Mijn Trimbos Wat is Mijn Trimbos?

   

Symptomen borderline

Wat zijn de criteria waaraan men moet voldoen om te bepalen of sprake is van de borderline persoonlijkheidsstoornis?

Volgens de criteria (DSM-IV)[1] kan de diagnose gesteld worden wanneer sprake is van een diepgaand patroon van instabiliteit in intermenselijke relaties, zelfbeeld en emoties en van duidelijke impulsiviteit.

Dit patroon moet begonnen zijn in de vroege volwassenheid en tot uiting komen in diverse situaties. Mensen met borderline voldoen aan 5 of meer van de volgende 9 criteria:

  • Krampachtig proberen te voorkomen om feitelijk of vermeend in de steek gelaten te worden.
  • Een patroon van instabiele en intense relaties met anderen, gekenmerkt door wisselingen tussen overmatig idealiseren en kleineren (extreem zwart-witdenken, iemand is geweldig of waardeloos).
  • Identiteitsstoornis: aanhoudend wisselend zelfbeeld of zelfgevoel.
  • Impulsiviteit met negatieve gevolgen voor zichzelf op minstens twee gebieden. Bijvoorbeeld: geldverspilling, veel wisselende seksuele contacten, middelenmisbruik, roekeloos rijgedrag, vreetbuien.
  • Terugkerende pogingen tot zelfdoding, gestes of dreigingen, of zelfverwonding.
  • Sterk wisselende stemmingen, als reactie op gebeurtenissen. Dit kan leiden tot periodes van intense somberheid, prikkelbaarheid of angst, meestal enkele uren durend en slechts zelden langer dan een paar dagen.
  • Een chronisch gevoel van leegte.
  • Inadequate, intense woede of moeite boosheid te beheersen. Dit uit zich in driftbuien, aanhoudende woede of herhaaldelijke vechtpartijen.
  • Voorbijgaande, aan stress gebonden paranoïde ideeën of ernstige dissociatieve verschijnselen.

Daarnaast dient ook voldaan te zijn aan de algemene diagnostische criteria uit de DSM-IV voor een persoonlijkheidsstoornis:[1]

  • Een duurzaam patroon van innerlijke ervaringen en gedragingen die duidelijk afwijken van de verwachtingen binnen de cultuur van de betrokkene.
  • Het duurzame patroon is star en uit zich op een breed terrein van persoonlijke sociale situaties.
  • Het leidt in behoorlijke mate tot lijden of beperkingen in het sociaal en beroepsmatig functioneren, of het functioneren op andere belangrijke terreinen.
  • Het is stabiel en van lange duur en het begin kan worden teruggevoerd naar ten minste de adolescentie of de vroege volwassenheid.
  • Het patroon is niet toe te schrijven aan een andere psychische stoornis of de gevolgen daarvan.
  • Het duurzame patroon is niet het gevolg van de directe fysiologische effecten van een middel (zoals drugs of een geneesmiddel) of een lichamelijke aandoening (zoals een schedeltrauma).

Zie ook

    laatst bijgewerkt: 02-12-2010