1.1 Intergenerationele overdracht van verslavingsproblematiek

1.1 Intergenerationele overdracht van verslavingsproblematiek

Margreet van der Meer, andragoog, hoofd beleid en onderzoek, Verslavingszorg Noord Nederland/ Lectoraat Verslavingskunde Hanze Hogeschool Groningen

In interviews zeggen kinderen achteraf vaak: ‘had er maar een hulpverlener doorheen geprikt en zich niet alleen bekommerd om mijn moeder’.

Samenvatting

Vanuit de dagelijkse praktijk weten we dat kinderen van verslaafde ouders een groter risico lopen om zelf ook (verslavings)problemen te ontwikkelen. Wat leren we van de verklaringen van de – inmiddels volwassen -  kinderen van verslaafde ouders voor onze behandeling?
Er is vaak sprake van intergenerationele overdracht van verslavingsproblematiek. Het is belangrijk om omgevings-ondersteunende verslavingszorg te bieden: Zie de cliënt in brede context. In het verleden waren grootouders cliënt, daarna ouders en later de kinderen. Risicofactoren bij kinderen zijn leeftijd, verminderde cognitieve en sociale vaardigheden en te weinig kennis over ziekte van de ouder. Ouderfactoren die het risico vergroten zijn de ernst van de verslaving, beide ouders verslaafd en comorbiditeit.
Zowel ouders als kinderen zijn vaak heel lang in staat om te doen alsof er niets aan de hand is. Wat professionals kunnen doen? Insteken op beïnvloedende factoren! Versterken van positieve ouder-kindrelatie, ondersteuning van de (gezonde) ouder in ouderrol, versterken van zelfvertrouwen en sociale redzaamheid, netwerk betrekken, vroeg-signalering in 1ste lijn, meldcode/kindcheck, preventief en behandelaanbod gericht op kinderen/gezin. Men denkt ‘als je het hebt over de kinderen, dan heb je ook kans op een uithuisplaatsing’. Zo wordt het onnodig een mega-thema. In interviews zeggen kinderen achteraf vaak ‘ik wou dat ik langer kind had kunnen zijn’ en ‘had er maar een hulpverlener doorheen geprikt en zich niet alleen bekommerd om mijn moeder’. Laten we dat doen met zijn allen.