Hoezo bijzonder?

nkop

Op 2 september werd de aftrap gegeven voor het traject wat moet leiden tot een generieke module ouderenpsychiatrie. De generieke module zal volgens het projectplan ‘gericht moeten zijn op de groep oudere psychiatrische patiënten, ongeacht hun aandoening of stoornis. De huidige stoornis specifieke richtlijnen sluiten onvoldoende aan op de problematiek en behandeling van ouderen met psychiatrische klachten. Bij ouderen is vaak tegelijkertijd sprake van problemen op verschillende niveaus (sociaal, somatisch, cognitief en psychisch) en op psychiatrisch vlak dienen vaak meerdere stoornissen zich tegelijk aan.’

De generieke module zal geschreven worden voor het subdomein gerontopsychiatrie van de ouderenpsychiatrie, om ook het veld van de psychogeriatrie hierin mee te nemen werd te complex.

In een spiegelbijeenkomst hebben de werkgroepsleden geluisterd naar het bevragen van een aantal patiënten, mantelzorgers en cliënt-vertegenwoordigers over wat ‘gebruikers’ denken over zaken als effectieve zorg, veilige zorg en regie over die zorg.

Wat in de voorbereiding al duidelijk werd, werd in deze spiegelbijeenkomst nog duidelijker; hoezo is de ouderenpsychiatrie bijzonder? 

Met name in het echelon van de specialistische GGZ (SGGZ) zijn de kenmerken die in het bovengenoemde projectplan benoemd worden geldig voor alle patiënten, ongeacht leeftijd. In de SGGZ zijn nu of later geen patiënten meer in behandeling die niet voldoen aan deze criteria ( die erg dicht liggen tegen EPA-criteria). En met alle transities komen we al deze groepen patiënten straks tegen in de hele ggz-keten van huisartsenpraktijk en generalistische basis GGZ(GBGGZ) tot SGGZ.

In de spiegelbijeenkomst werd weer eens duidelijk dat kwaliteit door onze ‘gebruikers’ wordt afgemeten aan zaken als eenduidige communicatie en informatievoorziening. Samenwerking tussen de echelons, zorg voor naasten en allerlei bejegeningsaspecten staan hoog op het kwaliteitslijstje maar zijn niet alleen maar belangrijk in de ouderenpsychiatrie. Leeftijd wordt door de aanwezigen als ‘niet-zaligmakend’ gezien, de klik met de behandelaar en aandacht voor de vraag van de patiënt zijn dat wel.

In 2000 schreef Dilip Jeste (1) een editorial met als intrigerende titel ‘Geriatric Psychiatry May Be the Mainstream Psychiatry of the Future’. Vanuit een demografisch perspectief, de dubbele vergrijzing, betoogt hij dat “Over the next decades, mainstream psychiatry will include much more geriatric psychiatry” Hij ziet dan een rol voor de ouderenpsychiatrie, en ouderenpsychiaters in het bijzonder, in de zin van “geriatric psychiatrists will predominantly serve as consultants and teachers (as well as specialized researchers) rather than providing direct care for most elderly patients”.

In het huidige financiële en organisatorische krachtenspel staat de ouderenpsychiatrie onder druk. Wat wij in de ouderenpsychiatrie in de afgelopen decennia hebben ontwikkeld is juist datgene wat onze gebruikers zo vanzelfsprekend belangrijk vinden. Het samenwerken binnen netwerken van instellingen, tijd en aandacht geven aan de vraag van de patiënt en zijn omgeving, en een respectvolle bejegening zijn altijd gemeengoed geweest in de ouderenpsychiatrie. Daarin heeft de ouderenpsychiatrie wellicht een voorbeeldrol gehad voor de niet-ouderenpsychiatrie. In de nabije toekomst gaan we toe naar modellen waarin er veel directer, op wijkniveau, samengewerkt wordt vanuit verschillende expertises rondom een individuele patiënt, ongeacht diagnose en leeftijd. De kwalitatieve verworvenheden van de ouderenpsychiatrie zetten we in voor al die patiënten die vanuit hun kwetsbaarheid baat hebben bij onze aanpak en deskundigheid. En dan wellicht in een rol zoals Jeste beschrijft, niks mis mee toch? Tijdens het NKOP symposium ga ik in één van de workshops hier graag met u over in gesprek!

(1) Jeste DV: Geriatric Psychiatry May Be the Mainstream Psychiatry of the Future (editorial). Am J Psychiatry 2000; 157:1912-1914

Reacties