Kennisagenda om ondersteuning voor KOPP/KOV-kinderen en hun ouders écht te verbeteren

21 oktober 2020

Ondanks de toegenomen aandacht voor kinderen van ouders met psychische problemen of een verslaving (KOPP/KOV), is de ondersteuning voor deze grote groep kinderen nog steeds niet op orde. Terwijl het belang ervan wél breed wordt onderschreven. Het Trimbos-instituut heeft een kennis- en implementatieagenda opgesteld waarin wordt aangegeven wat er nodig is om de ondersteuning op orde te krijgen.

Meer maar nog niet voldoende aandacht

De afgelopen jaren is de aandacht voor KOPP/KOV-kinderen en hun ouders toegenomen. Toch liet een rondgang in de uitvoeringspraktijk van KOPP/KOV in 2016 zien dat de preventie, zorg en ondersteuning voor deze doelgroep nog niet op orde zijn. Het bereik van het preventie-aanbod is laag, jeugdzorgwerkers passen de KOPP-richtlijn onvoldoende toe en gemeenten voeren bijvoorbeeld geen regie op de organisatie en uitvoering van het ondersteuningsaanbod. Ook kwamen verschillende lacunes in kennis over de problematiek en het zorgaanbod naar voren bij het opstellen van de kwaliteitsstandaard van Akwa GGZ (Alliantie kwaliteit in de GGZ) voor de ondersteuning en zorg aan deze groep.

Het bereik van het KOPP/KOV preventie-aanbod is laag, jeugdzorgwerkers passen de KOPP-richtlijn onvoldoende toe en gemeenten voeren bijvoorbeeld geen regie op de organisatie en uitvoering van het ondersteuningsaanbod.
5 kinderen per schoolklas
In Nederland hebben gemiddeld 5 kinderen per schoolklas een ouder met psychische en/of verslavingsproblemen (KOPP/KOV), dat zijn jaarlijks 577.000 minderjarige kinderen. Deze kinderen hebben drie keer meer kans om op latere leeftijd zelf ook mentale problemen en/of een verslaving te ontwikkelen. In toenemende mate zijn zorgverleners zich ervan bewust dat het van belang is deze kinderen tijdig in beeld te krijgen en ondersteuning te bieden. Meer feiten en cijfers

Zich op ontbrekende kennis

In de Kennis- en implementatieagenda KOPP/KOV zet wij de ontbrekende kennis over de doelgroep en de inhoud, organisatie en kwaliteit van het preventie- en hulpaanbod op een rij. Hoe zit het bijvoorbeeld met de effectiviteit van interventies die psychische problemen bij (specifieke subgroepen van) deze kinderen kunnen voorkomen? En wat zijn goede methoden om ouderschap aan de orde te krijgen in de hulpverlening aan volwassenen met (psychische en verslavings-) problemen? Ook de vraagstukken die te maken hebben met de implementatie van de zorg(toeleiding) van KOPP/KOV-kinderen binnen de volwassenenzorg, de jeugdhulp en ggz en het sociale domein komen aan bod.

“We hebben alle vragen op een rijtje gezet in onze kennis- en implementatieagenda. Een regelmatig terugkerende vraag is bijvoorbeeld of je onderscheid moet maken tussen verschillende soorten psychische problematiek en/of de zwaarte ervan. Nu behandelen we de KOPP/KOV kinderen als één homogene groep, maar dat is mogelijk niet terecht. Ook is het de vraag hoe er systematisch aandacht besteed kan worden aan ouderschap en preventieve ondersteuning van de kinderen binnen de hulpverlening aan de ouders. Dit hebben we op dit moment onvoldoende in beeld en dat is iets waar we de komende jaren graag aan zouden willen werken met het zorgveld. Daarnaast zijn er veel vragen over de implementatie: hoe zorgen we er voor dat iedereen in dit complexe speelveld van instanties in voldoende mate zijn rol pakt zowel in de uitvoering als in beleid.” - collega Anouk de Gee, projectleider KOPP/KOV