Header Image

Wat doen we op dit thema?

Ggz uit de knel

In 2023 deed het Trimbos-instituut onderzoek naar de uitdagingen in de ggz. Op basis van gesprekken met ruim veertig stakeholders, worden zes bouwstenen onderscheiden om de ggz toekomstbestendiger te maken, de instroom te beperken en de kwaliteit van zorg te verbeteren:

  • Promotie van mentale gezondheid gedurende de gehele levensloop (en in alle relevante leefomgevingen). Hierbij is aandacht nodig voor de sociaalmaatschappelijke oorzaken van psychische problematiek, zoals bestaansonzekerheid en stress.
  • Laagdrempelige hulp bij (beginnende) psychische problemen en klachten, zonder DSM-diagnose. Het gaat hierbij om informele systemen en organisaties die een plek of luisterend oor bieden voor en meedenken met- mensen die klachten ervaren.
  • Integraal kijken en samenwerken in de eerste lijn. Zorg dat huisartsen en poh’s-ggz meer ingebed raken in de wijk en beter samenwerken met de sociale basis en het sociaal domein.Integraal kijken en samenwerken voor de poort van de ggz. Er moet integraal gekeken worden naar de hulpvraag van de cliënt, zodat snel de zorg of ondersteuning binnen of buiten de ggz (of allebei) georganiseerd wordt die past bij de hulpvraag en wens van de persoon.
  • ‘Jezelf (en anderen) leren helpen’ moet het basisprincipe worden van ggz-zorg, in plaats van ‘geholpen worden bij je problemen’. Dit vereist een kanteling in het denken over goede zorg. Ervarinsgdeskundigen spelen hierin een belangrijke rol.
  • Geïntegreerde zorg en ondersteuning voor mensen met EPA: Bied mensen die langdurig, intensieve zorg en nodig hebben, geïntegreerde zorg en ondersteuning, door multidisciplinaire teams, gericht op persoonlijk herstel en maatschappelijke inclusie.

Deze bouwstenen vormen geen keuzemenu, maar dienen alle, met oog voor de onderlinge wisselwerking, aandacht te krijgen. Dat betekent ook dat niet elke bouwsteen apart georganiseerd hoeft te worden.

ggz uit de knel

Versnellers-aanpakken wachttijden in de ggz

Om bij te dragen aan de aanpak van wachttijden in de ggz, is het Zonmw-programma ‘Versnellers binnen de ggz’ gestart. Een versneller is iemand die helpt met het opzetten of versterken van de samenwerking tussen partijen in een regio bij de wachttijdenaanpak. Het Trimbos-instituut en het Nivel voeren in samenwerking met InBegrepen en MIND een evaluatie- en begeleidingstraject uit in ruim 20 regio’s. Het doel is om inzicht te verkrijgen in de (mogelijk) effectieve onderdelen van de aanpak van wachttijden binnen de ggz. Als blijkt dat er effectieve elementen zijn, worden deze breder bekend gemaakt en duurzaam toegepast in andere regio’s. De resultaten van de evaluatie worden begin 2026 verwacht. In een tussenrapport zijn de aanpakken in de regio’s in kaart gebracht. Belangrijkste tussentijdse conclusies zijn:

Ambitieuze doelen versus bescheiden reikwijdte
De Versnellers-aanpakken streven ambitieuze doelen na (minder mensen naar de ggz, meer passende zorg, kortere wachttijden), terwijl hun opzet relatief beperkt is. De focus ligt op betere regionale samenwerking aan de ‘voorkant’ van de ggz. Dit roept vragen op over de haalbaarheid van de doelen. In het vervolg van het evaluatietraject onderzoeken we of in de Versnellers-regio’s via andere projecten en initiatieven wél aandacht is voor onderdelen van de wachttijdenaanpak die in de Versnellers-aanpakken ontbreken of onderbelicht blijven.

Aannames onvoldoende onderbouwd
De aanpak steunt op aannames die nog niet goed zijn onderzocht, zoals het idee dat veel wachtenden beter buiten de ggz geholpen kunnen worden. Veel wordt bijvoorbeeld verwacht van het verkennende gesprek. Bij de meeste Versnellers-aanpakken ligt de nadruk op triage en doorverwijzing, minder op inhoudelijke samenwerking. Hoewel er vertrouwen is in deze werkwijze, ontbreekt nog bewijs voor de effectiviteit ervan. In het vervolg van het evaluatietraject proberen we meer licht te werpen op de vraag in hoeverre deze aannames kloppen, om zodoende zicht te krijgen op (mogelijk) werkzame elementen van de aanpak voor wachttijden in de ggz.

Brede gesprek in de huisartsenpraktijk

Huisartsen en praktijkondersteuners (POH’s) spelen een belangrijke rol in het ondersteunen van patiënten met psychosociale klachten. Vaak spelen daarbij onderliggende sociaal-maatschappelijke problemen een rol, zoals eenzaamheid, schulden of werkloosheid. Alleen medische hulp of een ggz-traject is niet voldoende om deze patiënten te helpen. Om beter aan te sluiten bij de unieke situatie van elke patiënt, is het voeren van ‘het brede gesprek’ belangrijk. In het brede gesprek kijken huisartsen en POH’s niet alleen naar klachten en symptomen van een patiënt, maar ook naar diens leefomstandigheden. Met samenwerkingspartners onderzocht het Trimbos drie gespreksmodellen voor brede gespreksvoering, om inzicht te krijgen in het gebruik en de ervaringen van professionals en patiënten en om aanbevelingen te doen om het brede gesprek duurzaam in te bedden in de huisartsenzorg.

Het onderzoek laat zien dat het brede gesprek en het persoonsgericht werken al veel voet aan de grond hebben gekregen, maar dat er ook nog uitdagingen bestaan. Hoewel er breed draagvlak bestaat voor persoonsgericht werken en meerwaarde wordt ervaren, is dit voor een deel van de professionals nog niet in de dagelijkse routine ingebed. Het idee van breed kijken naar gezondheidsklachten lijkt voor de meeste professionals een behoorlijk gangbaar onderdeel van de werkwijze. Een ander belangrijk ander aspect van persoonsgericht werken is nog minder in de praktijk geland: het aspect van ‘shared decision making’, het daadwerkelijk verschuiven van mandaat naar de patiënt en de coachende rol die de professional daarbij dient in te nemen.

Overgang van sggz naar huisartsenzorg

Veel patiënten in de ggz ervaren problemen op meerdere levensdomeinen. Dat een behandeling in de ggz (tijdelijk) is afgerond, wil niet zeggen dat iemand geen behoefte meer heeft aan een andere vorm van zorg of ondersteuning. Naar analogie van het ‘verkennend gesprek’ wordt – voor bepaalde patiëntgroepen, zoals mensen met een ernstige psychiatrische aandoening – een overdrachtsgesprek tussen patiënt, ggz, sociaal domein en/of huisarts mogelijk gemaakt. Dit gesprek heeft tot doel gezamenlijk te verkennen wat iemand nodig heeft op het moment dat de behandeling in de ggz stopt. In de regio Noord-Holland Noord heeft het Trimbos, samen met Vicino NHN, GGZ NHN en huisartsenorganisatie HKN de werkwijze Doorstroom en Afstemmingsgesprek-gesprek (DAG) ontwikkelt, om de overgang vanuit de sggz naar de huisartsenzorg in goede banen te leiden. Het is de bedoeling dat het DAG-gesprek bijdraagt aan beter passende zorg voor cliënten en aan betere samenwerking tussen ggz, huisartsenzorg en sociaal domein. Momenteel wordt het DAG-gesprek via een pilot getest in de praktijk. Het doel is om inzicht te krijgen in hoe de werkwijze voor het DAG-gesprek in de praktijk wordt uitgevoerd en ervaren door professionals, cliënten en naasten.

Regionale cruciale ggz

Om de beschikbare ggz capaciteit zo effectief mogelijk in te zetten en ervoor te zorgen dat mensen die het meest kwetsbaar zijn, tijdig hulp krijgen, heeft het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord  als uitgangspunt dat de toegestane wachttijd voor zorg kan verschillen per type zorg of doelgroep. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen cruciale ggz en overige vormen van ggz.

Cruciale ggz richt zich op mensen met de meest ernstige en complexe psychische problemen.. Het is lastig om de doelgroep van cruciale ggz precies af te bakenen met strikte criteria. Dat komt doordat de zorgvragen vaak breed en wisselend zijn. Binnen de cruciale ggz worden zes typen zorgvormen onderscheiden, waarvan er twee regionaal worden aangeboden: acute zorg (crisisdiensten, IHT en HIC) en outreachende zorg (FACT-/wijkteams). Deze regionale cruciale ggz biedt zorg dichtbij huis voor mensen die intensieve en gespecialiseerde hulp nodig.

We onderzochten of het mogelijk is om te komen tot een landelijke onderbouwing van de behoefte aan regionale cruciale ggz. Dit deden we door bij zeven ggz-instellingen het zorggebruik in kaart te brengen en na te gaan of er een relatie is met regiokenmerken zoals stedelijkheid en sociaaleconomische status. Vanwege de complexiteit en regionale verschillen bleek het niet mogelijk te komen tot een stevig kwantitatief fundament voor capaciteitsplanning van de regionale cruciale ggz. Wel geeft het onderzoek inzicht in de ondergrens en variatie in de beschikbaarheid van de regionale cruciale ggz. Deelnemende ggz-instellingen wensen een bescheiden versterking van de ambulante cruciale ggz, met aandacht voor multidisciplinaire teams, betere samenwerking in netwerken en investeringen in de sociale basis. Het is wenselijk om te komen tot een breed gedragen landelijk perspectief (en zo mogelijk consensus) over één of meerdere ontwikkelscenario’s voor de regionale cruciale ggz.

Doorbraakproject Digitale Transformatie in de ggz

Hybride zorg, een mix van fysieke en digitale ondersteuning, kan bijdragen aan betere toegankelijkheid, meer regie voor cliënten en verlichting van de druk op zorgverleners. De omslag naar hybride werken blijkt lastig. Het Doorbraakproject Digitale Transformatie ondersteunt ggz-instellingen om dit structureel in te bedden in de praktijk. Anderhalf jaar lang werken instellingen samen met experts aan concrete verbeteringen, zoals beeldbellen, zelfhulpmodules en AI-toepassingen. Teams krijgen ondersteuning bij het ontwikkelen van visie, het veranderen van werkwijzen en het vergroten van draagvlak. Door kennis en ervaringen te delen, leren zij wat werkt en hoe innovaties echt onderdeel worden van de dagelijkse praktijk.