Bericht

Veel langdurige niet-zorggebruikers: zorgelijk of niet?

20 oktober 2014

Stemmings- en angststoornissen zijn de meest voorkomende psychische aandoeningen in de algemene volwassen bevolking. Het is bekend dat een deel van de volwassenen met deze aandoening niet met de professionele psychische hulpverlening in aanraking komt. Is dat zorgelijk of niet?

Om deze vraag te beantwoorden is gebruik gemaakt van gegevens van NEMESIS-2, een representatief bevolkingsonderzoek naar de psychische gezondheid van volwassen Nederlanders. De bevindingen van het onderzoek staan beschreven in het rapport Geen gebruik van professionele zorg bij stemmings- en angststoornissen: zorgelijk of niet? dat vorige week door minister Schippers is aangeboden aan de Tweede Kamer.
 
Relatief veel langdurige niet-zorggebruikers
Het rapport laat zien dat één op de drie (34%) volwassenen met een stemmings- of angststoornis in het afgelopen jaar in datzelfde jaar geen gebruik maakt van professionele hulp, en dat ook niet doet in de drie daaropvolgende jaren. Deze volwassenen noemen we de langdurige niet-zorggebruikers.

Langdurige niet-zorggebruikers: beloop stemmings- angststoornis
Bij zeven op de acht langdurige niet-zorggebruikers (88%) is de stemmings- of angststoornis van voorbijgaande aard. Dit komt hoogstwaarschijnlijk doordat de aanleiding van de stemmings- of angststoornis verdwenen is, of doordat men zelf manieren heeft gevonden om over de problemen heen te komen, zonder daarbij te hoeven aankloppen bij de professionele hulpverlening. Deze personen lijken misschien geen professionele hulp nodig te hebben, maar zouden wellicht sneller geholpen zijn met lichte e-mental health interventies.

Niet gunstig
Bij een minderheid van de langdurige niet-zorggebruikers is het beloop van stemmings- of angststoornis dus niet gunstig: één op de acht (12%; 4% van alle volwassenen met een stemmings- of angststoornis in het afgelopen jaar; ruim 43.000 volwassenen) heeft na drie jaar nog steeds of opnieuw een stemmings- of angststoornis. Deze risicogroep lijkt zich te kenmerken door het hebben van beperkte sociale steun en/of het zich schamen voor het krijgen van professionele psychische hulp.

Nagegaan zou kunnen worden of het aanbieden van ‘nieuwe’ vormen van hulp (qua type en/of setting) hen ertoe aan kan zetten om wel professionele zorg te zoeken.

Download het rapport via onderstaande link naar de webwinkel. Daar vindt u ook de andere GGZ Trendrapportages.

Meer informatie
Jasper Nuijen, jnuijen@trimbos.nl

Bijlage openen


Dossier_MonitoringPsychischeGezondheidWelbevinden


Meer berichten

Deze website maakt gebruik van cookies. Wilt u meer informatie over cookies en welke worden opgeslagen? Lees de cookieverklaring. Niet meer tonen.