De obsessief-compulsieve stoornis kan volgens de Multidiscipinaire Richtlijn Angststoornissen op twee manieren worden behandeld: met een psychologische interventie of met medicijnen (farmacotherapie).
Psychologische interventies
De psychologische interventie die de voorkeur geniet bij behandeling van de obsessief-compulsieve stoornis is exposure in vivo met responspreventie. Tevens is Cognitieve therapie een goede behandeling voor de obsessief-compulsieve stoornis.
Meer over exposure in vivo met responspreventie en cognitieve therapie in de Richtlijn Angststoornissen.
Behandeling met medicijnen
Er zijn twee soorten medicijnen die effectief zijn bij de behandeling van obsessief-compulsieve stoornis:
- Selective serotonine heropnameremmers (SSRI's)
- Clomipramine
Meer over behandeling met medicijnen onder het kopje Farmacotherapie in de Richtlijn Angststoornissen.