Onze visie op het drugsmanifest

Drugs drugsbeleid

donderdag 23 januari 2020 | Margriet van Laar

Afgelopen maand heeft D66 met Jellinek, Verslavingskunde Nederland (VKN) en diverse verslavingsartsen het drugsmanifest gelanceerd waarin de overheid wordt opgeroepen het drugsbeleid te reguleren. Hoewel het Trimbos-instituut in diverse (verslavings)netwerken en bij VKN betrokken is, en we ons kunnen vinden in een aantal doelstellingen, hebben wij na intensieve bestudering en goed beraad het manifest niet ondertekend.

Waarom we niet getekend hebben

Onze afwegingen om het drugsmanifest van D66 niet te ondertekenen zijn:

  1. We zijn een onafhankelijk kennisinstituut en baseren onze onderzoeken, (beleids)adviezen en standpunten zoveel mogelijk op feiten en cijfers. Wij proberen niet mee te gaan in de politieke waan van de dag en laten stellige meningen over aan politici. Het ondertekenen van manifesten van een politieke partij past niet bij onze positie als onafhankelijk kennisinstituut.

  2. Wij staan voor kritische reflectie en evaluatie van het huidige drugsbeleid, maar vinden dat je net zo kritisch moet kijken naar oplossingen en mogelijk onbedoelde of onvoorziene neveneffecten. In het drugsmanifest staan doelstellingen waar wij achter staan, maar ook een aanpak die onvoldoende rekening houdt met deze aspecten.

Wat er in het manifest staat

Onze reactie op genoemde oplossingen in het drugsmanifest:

  • Regulering wordt in het manifest neergezet als de oplossing voor het tegengaan van criminaliteit. Ons inziens kan regulering ook drempelverlagend werken op het gebruik. Een toename van het gebruik betekent mogelijk ook meer gezondheidsschade of incidenten.

  • Wij zijn het eens met het voorstel in het manifest voor het verder verbeteren van de toegankelijkheid en kwaliteit van voorlichting en hulpverlening, met daarbij vooral oog voor jongeren en andere kwetsbare personen. Dat kan echter nu ook. We hoeven daarvoor niet te wachten tot er een volledig uitgewerkt drugsbeleid is.

  • In het manifest wordt gepleit om “het streven te laten varen om via repressie naar een drugsvrije wereld te komen omdat het een heilloze weg is.” Dit gaat voorbij aan het feit dat in Nederland al sinds decennia een pragmatisch beleid wordt gevoerd met een humanitaire behandeling van gebruikers en verslaafden voorop. Gebruikers worden hier in principe niet gecriminaliseerd.

  • In het manifest wordt gepleit voor een gereguleerde drugsmarkt, te leren van het wietexperiment en daarop voort te bouwen. Dat is het hele idee van het wietexperiment, maar dat moet nog starten. Het lijkt logischer om eerst de resultaten daarvan af te wachten en dan te bepalen of het effectief is. De resultaten zeggen in principe niets over andere drugsmarkten, zoals xtc en cocaïne.

  • Er wordt in het drugsmanifest ook gesteld dat de schade beperkt kan worden door mensen die drugs gebruiken niet te stigmatiseren en te criminaliseren. Of en hoe er sprake is van stigmatisering van drugsgebruikers is een goed punt om verder te verkennen. Als we het hebben over schadebeperking, in het  huidige beleid krijgt elke drugsgebruiker eerste hulp, zonder daarbij risico te lopen opgepakt te worden. Gebruikers kunnen hun drugs laten testen, kwalitatief hoogwaardige informatie en voorlichting krijgen over de gekochte drugs, en is er een landelijk netwerk van verslavingszorg beschikbaar om te helpen als het gebruik uit de hand is gelopen.

  • We steunen de oproep in het drugsmanifest om internationaal meer samen te werken. De drugsproblematiek is bij uitstek een mondiale kwestie, maar ook een zeer weerbarstige waarvoor een lange adem nodig is en veranderingen zeer geleidelijk en soms onvoorspelbaar gaan. Internationale samenwerking is zelfs noodzakelijk als we grip willen krijgen op de criminaliteit. Want zo lang er in het buitenland grote vraag naar in Nederland geproduceerde drugs blijft bestaan, zal de georganiseerde criminaliteit brood zien in handel en productie.

Auteur

Margriet van Laar

Stuur een bericht aan contactpersoon Margriet van Laar of bel +31 (0)30 - 2959(320)