Finse en Ierse gezondheidsorganisaties hebben meer invloed op rookbeleid

11 juli 2019

Finse en Ierse gezondheidsorganisaties hebben meer invloed op het rookbeleid dan vergelijkbare organisaties in Duitsland en Italië. In Nederland en België is er een zekere machtsbalans tussen gezondheidsorganisaties en de tabaksindustire. Politieke instituties en framing spelen een rol bij de verschillen tussen deze landen.

Dat blijkt uit een onderzoek van promovendus Thomas Kuijpers waarin hij de machtsbalans tussen maatschappelijke organisaties en de tabaksindustrie in zes Europese landen vergelijkt. Hij interviewde 36 beleidsactoren in België, Duitsland, Finland, Ierland, Italië en Nederland. Het onderzoek verschijnt in BMC Public Health.

Als gezondheidsorganisaties een beleidsmonopolie van de tabaksindustrie willen uitdagen, moeten zij zich bewust zijn van het effect van framing en hoe (politieke) instituties zo’n monopolie bekrachtigen en in stand houden, zegt Kuijpers.

Koplopers in tabaksbeleid: meer invloed van gezondheidsorganisaties

In Finland en Ierland constateerde hij een zogenaamd ‘gezondheidsmonopolie’, wat betekent dat in die landen de gezondheidsorganisaties meer invloed hebben op het beleid dan de industrie. In die landen wordt in het politieke debat hoofdzakelijk in termen van gezondheid over roken gesproken.

Maatschappelijke organisaties zijn er krachtiger én werken beter samen dan in andere landen. De tabaksindustrie is er grotendeels verdwenen als werkgever. De gezondheidsministeries hebben een centrale positie in het maken van tabaksbeleid en de industrie wordt actief geweerd van het beleidsproces.

In deze landen was er ook sprake van een eindspelstrategie vanuit de overheid: een strategie die als doel heeft tabak op termijn volledig uit de maatschappij te weren.

Achterliggers in tabaksbeleid: meer invloed van de industrie

In Duitsland en Italië werd een tegenovergesteld patroon zichtbaar: de industrie heeft daar meer invloed op het tabaksbeleid dan maatschappelijke organisaties.

In het politieke debat wordt roken geframed in termen van private keuze. Maatschappelijke organisaties zijn er minder krachtig en werken minder of überhaupt niet samen. De tabaksindustrie is nog een belangrijke bron van werkgelegenheid, de gezondheidsministeries vervullen een ondergeschikte positie ten opzichte van andere ministeries in het maken van tabaksbeleid en er zijn nog veel overleggen tussen de industrie en overheid.

Nederland en België: een beetje van beiden

België en Nederland zitten tussen een gezondheidsmonopolie en een industriemonopolie in. In beide landen zijn de regeringspartijen liberaal, wat samenhangt met terughoudendheid in het reguleren van gezondheidsgedrag. Roken wordt door de regerende partijen gezien als individuele keuze of iets dat niet door een betuttelde overheid mag worden gereguleerd.

Tegelijkertijd zijn de gezondheidsorganisaties beter ontwikkeld en werken beter samen dan in Duitsland en Italië. Ook is de industrie grotendeels uit deze landen verdwenen. In België vinden nog wel overleggen plaats tussen de industrie en de overheid, terwijl er in Nederland formele regels zijn opgesteld voor ambtenaren van verschillende ministeries om dit zoveel mogelijk te beperken.

Thomas Kuijpers is extern promovendus aan de universiteit Maastricht, en werkzaam bij het Trimbos-instituut.

Bekijk de volledige studie in BMC public health

Meer over dit thema