'Met de Monitor Woonvormen Dementie weet je waar je staat'

dementie MonitoringWoonvormenDementie Ouderen PersoonsgerichtWerken Zorg & Participatie

woensdag 04 augustus 2021 | Janne van Erp

De Monitor Woonvormen Dementie geeft een schat aan informatie over de staat van de Nederlandse dementiezorg. Maar wat hebben organisaties die veel investeren om de data aan te leveren er zelf aan? Janne van Erp en Milan van der Kuil vroegen het aan medewerkers van deelnemende instellingen.

Met onze koffers vol vragenlijsten zijn we in 2019 op pad gegaan om gegevens te verzamelen voor de Monitor Woonvormen Dementie (Monitor). Inmiddels zijn de koffers leeg en zijn wij veel kennis en ervaring rijker. De werving van de volgende meetronde van de Monitor staat alweer op het punt te beginnen. Waarom zou je als zorgorganisatie eigenlijk meedoen met de Monitor? Hoe hebben de deelnemers hun deelname aan de Monitor ervaren en wat heeft de Monitor hen gebracht?

Elke twee jaar voert het Trimbos-instituut de Monitor uit om de stand van de dementiezorg in kaart te brengen. Dit onderzoek wordt uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en biedt belangrijke informatie voor het voeren van beleid. Hiernaast ontvangen deelnemende organisaties een persoonlijke rapportage over de zorgkwaliteit op hun locatie of afdeling. We blikken samen met twee leidinggevenden en een coördinerend verpleegkundige van drie verschillende organisaties terug op hun deelname aan de vijfde meetronde van de Monitor.

Waarom doen woonvoorzieningen mee?

Alle deelnemers geven aan dat het optimaliseren van de kwaliteit van zorg die zij leveren aan bewoners de belangrijkste reden is om deel te nemen aan de Monitor. Ze willen hun manier van werken graag meetbaar en inzichtelijk maken. Zo vertelt de coördinerend verpleegkundige: “Op de afdeling liepen er al initiatieven om persoonsgericht te werken. Wij hadden het gevoel dat dit goed ging, maar dit is moeilijk in kaart te brengen. De Monitor bleek een mooi instrumenten om dit ook daadwerkelijk te meten.”

De andere leidinggevende sluit zich hier bij aan: “Door mee te doen aan de Monitor weet je waar je staat met de zorg. Wat je denkt dat je doet, wordt zichtbaar gemaakt in grafieken en tabellen.” Ook vinden deelnemers het fijn een referentiekader te hebben waarin zij zich kunnen vergelijken met andere woonvoorzieningen voor mensen met dementie in Nederland.

Hoe hebben deelnemers hun deelname ervaren?

Deelname aan de Monitor kostte wat werk, omdat veel onderdelen meegenomen worden. Desondanks gaven alle partijen aan de deelname als zeer prettig ervaren te hebben. De coördinerend verpleegkundige geeft aan dat het periodieke overzicht van afgeronde en lopende taken erg handig was. Een leidinggevende vertelt: “In eerste instantie leek het invullen van alle vragenlijsten veel werk, maar collega’s hebben de vragenlijsten op het werk, thuis of in groepjes ingevuld. Dit maakte de tijdsinvestering achteraf geen punt.”           

Zorgmedewerkers werden vanaf het begin intensief betrokken bij het onderzoek. Een leidinggevende geeft aan: “Deelname heeft ook voor het personeel meerwaarde. Het is een manier waarop zij zich kunnen uiten en het is leuk om terug te zien waar zij goed in zijn en waar zij in kunnen investeren.” In de woonvoorziening waar de coördinerend verpleegkundige werkzaam is, kwam het initiatief zelfs vanuit het team. Ze licht toe: “De organisatie is zelfsturend en het personeel streeft naar hoge kwaliteit van zorgverlening. Het initiatief om deel te nemen aan de Monitor kwam juist vanuit de verpleegkundigen. Omdat het management zelf moeite gestoken had in het organiseren van persoonsgerichte zorg waren zij zeer enthousiast over dit initiatief.”

Wat deden deelnemers gedaan met de uitkomsten?

Door de Monitor hebben deelnemers inzichten gekregen die motiveerden, bewustwording creëerden en aanzetten tot verandering. De resultaten lagen vaak in de lijn der verwachting. De coördinerend verpleegkundige geeft aan dat het fijn was om hun vermoedens bevestigd te zien. De resultaten bevestigden wat men in de praktijk al dacht te zien: het persoonsgericht werken waar ze mee bezig waren, bleek goed te gaan. Een leidinggevende vertelt dat het ook leuk en leerzaam is om dingen boven water te krijgen die in het reguliere contact niet naar voren komen. Zo is hij zich er bijvoorbeeld van bewust geworden dat de denkwijze die zij als leidinggevenden aanhouden en willen doorgeven, toch net anders geïnterpreteerd kan worden door de zorgmedewerkers.

Daarnaast verschilde het ook hoe hij als leidinggevende de zorgbelasting inschatte en hoe de zorgmedewerkers dit ervaarden. Zo vertelt de leidinggevende: “we beseffen dat de zorg voor onze doelgroep voor medewerkers niet altijd eenvoudig is en de medewerkers op een andere golflengte kunnen zitten dan wij. Er zijn in de woonvoorziening geen veranderingen in de personele bezetting doorgevoerd, maar er wordt nu open over de ervaren werkbelasting gesproken.”     

De resultaten van de Monitor werden bij de gesproken deelnemers in werkoverleggen met zorgmedewerkers of tijdens een familieavond besproken. Waar de positieve resultaten werden gezien als aanmoediging om op dezelfde manier door te gaan, werden de onverwachte resultaten opgepakt. Zo gaf de coördinerend verpleegkundige aan dat er stappen genomen zijn om bewoners meer te betrekken bij de alledaagse activiteiten. Bij twee andere woonvoorzieningen werd het contact met familie verbeterd.

Een leidinggevende vertelt dat er nu nauwer contact met de familieleden onderhouden wordt door middel van een nieuwsbrief en structureel overleg met familie. Waar voor sommige punten concrete wijzigingen zijn doorgevoerd, is voor andere punten de bewustwording ook al een goede stap. Deze bewustwording leidde dan bijvoorbeeld tot het openen van gesprekken over die thema’s binnen het team.

De toekomst

Dit interview met deelnemers laat ons zien dat de directe terugkoppeling van resultaten inzichten biedt en kan leiden tot verbeteringen bij een organisatie. Deelname aan de Monitor is niet enkel van belang voor de Nederlandse dementiezorg, maar kan binnen een organisatie veranderingen aanmoedigen.

Inmiddels zijn de voorbereidingen voor de zesde meetronde van de Monitor, die in 2022 zal plaatsvinden, gestart. Omdat er steeds meer verschillende woonvormen voor mensen ontstaan, die tussen zelfstandig thuis wonen en het verpleeghuis in zitten, breidt de Monitor uit. Niet alleen woonvoorzieningen die verpleeghuiszorg bieden aan mensen met dementie, maar ook andere organisaties actief in de keten dementiezorg kunnen deelnemen. Wij hopen zo een completer beeld de krijgen van de dementiezorg en hoe woonvormen kunnen bijdragen aan zorg en ondersteuning en de deelnemende organisaties inzichten te bieden over hun manier van werken.

Voor meer informatie over de Monitor kunt u contact opnemen met Marleen Prins of Henriëtte van der Roest.

Wilt u meer lezen over de resultaten van de vijfde meetronde van de Monitor? Deze kunt u lezen in de rapportage of factsheet. Daarnaast zijn de resultaten van het verdiepende thema Zorgtechnologie en Innovatie beschreven in een aparte rapportage en factsheet.

Kijk op de vernieuwde website en in de nieuwsbrief voor meer informatie over de nieuwe meetronde van de Monitor Woonvormen Dementie.