Praktijkondersteuner huisarts GGZ: wat goed gaat en wat nóg beter kan

4 oktober 2021

De praktijkondersteuner huisarts GGZ (POH-GGZ) heeft een steeds belangrijkere rol in de hulpverlening voor mensen met psychische problemen. We weten echter nog weinig over de dagelijkse inrichting en uitvoering van de functie POH-GGZ, wat de ervaringen van patiënten zijn en wat de POH-GGZ bijdraagt aan hun herstelproces. Om hier meer zicht op te krijgen heeft het Trimbos-instituut samen met de Landelijke Vereniging POH-GGZ een meerjarig onderzoek uitgevoerd.

Variatie in de organisatie en uitvoering

Uit ons onderzoek komt naar voren dat er duidelijke variatie bestaat in hoe functie POH-GGZ in de dagelijkse praktijk wordt georganiseerd en uitgevoerd. Voor een deel van de POH’s-GGZ is winst te behalen in de vormgeving van de functie in de praktijk, waaronder:

  • het hebben van vaste overlegmomenten met de huisarts;
  • maximaal acht tot negen face-to-face gesprekken met patiënten op een werkdag; en
  • een maximale wachttijd tot het intakegesprek van één tot twee weken.

Wat goed gaat en wat nóg beter kan

POH’s-GGZ zelf, huisartsen en andere betrokkenen zien de functie POH-GGZ als een echte aanwinst voor de huisartsenpraktijk. Wel geven zij aandachtspunten mee voor het optimaliseren van de organisatie en uitvoering van de functie in de praktijk:

  • het borgen van de kwaliteit van de functie POH-GGZ;
  • het verminderen van de werkdruk van de POH-GGZ;
  • het verder verbeteren van de samenwerking tussen de POH-GGZ en de huisarts; en
  • het verbeteren van de samenwerking van de POH-GGZ met de GGZ en het sociaal domein.

Volwassen patiënten zijn over het algemeen tevreden tot zeer tevreden over POH’s-GGZ, hun hulpverlening, en in het bijzonder over de interactie en het contact met de POH-GGZ. Verbeterruimte zien patiënten op het gebied van:

  • gezamenlijke, geïnformeerde besluitvorming over de hulpverlening tussen patiënt en POH-GGZ;
  • de toegankelijkheid en beschikbaarheid van de POH-GGZ tijdens het hulpverleningstraject; en
  • de resultaten van de hulpverlening van de POH-GGZ.

Een langere werkervaring als POH-GGZ en het gevolgd hebben van een aanvullende post-hbo opleiding tot POH-GGZ dragen bij aan hogere patiënttevredenheid. Deze bevindingen geven aan dat het belangrijk is om startende en onervaren POH’s-GGZ in de huisartsenpraktijk voldoende begeleiding en supervisie te bieden. Ook laten deze bevindingen zien dat het een goed idee is om het voltooien van de post-hbo opleiding als voorwaarde te stellen voor registratie in het Kwaliteitsregister voor POH-GGZ.

Wat meespeelt bij het behalen van resultaat en doelmatigheid

Uit het onderzoek blijkt dat de ernst van psychische klachten van volwassen patiënten van POH’s-GGZ aanzienlijk verminderde (daling van 36% tot 46%) 3 maanden na intake, en verder afnam na 12 maanden follow-up, hoewel minder sterk. Daarnaast verbeterde de kwaliteit van leven en het functioneren van volwassen patiënten na 3 en 12 maanden follow-up. Hoewel deze bevindingen suggereren dat de hulpverlening van de POH-GGZ effectief is, kan vanwege de onderzoeksopzet (een cohortstudie zonder controlegroep) geen oorzakelijke relatie worden gelegd tussen enerzijds de hulpverlening van de POH-GGZ en anderzijds de klachtvermindering en de verbetering van kwaliteit van leven en functioneren.

De hulpverlening van ervaren POH’s-GGZ bleek 3 maanden na intake zowel minder effectief als minder doelmatig te zijn dan de hulpverlening van POH’s-GGZ met weinig werkervaring. Deze effecten van werkervaring verdwenen echter na 12 maanden follow-up. Dit wijst erop dat ervaren POH’s-GGZ – in vergelijking met POH’s-GGZ met weinig werkervaring – gemiddeld genomen hulp bieden aan patiënten met complexere psychische problemen, die minder snel opknappen en meer kosten genereren in de 3 maanden na intake. Op de langere termijn herstellen de patiënten met meer complexe psychische problemen van ervaren POH’s-GGZ uiteindelijk in dezelfde mate als de patiënten met minder complexe psychische problemen van weinig ervaren POH’s-GGZ. Dit is relevant gezien de verwachting dat de komende jaren relatief veel jongere professionals met weinig werkervaring zullen instromen als POH-GGZ. Het bieden van voldoende begeleiding en supervisie aan startende en onervaren POH’s-GGZ in de huisartsenpraktijk lijkt daarom belangrijk om zoveel mogelijk te voorkómen dat patiënten onnodig worden verwezen naar de GGZ.

Ten slotte is gevonden dat het volgen van de aanvullende post-hbo opleiding tot POH-GGZ, nascholing en intervisie/supervisie bijdragen aan een effectievere hulpverlening van de POH-GGZ. Deze bevinding ondersteunt wederom de keuze om het voltooien van de post-hbo opleiding tot POH-GGZ een criterium te laten worden voor registratie in het Kwaliteitsregister voor POH-GGZ. Daarnaast wijst het op de relevantie van het onderhouden of uitbreiden van de eigen deskundigheid als POH-GGZ voor effectieve hulpverlening.