Genetische factoren kunnen bijdragen aan hoeveel tolerantie een persoon voor alcohol heeft. Ze kunnen verklaren waarom sommige mensen kwetsbaarder zijn voor verslaving dan anderen en waarom bepaalde Aziatische bevolkingsgroepen slechter tegen de effecten van alcohol kunnen. De erfelijkheid van alcoholgebruik wordt geschat op 40%-50% [1,2].
Deze informatie is opgesteld door het
Expertisecentrum Alcohol
Heb je vragen?
Neem dan contact met ons op.
Blijf op de hoogte
Met de nieuwsbrief van het Expertisecentrum Alcohol:
Genetische aanleg
Genetische aanleg verklaart ruim de helft (50-70%) van het risico op een stoornis in het gebruik van alcohol [2,3]. Onderzoek bij tweelingen en gezinnen vond dat zowel genetische- als omgevingscomponenten een impact hebben op het ontstaan van stoornissen in middelengebruik. Er is geen gen voor ‘alcoholisme’. Er zijn wel meerdere genen met kleine effecten [4,5]. Zo wordt een variant van het gen ADH1B positief geassocieerd met een stoornis in gebruik van alcohol [4]. De genen interacteren met elkaar en met hun biologische en externe omgeving (gen-omgeving interactie) en maken een individu zo meer of minder gevoelig voor de ontwikkeling van een stoornis in middelengebruik [6].
Er is onderzocht of er een associatie bestaat tussen bepaalde genen en een hoge AUDIT-score (Alcohol Use Disorders Identification Test). De AUDIT-score is een screeningsinstrument om problematisch alcoholgebruik te identificeren [7]. Deze studie heeft tien genetische varianten geïdentificeerd, die geassocieerd zijn met een hoge AUDIT-score. Deze varianten verklaren per stuk een heel klein deel van de individuele verschillen. Er spelen nog veel meer genen een rol bij alcoholgebruik, maar die moeten nog ontdekt worden door onderzoek met grotere steekproeven. Daarnaast laat onderzoek zien dat een hoge AUDIT-score genetisch geassocieerd is met bepaalde psychiatrische stoornissen, zoals ADHD (Attention Deficit Hyperactivity Disorder), schizofrenie, depressiviteit en het gebruik van sigaretten en cannabis [8,9]. Dit betekent dat er overlap is tussen de genen die een rol spelen bij alcoholmisbruik en de genen die een rol spelen bij het gebruik van andere middelen en bij andere psychische problemen. Het mechanisme dat deze overlap verklaart is nog niet duidelijk.
Ook lijken genen een rol te spelen bij alcohol ontwenningsverschijnselen. Zo laat onderzoek zien dat onder een groep Europese Amerikanen een variant van het SORCS2-gen geassocieerd is met ernstige alcohol ontwenningsverschijnselen. Dit gen komt voornamelijk tot uiting in het zenuwstelsel en is betrokken bij de regulatie van een stresshormoon dat actief is in de hippocampus in de hersenen. Meer onderzoek naar dit gen kan mogelijk inzicht geven in nieuwe manieren om alcohol ontwenningsverschijnselen te verminderen [10].
