Minder verkooppunten van tabak: geen gek idee

PreventieakkoordTabak rookbeleid Tabak

dinsdag 06 oktober 2020 | Marc Willemsen

Verschillende maatregelen uit het Nationaal Preventieakkoord om roken te ontmoedigen zijn dit jaar doorgevoerd. Zo zijn de onderwijsterreinen rookvrij, krijgen sigarettenpakjes een neutrale verpakking en moeten sigaretten bij supermarkten uit het zicht worden gehaald. Programmahoofd Tabaksontmoediging bij het Trimbos-instituut, Marc Willemsen, pleit in dit blog voor een belangrijke volgende stap naar een rookvrije generatie: Het verminderen van het aantal verkooppunten en het instellen van een vergunningensysteem.

Eind 2015 was er een opvallend televisiespotje te zien waarin cabaretier Roué Verveer samen met een groepje kinderen ontdekte dat er op meer dan 30.000 plekken in Nederland sigaretten werden verkocht. Terwijl er op ongeveer 9.000 plekken brood werd verkocht.  De campagne eindigde met “Dat is eigenlijk best gek”. En nu, 5 jaar later, is het nog steeds gek dat er nog op zoveel plekken tabaksproducten worden verkocht.  

Minder zien is minder roken

Het grote aantal verkooppunten zorgt simpelweg voor veel blootstelling aan tabak en tabaksreclame. Dit wekt de indruk dat tabaksproducten, net als brood, normale producten zijn. Een vermindering van verkooppunten draagt bij aan de norm dat roken niet normaal is. En dat helpt weer om de kans te verminderen dat jongeren beginnen met roken. Uit eerder onderzoek van het Trimbos-instituut naar de impact van verkooppunten weten we dat veelvuldige blootstelling aan tabak de kans vergroot dat jongeren beginnen met roken of blijven roken (Monshouwer et al. 2014). Een recente overzichtsstudie laat een verband zien tussen de dichtheid van verkooppunten en rookgedrag van jongeren die in de buurt wonen. (Marsh et al., 2020).

Geen nieuw idee

Het idee om het aantal verkooppunten te verminderen is niet van vandaag of gisteren. In 1975 verscheen er al een rapport van de Gezondheidsraad, waarin voorgesteld werd om het aantal verkooppunten van tabak drastisch te beperken. Hier werd geen politiek vervolg aan gegeven. Later is er vanuit de Tweede Kamer verschillende keren aangedrongen op deze maatregel, bijvoorbeeld in een motie van de Socialistische Partij (Marijnissen in 1996) en van de ChristenUnie in 2009 (Wiegman) en in 2015 (Dik-Faber) en dit jaar nóg een keer (Kuik en Dik-Faber). Er is dus veel politieke druk om iets te doen aan het grote aantal verkooppunten, maar tot nu toe heeft het kabinet op dit punt geen echte actie ondernomen anders dan de zaak in onderzoek nemen. Ook de steun onder de bevolking lijkt breed. Uit recent onderzoek van de Gezondheidsfondsen voor Rookvrij blijkt ook dat een meerderheid van de Nederlanders geen sigarettenverkoop meer wil in supermarkten.

Aantal verkooppunten daalt langzaam

Het aantal verkooppunten van tabak is inmiddels wel aan het dalen: voor een deel door natuurlijk verloop (de overgang van bemande naar onbemande tankstations en het verdwijnen van videotheken) en doordat sommige winkelketens (drogisterijketens en supermarkt Lidl) de sigaretten uit het assortiment halen. De verkooppunten op de treinstations verdwijnen ook. Dit zijn signalen dat winkeliers er steeds minder brood in zien en in toenemende mate mee willen gaan met de beweging van een Rookvrije Generatie en liever niet meer geassocieerd willen worden met de verkoop van tabak.

Geen vergunning nodig om tabak te verkopen: best gek

Toch worden er in Nederland nog op veel plekken tabak verkocht, zoals supermarkten en tankstations. Het aantal plekken is niet precies bekend, omdat de verkoop nergens is geregistreerd. Er is in Nederland zelfs geen vergunning nodig voor de verkoop van tabak. Verbazingwekkend, omdat het toch gaat om het meest schadelijke product dat voor consumenten te koop is. Dat is eigenlijk best gek.

Eigenlijk mag iedere ondernemer in Nederland dus tabak verkopen, zolang je je maar aan de regels van de Tabakswet houdt. Het invoeren van een vergunningensysteem, vergelijkbaar met wat nodig is voor de verkoop van bijvoorbeeld sterke drank, ligt voor de hand. De verkoop zou dan beperkt kunnen worden tot speciaalzaken, die gericht gecontroleerd kunnen worden op verkoop aan minderjarigen en op ongeoorloofde reclame. Finland kent bijvoorbeeld al sinds 2009 een vergunningensysteem. De overheid heeft meer mogelijkheden om controle te krijgen op de verkoop van tabak en kan de geleidelijke afbouw van het aantal verkooppunten gemakkelijker realiseren, bijvoorbeeld door specifieke voorwaarden te stellen aan het verkrijgen van een (tijdelijke) vergunning.

Volgende stap in brede aanpak richting Rookvrije Generatie

Voor succesvol anti-tabaksbeleid is een breed pakket aan maatregelen nodig. Onderzoek laat zien dat maatregelen juist in samenhang effectief zijn (Feliu et al., 2018). Het pakket van maatregelen in het Nationaal Preventieakkoord om het roken definitief de wereld uit te helpen gaat hier ook van uit.

In Nederland wordt al een aantal belangrijke stappen gezet: de invoering van een uitstalverbod voor tabaks- en aanverwante producten (per 1 juli dit jaar voor supermarkten en per 1 januari volgend jaar voor alle overige verkooppunten) en van neutrale verpakkingen voor sigaretten en shag (per 1 oktober 2020). Een vermindering van het aantal verkooppunten van tabak door het instellen van een vergunningensysteem lijkt mij wel een logische volgende stap.

Auteur

Marc  Willemsen

Stuur een bericht aan contactpersoon Marc Willemsen of bel +31 (0)30 - 2971(156)