om ernstig gewond te raken of te overlijden door een verkeersongeval).
Fietsers
Fietsers hebben een groter risico op een verkeersongeval onder invloed van alcohol en/of drugs. Zo heeft het Letsel Informatie Systeem (LIS) van VeiligheidNL heeft gekeken naar verkeersslachtoffers die in de afgelopen tien jaar op een spoedeisende hulp (SEH) afdeling van een LIS-ziekenhuis zijn geweest. Hieruit blijkt dat van bijna alle verkeersslachtoffers die voorafgaand aan hun ongeval alcohol en/of drugs hadden gebruikt, 76% een fietser [8].
