Bericht

Blog: Is PaRIS the place to go?

18 januari 2017

Chris Nas, senior beleidsadviseur bij het Trimbos-instituut, schrijft in zijn nieuwe blog over zijn bezoek deze week aan het Health Policy Forum van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) in Parijs. Onderwerp van gesprek was de toekomst van de gezondheidszorg.

Twee hoeraatjes voor ROM in de ggz is genoeg. Geen drie. Deze variant op een uitspraak van Simon Carmiggelt over democratie paste heel goed bij de Health Policy Forum van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) deze week. Eens in de vijf jaar komen alle ministers van gezondheid van de grootste economieën van de wereld bij elkaar om in gesprek te gaan over de toekomst van de gezondheidszorg, de dag er voor organiseerde de OESO een openbare bijeenkomst.

Ik ging vooral naar Parijs om nu eindelijk DE MAN zelf in actie te zien. Michael Porter is sinds de publicatie van zijn Redefining Healthcare de goeroe van value based health care. Zijn gedachtengoed is voor sommige mensen een bijbel, voor anderen een gruwel.

Hij was de reis waard. Met veel vuur sprak Porter over de noodzaak om uitkomsten te meten in de zorg omdat “gezondheidszorg anders een feitenvrije zone blijft”. Zijn punten zijn duidelijk:

  • Begin met meten en wacht niet tot elk detail in orde is.
  • Maak voor elk ziektebeeld een eigen aparte standaard die patiënten en professionals samen kunnen gebruiken.
  • Gebruik de verzamelde uitkomsten om te leren en te verbeteren, niet om te straffen.

Dat is Porters recept om de gezondheidszorg beter te maken. De opbrengsten van gezondheidszorg vergroten en tegelijkertijd de kosten verlagen. Daar worden patiënten, professionals, providers en betalers van zorg volgens hem beter van.

Ook de andere sprekers waren de moeite waard, zoals Diana Delnoij van ZorgInstituut Nederland. Zij wil dat cliënten/patiënten direct betrokken zijn bij de ontwikkeling en weging van vragenlijsten, indicatoren en uitkomsten. De gemeten uitkomsten moeten naar haar mening ook direct bruikbaar zijn voor cliënten en professionals. Dat sluit heel goed uit aan bij de visie op ROM die de sector in 2009 heeft opgesteld en de mooie doorbraakprojecten ROM die mijn collega’s van het Trimbos-instituut de afgelopen twee jaar hebben gedaan.

Welke minister van gezondheidszorg wil al dat moois niet? Daarom hebben de zorgministers van de OESO besloten dat de OESO deze uitkomsten gaat verzamelen en vergelijken. Dit project krijgt het acroniem PaRIS (Patient Reported Indicator Surveys). De Europese Unie betaalt daar aan mee en ondersteunt de lidstaten bij het invoeren. Ook de Nederlandse gezondheidszorg zal de komende jaren nog veel horen over PROMs (uitkomstmetingen) en PREMs (klantervaringen).

Past value based health care wel bij de Nederlandse ggz? Daarop van mij een volmondig ja. Is het een nieuwe hype? Nee, zeker niet. Het is er nu tien jaar en krijgt heel langzaam maar ook heel zeker invulling. Voor mij is “waarde” wel meer dan alleen een rekensom met opbrengsten en kosten. Waarden zijn ook mensenrechten, de vrijheid om keuzes te maken in de manier waarop je wilt leven en soms de wijze waarop je wilt sterven. De mogelijkheid en het recht om passende zorg te krijgen op het moment dat je het ook nodig hebt. Daar betaalt iedereen in Nederland jaarlijks heel veel geld voor via premies en belastingen.

De uitkomsten van zorg en ervaringen van cliënten is de enige maat om te zien of het ook werkt. Voor elke professional in de ggz dus een noodzakelijk hulpmiddel om goede zorg te kunnen leveren. Natuurlijk zijn de klinische indicatoren belangrijk, maar zeker voor mensen met langdurende psychische kwetsbaarheid of chronische aandoeningen staat de mate van herstel, het dagelijks functioneren en de kwaliteit van leven veel meer voorop.

Moet het nu allemaal weer anders in de ggz? Natuurlijk niet, de Nederlandse ggz is al heel ver vergeleken met andere sectoren. Vrijwel alle buitenlanders die ik spreek, kijken met bewondering naar de inspanningen van de Nederlandse ggz om gestructureerd uitkomsten van zorg te meten. Het is zeker nog geen perfect systeem, en de verzamelde informatie is ook niet de absolute waarheid. De instrumenten kunnen nog veel meer worden toegespitst op de behoeften van cliënten en beter worden ingepast in de dagelijkse praktijk. Teams kunnen nog veel beter gebruik van de data maken om te leren. En zorgverzekeraars kunnen bij de inkoop meer sturen op het leren binnen ggz-organisaties, in plaats van een vakje in een spreadsheet af te vinken. Wel heeft de Nederlandse ggz in potentie een prachtig hulpmiddel voor professionals om met cliënten te werken aan herstel. Dat laatste blijft belangrijk, want de beste teams kijken tijdens de wedstrijd naar het spel en niet voortdurend naar het scorebord.

Contact

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de persvoorlichters:
Marjan Heuving, tel +31 (0)30 - 2971(138)
Laila Zaghdoudi, tel +31 (0)30 - 2959(382)

Meer berichten