Sterfgevallen drugs: opioïde pijnstillers spelen grotere rol
In 2024 overleden er ten minste 378 mensen van 15 jaar en ouder aan de directe gevolgen van drugs of opioïde pijnstillers. Dit aantal is drie keer hoger dan in 2014. Deze toename komt vooral door een stijging in het aantal sterfgevallen door opioïden en een verzamelcategorie van overige, niet gespecificeerde drugs. Sterfte door opioïde pijnstillers lijkt een steeds grotere rol te spelen.
Dit blijkt uit cijfers uit de Doodsoorzakenstatistiek van het CBS. De nieuwe sterftecijfers zijn nu in de Nationale Drug Monitor gepubliceerd. Dit gaat vooral over gevallen van overdosering.
Sterfgevallen door drugsgebruik bijna drie keer zo hoog in tien jaar
Het aantal geregistreerde sterfgevallen door direct drugsgebruik is in tien jaar tijd bijna verdrievoudigd. In 2014 ging het om 123 sterfgevallen; in 2024 waren dat er 378. Deze stijging komt vooral door meer sterfgevallen door opioïden en door overige, niet gespecificeerde drugs.
- Het aantal sterfgevallen door opioïden verviervoudigde in deze periode: van 40 in 2014 naar gemiddeld zo’n 165 per jaar in 2020-2024.
- Het aantal sterfgevallen door cocaïne nam toe van 24 in 2014 naar ongeveer 61 in 2024, met het hoogste aantal in 2021 (72).
- Het aantal sterfgevallen gerelateerd aan stimulantia (zoals amfetamine, ecstasy en MDMA) blijft relatief laag, rond de 11 per jaar, met een piek van 19 in 2024.
- Een opvallende stijger is de groep overige, niet gespecificeerde drugs. Het aantal sterfgevallen hierin verdrievoudigde tussen 2014 en 2024, van 45 naar 135. Vooral in het laatste jaar was de toename groot: ten opzichte van 2023 verdubbelde het aantal sterfgevallen in deze groep.
“De stijging in het aantal sterfgevallen door opioïden en andere middelen kunnen we op dit moment niet verklaren,” zegt drugsonderzoeker Lisa Davies. “Mogelijk speelt een verbeterde registratie een rol, evenals een toename in het gebruik van medicinale opioïden. Omdat de gegevens per middelengroep worden aangeleverd en sommige gevallen onder ‘overig/niet gespecificeerd’ vallen, kunnen we geen uitspraken doen over specifieke middelen.” Ondanks dat de precieze oorzaken onduidelijk blijven, vraagt de stijgende trend om blijvende aandacht.
Grootste deel opioïden sterfgevallen door opioïde pijnstillers
In 2024 ging het om iets minder dan de helft (43%) van de overlijdens om opioïdengebruik. Opioïden zijn middelen met een sterk verdovende en pijnstillende werking die snel verslavend kunnen zijn. Voorbeelden zijn heroïne, methadon, maar ook oxycodon, morfine, en fentanyl. De meeste mensen die zijn overleden door opioïden waren man en gemiddeld 48 jaar oud.
Het grootste deel van sterfgevallen viel in de groep ‘andere opioïden’ dus niet heroïne of methadon (112 gevallen; 70%). In deze groep vallen middelen zoals oxycodon en morfine. Fentanyl valt hier niet onder, maar valt in een andere groep: synthetische opioïden. Het aandeel van deze groep ‘andere opioïden’ is sinds 2018 bijna verdubbeld (van 44% naar 70%). Terwijl sterfte door heroïne en methadon juist afnam. Heroïne daalde van 12% in 2018 naar 6% in 2024 (10 gevallen); methadon van 11% naar 7% (11 gevallen).
De cijfers wijzen erop dat opioïde pijnstillers een steeds grotere rol zijn gaan spelen. Het is niet vast te stellen of dit uitsluitend gaat om middelen die door een arts zijn voorgeschreven of zonder recept zijn verkregen.” – Lisa Davies, drugsonderzoeker
Eén op de drie opioïdensterfgevallen door suïcide
Opvallend is dat bij één op de drie sterfgevallen door opioïdengebruik sprake was van een opzettelijke overdosis (suïcide). Dat is veel vaker dan bij andere drugs (10%). Dit kan nog een indicatie zijn dat het om een andere groep mensen gaat.
Achter de cijfers gaan verschillende groepen mensen schuil. Dit kan belangrijke gevolgen hebben voor het preventiebeleid. Iemand die per ongeluk een overdosis heroïne neemt, iemand die opioïden op voorschrift gebruikt tegen pijn, of iemand die opioïden gebruikt om het leven te beëindigen: deze situaties vragen elk om een andere aanpak.” – Margriet van Laar, afdelingshoofd Drugsmonitoring en -beleid
Sterfte door ‘overig/niet gespecificeerde’ middelen sterk gestegen afgelopen jaar
Het aantal sterfgevallen binnen de groep ‘overige en niet gespecificeerde drugs’ is het afgelopen jaar opvallend toegenomen van 88 sterfgevallen in 2023 naar 135 in 2024, een toename van meer dan de helft.
Bij deze categorie is niet bekend om welke middelen het precies gaat. Deze groep is een verzamelcategorie voor sterfgevallen waarbij drugs een rol heeft gespeeld, maar waarvoor geen specifieke ICD-code is. Hieronder vallen onder andere sterfgevallen gerelateerd aan Nieuwe Psychoactieve stoffen (NPS), ook bekend als designer drugs. Ook als iemand is overleden door (de langdurige gevolgen van een stoornis in) het gebruik van meerdere middelen.
“Zo verschijnen er de afgelopen jaren steeds meer nieuwe synthetische opioïden en andere NPS’en op de Europese drugsmarkt. Die leiden in sommige landen tot ernstige vergiftigingen en sterfgevallen”, signaleerde Van Laar eerder. Ook in Nederland zijn deze stoffen aangetroffen. Zo gaf het Trimbos-Instituut eerder dit jaar Red Alert voor namaak-oxycodonpillen die in omloop zijn die nitazenen bevatte. In september 2025 heeft het kabinet besloten om alle nitazenen onder de Opiumwet te plaatsen.
In Nederland zijn recent ook vermoedelijke sterfgevallen gemeld die verband houden met de verkoop van designerdrugs via webshops. Het is nog onduidelijk wat de exacte doodsoorzaak was en hoe deze gevallen zijn geregistreerd in de Doodsoorzakenstatistiek.
Cijfers gaan alleen over directe sterfte
Drugsgerelateerde sterfte kan worden onderverdeeld in directe en indirecte sterfte. Wanneer er een direct verband is tussen het gebruik van een drug en het overlijden noemen we dit directe sterfte. Bijvoorbeeld overlijden door een overdosis, maar ook wanneer iemand overlijdt door een ziekte die veroorzaakt is door het (chronisch) gebruik van een drug.
Mensen kunnen ook overlijden door de indirecte gevolgen van drugsgebruik, bijvoorbeeld door de gevolgen van een infectie opgelopen door een besmette naald, een ongezonde leefstijl bij verslavingsproblematiek of een ongeval onder invloed van drugs. Dit noemen we indirecte sterfte. Er zijn geen schattingen beschikbaar voor de indirecte sterfte door drugsgebruik.
De cijfers in dit nieuwsbericht gaan alleen over directe sterfte die vastgesteld is door een arts. Dit is dus een onderschatting van het totale aantal sterfgevallen gerelateerd aan drugs.
Over de data
In de Doodsoorzakenstatistiek worden onderliggende doodsoorzaken van alle overleden inwoners van Nederland verzameld. De doodsoorzakenverklaringen worden door artsen ingevuld en vervolgens door het CBS gecodeerd volgens de International Classification of Diseases (ICD-10) normen. De gegevens zijn geselecteerd volgens het protocol voor direct drugsgerelateerde sterfte van het Drug Agentschap van de Europese Unie (EUDA). Dit protocol is gebaseerd op een selectie van ICD-codes. Slaap- en kalmeringsmiddelen vallen hier niet onder. Bekijk deze pagina voor meer informatie over de data.
Heb je vragen over drugsgebruik of maak jij je zorgen over jezelf of iemand anders? Bel de drugsinfolijn op 0900-1995 (€0,10/min) of ga naar www.drugsinfo.nl.
Denk jij aan zelfdoding? Neem 24/7 gratis en anoniem contact op met 113 Zelfmoordpreventie via 0800-0113 of chat op 113.nl.
Bekijk hieronder alle nieuwe sterftecijfers in de Nationale Drug Monitor:
- Amfetamine
- Cannabis
- Cocaïne
- Ecstasy (MDMA)
- Opioïden
- Psychedelica
- Slaap- en kalmeringsmiddelen
- Nieuwe Psychoactieve Stoffen (NPS)