Longitudinale studie: relatie tussen persoonlijkheidskenmerken en problematisch alcoholgebruik
Onderzoekers uit Italië, Nederland en België hebben een longitudinale studie van 23 jaar uitgevoerd naar persoonlijkheidskenmerken in de kindertijd, puberteit en jongvolwassenheid en de relatie met problematisch alcoholgebruik op volwassen leeftijd. Het onderzoek is onderdeel van de Vlaamse Studie naar opvoeding, persoonlijkheid en ontwikkeling.
Tijdens drie levensfasen (kindertijd (±8 jaar), puberteit (±16 jaar), jongvolwassenheid (±22 jaar) werden de persoonlijkheidskenmerken van de deelnemers vastgesteld. Het ging om zorgvuldigheid (consciëntieusheid), extraversie, emotionele instabiliteit (neuroticisme), vriendelijkheid en verbeeldingskracht. Rond de leeftijd van 30 jaar werd met de Alcohol Use Disorder Identification Test (AUDIT) bepaald of er sprake was van problematisch alcoholgebruik. Op basis van de AUDIT-score werd onderscheid gemaakt tussen een laag (0-7), medium (8-15) of hoog (16 of hoger) niveau van problematisch alcoholgebruik. De onderzoekers richtten zich op het begrip van noodzakelijke causaliteit. Dit betekent dat ze wilden weten welke persoonlijkheidskenmerken een noodzakelijke voorwaarde zijn om problematisch alcoholgebruik te kunnen ontwikkelen.
Uit dit onderzoek blijkt dat van alle onderzochte persoonlijkheidskenmerken alleen een lage mate van zorgvuldigheid een noodzakelijke voorwaarde was voor problematisch alcoholgebruik. Een hoge mate van zorgvuldigheid leek daarentegen vrijwel volledige bescherming te bieden. Dit patroon was aanwezig bij alle onderzochte levensfasen. Andere persoonlijkheidstrekken waren volgens de analyses niet noodzakelijk voor problematisch alcoholgebruik.
De onderzoekers concluderen dat het mogelijk is om vroeg in het leven al persoonlijkheidskenmerken te herkennen die onderscheid maken tussen mensen die vatbaar zijn voor problematisch alcoholgebruik op volwassen leeftijd en mensen die dat niet zijn.
Lees meer over dit onderwerp in onze dossiers:
