Waarom 365 stadsbussen met rokende jongeren reden vormt tot actie

StoppenMetRoken Tabak

maandag 21 juni 2021 | Petra Hopman

Met 14.600 Nederlandse kinderen die per jaar verslaafd raken aan roken, moeten we de ingezette koers van het Nationaal Preventieakkoord (2018) nu vooral vasthouden. Dit bepleit Petra Hopman, wetenschappelijk medewerker bij het Trimbos-instituut. Dit doet recht aan de reeds geleverde politieke en maatschappelijke inspanningen van de afgelopen jaren én aan de forse stappen die al zijn gezet op de weg van de Rookvrije Generatie.

Roken schaadt het gehele lichaam

Roken is schadelijk voor de gezondheid, dat erkent inmiddels zelfs de tabaksindustrie. De meest schadelijke componenten in sigarettenrook zijn nicotine, koolmonoxide en teer. Deze stoffen zetten in alle lichaamsweefsels en organen aan tot celschade, irritatie, ontsteking en verminderde doorbloeding en functionaliteit. Anno 2021 is er een onomstotelijk, oorzakelijk verband aangetoond tussen roken en 15 soorten kanker, 8 soorten luchtwegaandoeningen en 7 soorten hart- en vaatziekten. Ook is roken gerelateerd aan (latere) problemen rondom voortplanting en vruchtbaarheid en aan (chronische) aandoeningen zoals diabetes, mentale problematiek, oogziekten, gehoorverlies, gebitsaandoeningen, nierziekten, beschadigd immuunsysteem en postoperatieve complicaties en verminderde wondgenezing. Zowel het risico op, als de ernst van deze aandoeningen zijn veelal groter naarmate iemand meer en langer rookt.

Daarnaast is roken in ons land de belangrijkste oorzaak van voortijdige sterfte; per jaar overlijden er zo’n 20.000 Nederlanders aan roken. Dat staat gelijk aan 4 sterfgevallen gedurende een doorsnee voetbalwedstrijd. Of aan een volle Boeing 747 op weekbasis. Kortom: roken heeft een enorme impact op het gehele lichaam, veel van deze schade is helaas onomkeerbaar en voor de helft van de rokers is hun verslaving direct gerelateerd aan de dood – en dat vaak al vóór het aanbreken van een welverdiend pensioen. En dus geldt: voorkomen is beter dan (niet) genezen.

Juist kinderen zijn kwetsbaar

De meeste volwassen rokers zijn begonnen met roken in hun kinderjaren. De adolescentie vormt daarmee het ideale moment voor preventief ingrijpen. Dat klinkt echter eenvoudiger dan het is, want juist deze leeftijdsfase is bijzonder ontvankelijk voor het ontwikkelen én in stand houden van tabaksverslaving. Dit heeft een aantal redenen. Biologisch gezien spelen erfelijke factoren een rol bij het ontstaan en aanhouden van een tabaksverslaving. Ook zijn bepaalde hersengebieden tijdens de adolescentie nog volop in ontwikkeling. Daardoor is het jongere brein, meer dan dat van volwassenen, erg gevoelig voor de belonende effecten van nicotine.

Uit onder meer dieronderzoek blijkt dat belonende prikkels een belangrijke rol spelen bij het doorgaan met roken en de ontwikkeling van nicotineafhankelijkheid; zo blijven ratjes die in de adolescente fase nicotine kregen toegediend, zichzelf langdurig méér nicotine toedienen dan ratten die pas op volwassen leeftijd voor het eerst nicotine kregen. De eerste symptomen van nicotineverslaving bij jonge kinderen kunnen dan ook al binnen enkele dagen tot weken ontstaan nadat er ‘af en toe’ een sigaret is opgestoken, en al ver voordat er op dagelijkse basis wordt gerookt. Daarnaast wijst onderzoek uit dat rokers die jong met roken zijn begonnen, later gemiddeld meer sigaretten per dag roken en moeilijker kunnen stoppen. Ofwel: hoe jonger iemand begint met roken, des te sterker de verslaving.

Naast biologische aspecten spelen ook psychologische, sociale en maatschappelijke factoren een rol bij het beginnen en doorgaan met roken. Zo houden sociaaleconomische factoren en schoolniveau verband met de ontwikkeling van rookgedrag van jongeren; binnen de groep adolescenten zijn het vooral de lager opgeleiden die beginnen met, en blijven roken. Ook het zien roken van naasten, zoals ouders, vrienden, klas- en leeftijdgenoten kan jongeren stimuleren om zelf sigaretten op te steken. Hetzelfde geldt bij het zien van roken in films, series en op sociale media. De aanblik van tabaksproducten in winkels en de blootstelling aan tabaks(sluik)reclame vergroot eveneens de kans dat jongeren beginnen met roken.  Het zien van roken en tabak in de directe omgeving, zoals op schoolpleinen en vrijetijdslocaties, creëert bij opgroeiende kinderen bovendien het (impliciete) beeld dat roken normaal is en ‘erbij hoort’.

Hoeveel kinderen beginnen er eigenlijk met roken?

In de blog van Esther Croes, die ook vandaag verscheen, rekent zij voor dat er dagelijks 40 kinderen beginnen met elke dag roken, wat gelijk staat 40 nieuwe rookverslaafden per dag. Dat is meer dan de inzittenden van een gemiddelde stadsbus. Elke dag opnieuw. Zie je het voor je? Een parkeerplaats met 365 bussen: dat is het aantal jongeren dat jaarlijks ten prooi valt aan een nicotineverslaving en er op latere leeftijd de zure vruchten van plukt. Het goede nieuws is dat dit aantal de laatste jaren terugloopt: van 100 per dag in 2015, naar 75 in 2017 en dus 40 in 2019. Maar er is ook slecht nieuws: een nog grotere groep jongeren (dan die 365 stadsbussen) begint met roken door af en toe een sigaret op te steken. Wat net zo hard kan uitmonden in een tabaksverslaving.

Een volledig rook- en tabakvrije omgeving

Eind 2018 ondertekende staatssecretaris Blokhuis namens de overheid het Nationaal Preventieakkoord, waarmee het kabinet zichzelf committeert aan het doel om roken zodanig te ontmoedigen dat in 2040 minder dan 5% van de volwassenen en geen enkele minderjarige nog rookt. Eén van de doelstellingen was de realisatie van een rook- en tabakvrije omgeving waarin kinderen worden beschermd tegen tabaksrook en de verleiding om zelf te gaan roken. Ruim 70 partijen waaronder gemeenten, scholen, sportbonden, zorgaanbieders en maatschappelijke organisaties sloten zich aan. Anno 2021, tweeëneenhalf jaar later, zijn er flinke stappen gezet in het creëren van een rook- en tabakvrije omgeving. Zo heeft de overheid in 2020 de accijnzen fors verhoogd, het rookverbod uitgebreid naar de e-sigaret, rookwaren bij supermarkten uit het zicht gehaald en verpakkingen aangepast.

Naast deze overheidsmaatregelen timmeren maatschappelijke bewegingen ook hard aan de weg. Zo initieert, stimuleert en ondersteunt het netwerk van de Rookvrije Generatie allerhande initiatieven van ouders, vrijwilligers, artsen, bestuurders én kinderen zelf, gericht op het rookvrij laten opgroeien van kinderen. De Taskforce Rookvrije Start richt zich vooral op het zorgveld - van verloskundige tot jeugdarts. Direct, en via 1250 ambassadeurs voorziet zij zorgprofessionals van kennisproducten en praktische tools om zo ouders te helpen hun kinderen het goede rookvrijvoorbeeld te geven. Wat daarbij zeker helpt, is dat zorginstellingen zelf ook hard op weg zijn om rookvrij te worden. Rookvrije Ouders is een telefonische stoppen-met-roken coaching speciaal voor ouders die willen stoppen met roken. Initiatieven en campagnes als NIX18, Helder op School en de Smokefree Challenge richten zich voornamelijk op kinderen en jongeren zelf.

De tabaksindustrie bakt zoete broodjes

Al deze inspanningen hebben er ongetwijfeld aan bijgedragen dat het aantal jongeren dat begint met dagelijks roken flink is afgenomen. Alhoewel de cijfers over 2020 momenteel nog niet bekend zijn, lijkt de doelstelling uit het Nationaal Preventieakkoord, om in 2020 uit te komen op minder dan 40 startende jonge rokers per dag daarmee alleszins haalbaar. Toch is het zaak juist nu de teugels niet te laten vieren. Denk even terug aan dat beeld van die 365 stadsbussen: dàt op zich is al reden genoeg om het integrale pakket aan overheids- en maatschappelijke maatregelen en aanverwante inspanningen te bestendigen. Als we nu niet doorpakken, zo bepleit ook hoogleraar Tabaksontmoediging Marc Willemsen, dan zal het aantal rokers weer toenemen en verdwijnt de beoogde 0% jonge rokers in 2040 rap achter de horizon.

Een andere reden om juist nu alert te blijven, is de reële dreiging van het ‘waterbedeffect’: daar waar het aantal (minderjarige) rokers van de conventionele tabakssigaret afneemt, zoekt de industrie manieren om haar afzetmarkt veilig te stellen. Met als doelgroep huidige rokers én nieuwe aanwas (lees: kinderen). Alternatieve rookwaren zoals de e-sigaret en verhitte tabak worden ten onrechte in de markt gezet als ‘gezond alternatief’ voor de tabakssigaret. Daarbij wordt niet geschroomd de grenzen van de wetgeving omtrent tabaksreclame op te zoeken. In algemene zin is dit een gevaarlijke ontwikkeling, en wel om deze redenen:

  • Hoewel het vapen van de e-sigaret vooralsnog minder schadelijk lijkt dan het roken van de tabakssigaret, komen er in de damp wel degelijk giftige en kankerverwekkende stoffen vrij zoals nicotine, propyleenglycol, glycerol, aldehydes, nitrosamines en metalen.
  • De exacte omvang van de schadelijkheid laat zich door de vele (combinaties van) varianten in apparatuur, e-vloeistof, nicotineconcentratie en dampgedrag lastig inschatten en dient de komende jaren duidelijker te worden.
  • Onderzoek dat niet (mede) is gefinancierd door de tabaksindustrie en waarbij geen reële praktische kanttekeningen zijn te plaatsen, levert vooralsnog geen overtuigend bewijs dat de e-sigaret een effectief hulpmiddel is bij het stoppen met roken.
  • Sterker nog: door het in stand houden van de nicotineafhankelijkheid en van de handelingen en associaties die bij het roken horen, loert het gevaar dat men bij vapen vroeg of laat weer terugvalt naar de ‘gewone’ sigaret. Of dat men deze ernaast gaat roken; het grootste deel van de e-sigaretgebruikers blijkt immers een zogenaamde dual user. Deze vorm van roken levert geen enkele gezondheidswinst op.

Voor wat betreft jongeren, die in Nederland vooralsnog geen structurele grootverbruikers van de e-sigaret lijken te zijn, schuilt het risico van vapen erin dat het zeer waarschijnlijk een opstap vormt naar het roken van nicotinehoudende tabakssigaretten. Zelfs de ‘brave’ jongeren, die relatief weinig interesse tonen in alcohol en sigaretten, en laag scoren op sensation seeking gedrag, hebben een aantoonbaar grotere kans om na e-sigaretgebruik tabak te gaan roken. Laten we dit gebeuren, dan is de rookvrije generatie snel terug bij af.

Met de uitbreiding van de tabaks- en rookwarenregelgeving (en daarmee het rook- en reclameverbod alsmede de leeftijdsgrens) naar de e-sigaret in 2020 en de voorgenomen invoer van neutrale verpakkingseisen en een verbod op toegevoegde smaakjes in 2022 zet de overheid goede stappen. Toch is het zaak om nu niet te verslappen, want sluikreclame door celebs en influencers op sociale media blijft ondanks het reclameverbod lastig tegen te gaan. Ook andere, alternatieve nicotinehoudende producten zoals de allesbehalve ‘gezonde’ verhitte tabak en het nicotinehoudende snus blijven oppoppen. Het Nationaal Preventieakkoord uit 2018 stelt:

Een rook- en tabakvrije omgeving betekent ook dat kinderen niet in aanraking komen met nieuwsoortige tabaksproducten (zoals verhitte tabak) en e-sigaretten met en zonder nicotine. Door deze producten te gebruiken kunnen kinderen ook aan nicotine verslaafd raken en staan ze bovendien bloot aan schadelijke stoffen. Verder is het ook niet uitgesloten dat jongeren door het gebruik van deze producten beginnen met roken van tabak"

Laten we met z’n allen aan dit streven vasthouden, ook na 2021!

Bronnen en leestips

Schadelijk effect van roken op het lichaam:

Roken en kinderen: oorzaken, gevolgen en prevalentie

Alternatieve verslavende producten en de tabaksindustrie

Auteur

Petra  Hopman

Stuur een bericht aan contactpersoon Petra Hopman of bel +31 (0)30 - 2971(160)