De ggz-mantelzorger verdient beter: een naastengroep helpt

Suïcidegedachten bij mantelzorgers van dementerenden

Naasten van mensen met psychische problemen zijn als mantelzorger belangrijk voor de zorg aan mensen met mentale problemen. Maar zij verdienen zelf ook aandacht en steun.

“Gelukkig is er een goed aanbod aan mogelijkheden voor steun” geven Els Bransen en Ankie Lempens aan. Maar helaas bereikt dit aanbod naasten onvoldoende[1]. In dit blog geven ze zorgverleners meer zicht op de mogelijkheden om naasten te bereiken en ondersteuning te bieden.

De nadruk in de geestelijke gezondheidszorg (ggz) ligt op korter behandelen, minder opnames en zoveel mogelijk thuis wonen. Daarmee wordt de mantelzorger van iemand met psychische problemen steeds belangrijker. Zij kennen de ‘gebruiksaanwijzing’ van hun dierbare en zijn door hun persoonlijke band nauw betrokken. Dit maakt hun hulp een waardevolle aanvulling op die van zorgverleners. Echter, anders dan bij professionals, heeft de situatie van de naaste vaak ingrijpende gevolgen voor het eigen leven. Daarom zouden ze niet alleen als hulpkracht moeten worden benaderd, maar verdienen ggz-mantelzorgers zelf ook steun[2].

Hoe krijgen mantelzorgers steun?

De recent vernieuwde naastengroep “Psychische kwetsbaarheid in je naaste omgeving; handvatten voor naasten (loketgezondleven.nl)” biedt zo’n vorm van ondersteuning. De afgelopen jaren zijn tientallen professionals getraind in de begeleiding van deze groepen. In hoeverre lukt het hen om mantelzorgers te bereiken? Wij deden een rondgang langs een aantal professionals die recentelijk zijn getraind in het begeleiden van naastengroepen. Zij werken bij een ggz-instelling, steunpunt mantelzorg, herstelacademie en aanbieder van Beschermd Wonen, in de functie van preventiewerker, mantelzorgconsulent, familie-ervaringsdeskundige en hulpverlener. Wat zijn hun ervaringen?

Verschillen bij ggz-organisaties

Het ondersteuningsaanbod voor naasten is het sterkst ontwikkeld bij de ggz-organisaties, zo blijkt uit interviews met de professionals. Maar deze organisaties verschillen nogal in de wijze waarop zij naasten bereiken. Bij één ggz-instelling is de naastengroep onderdeel van het standaard aanbod aan naasten van alle (nieuwe) cliënten. De groepen worden daar doorlopend gegeven. De financiering van dit aanbod is echter niet duidelijk geregeld. Bovendien, naasten van mensen die niet bij de instelling in behandeling zijn, kunnen niet meedoen.

Andere GGZ-organisaties hebben goede afspraken gemaakt met het gemeentelijk sociaal domein. Zij ontvangen min of meer structureel financiering voor het aanbieden van de groepen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Bij deze organisaties beperkt het aanbod zich niet tot de naasten van de ‘eigen’ cliënten, maar staat de groep ook open voor inschrijving van buitenaf. De ggz-mantelzorger moet dan wel afkomstig zijn uit de gemeente waarmee de instelling afspraken heeft gemaakt. Dat kan betekenen dat de naastengroep in de ene gemeente wel kan worden aangeboden en in de andere niet, of veel minder vaak.

Ggz-mantelzorger is soms een ‘nieuwe’ doelgroep

Voor organisaties binnen het sociaal domein – zoals de steunpunten mantelzorg en organisaties voor beschermd wonen – is een aanbod voor de ‘ggz-mantelzorger’ relatief nieuw. Datzelfde geldt voor de herstelacademie die bij de rondgang was betrokken. Hier ligt de focus van het aanbod primair op het herstel van cliënten. Bovendien is financiering van deze organisatie vaak onzeker, want afhankelijk van fondsenwerving, ggz- en gemeentelijke subsidies.

Betere samenwerking tussen de geestelijke gezondheidszorg en het sociaal domein kan ervoor zorgen dat de ‘ggz-mantelzorger’ ook door hen beter wordt bereikt. Zodat Steunpunten mantelzorg, herstelacademies en aanbieders van beschermd wonen meer gelegenheid krijgen om groepen voor naasten aan te bieden. Het kwaliteitsinstituut Akwa GGZ heeft een nuttige werkkaart Sociaal domein (ggzstandaarden.nl) uitgebracht over hoe dat aan te pakken. Er gaan stemmen op om een landelijk platform GGZ-mantelzorg op te richten. Dit naar voorbeeld van het Landelijk Platform KOPP/KOV – Trimbos-instituut, dat zich richt op een specifieke groep naasten: kinderen van ouders met psychische of verslavingsproblemen. Een landelijk platform Ggz-mantelzorg zou organisaties voor zorg- en welzijn kunnen ondersteunen bij het praktisch uitwerken van de samenwerking tussen de ggz en het sociaal domein. Om meer aanbod voor de Ggz-mantelzorger te creëren.

Maak de ggz-mantelzorger bekender

De bekendheid van het begrip ‘ggz-mantelzorger’ zal daarnaast moeten groeien. Zodat meer mensen zichzelf erin herkennen en zich bewust worden van hun kracht en hun kwetsbaarheden als mantelzorger. Om vanuit daar op zoek te gaan naar manieren om de eigen veerkracht te versterken. Nulde en eerstelijns professionals kunnen helpen de weg hierin te vinden.

Meer over de naasten-cursus

Bureau Naast & Betrokken en het Trimbos-instituut ontwikkelden de korte cursus Psychische kwetsbaarheid in je naaste omgeving; handvatten voor naasten (loketgezondleven.nl). Deze cursus van 6 bijeenkomsten helpt deelnemers bij het verwoorden van hun eigen wensen en behoeften. En bij het vinden van een nieuw evenwicht. De cursus volgt de uitgangspunten van de kwaliteitstandaard Naasten, zie 1. Introductie – Samenwerking en ondersteuning naasten van mensen met psychische problematiek | GGZ Standaarden. Naasten die de cursus hebben gevolgd zijn positief over wat zij van andere deelnemers en van de begeleiders hebben geleerd:

“De cursus helpt me om te gaan met mezelf en mijn valkuilen, door alleen al te luisteren”.

“Ik deel mijn verhaal meer, ook met anderen. Dat helpt ook”.

“Veel inzicht in eigen handelen gekregen. Ik ben dankbaar dat ik deze cursus heb mogen volgen, heb jaren hierop gewacht. Het heeft mij in positieve zin enorm op weg geholpen. Voel me meer vrij dan ik was”.

Train-de-trainer workshop

Voor wie de cursus ‘Psychische kwetsbaarheid in je naaste omgeving’ wil gaan aanbieden, organiseert de Trimbos Academie regelmatig een eendaagse train-de-trainer workshop, op locatie van het Trimbos-instituut of bij de eigen organisatie (incompany).

 [1] Boer A. de, Klerk M. de, Verbeek-Oudijk D. & Plaisier I. (2020). Blijvende bron van zorg. Ontwikkelingen in het geven van informele hulp 2014-2019. Den Haag: Sociaal Cultureel Planbureau.

[2] Wittenberg Y., Kwekkeboom M., Boer A. de. (2012). Bijzondere mantelzorg. Ervaringen van mantelzorgers van mensen met een verstandelijke beperking of psychiatrische problematiek. Den Haag/Amsterdam: Sociaal en Cultureel Planbureau/Hogeschool van Amsterdam

Bron: https://www.trimbos.nl/kennis/ondersteuning-mantelzorgers/
Els Bransen
Wetenschappelijk medewerker Zorg & Participatie
Ankie Lempens
Senior projectmedewerker Zorg & Participatie