Interviews |

Van spuitenruil tot VN-debat: het levenswerk van een harm reduction-pionier

Wat begon met informatiestandjes op festivals in de jaren zeventig en spuitenruil in de jaren tachtig, groeide uit tot een internationale pijler van drugsbeleid. Harm reduction – het beperken van gezondheids- en veiligheidsrisico’s van drugsgebruik – begon niet in een beleidsnota, maar op straat. En kreeg vorm door mensen die weigerden weg te kijken. John-Peter Kools, drugsexpert bij het Trimbos-instituut, was er één van. Als medegrondlegger van de Nederlandse aanpak stond hij aan de wieg van initiatieven die levens redden en wereldwijd navolging kregen.

Van de eerste spuitenruil in Amsterdam tot debatten bij de Verenigde Naties: John-Peters loopbaan weerspiegelt de ontwikkeling van harm reduction. Nu hij met pensioen gaat en het Trimbos-instituut verlaat, blikt hij terug op een halve eeuw vooruitgang én waarschuwt hij voor wat er op het spel staat.

Grote ongelijkheid

“Ik studeerde politicologie en maakte een radioprogramma over sociale bewegingen”, vertelt John-Peter. “Toen ik hoorde over een organisatie die informatie gaf aan mensen die heroïne gebruiken, ben ik erop afgestapt voor een interview.” Drie dagen later had hij er een baan. Wat hem trof, was niet zozeer het drugsgebruik zelf, maar de ongelijkheid eromheen. “Ik kon op een terras in alle vrijheid een biertje drinken, terwijl jongens van mijn leeftijd werden opgejaagd door de politie omdat ze iets anders gebruikten.”

Fundamentele verandering

Het was begin jaren tachtig. Nederland stond aan het begin van een fundamentele verandering in de kijk op drugsgebruik. Die verandering was al eerder ingezet. In de jaren zeventig ontstond in Nederland namelijk al een pragmatische benadering van drugsgebruik, gevoed door de opkomst van jongerencultuur en festivals. “Op popfestivals zoals Kralingen begin jaren 70 zag je dat mensen hasj gebruikten,” zegt John-Peter. “Dat was illegaal. Voor mensen die hulp nodig hadden, stond er een tentje waar je terecht kon.”

Ik kon op het terras in alle vrijheid een biertje drinken, terwijl jongens van mijn leeftijd werden opgejaagd door de politie omdat ze iets anders gebruikten.

Grassroots-beweging

Het waren kleine, praktische lokale initiatieven. Geen bekend beleid, geen achterliggende theorie, maar wel een andere manier van kijken: acceptatie van de realiteit. En niet alleen voorkomen of bestraffen, maar ook beschermen. Wat daar ontstond, was een typische grassroots-beweging: van onderop georganiseerd, vaak door mensen uit het veld zelf, zonder sturing van overheid of instituties. Die benadering kreeg later een naam: harm reduction. “De kern is eigenlijk heel simpel,” legt John-Peter uit. “Je neemt mensen zoals ze zijn, niet zoals je zou willen dat ze zijn. Niet pas als ze stoppen, maar op het moment dat ze gebruiken en dus risico lopen.”

Leven en dood

Toch bleef het lange tijd een benadering in de marge. Tot de realiteit zich onontkoombaar opdrong. In de jaren tachtig volgde het kantelpunt. De heroïneproblematiek groeide en hiv en aids dienden zich aan. Ineens ging het niet meer alleen over gebruik, maar over leven en dood. “Ik was 25 en zag mensen van mijn leeftijd overlijden,” zegt John-Peter. “Overdoses, infecties… Er was wanhoop en vooral onwetendheid. Niemand wist wat te doen.” De impact daarvan liet hem niet los. “Ik heb veel begrafenissen bijgewoond van jonge mensen. Jongens van mijn leeftijd. Dat gaat onder je huid zitten.”

Ik was 25 en zag mensen van mijn leeftijd overlijden.

Spuitenomruil

Opnieuw ontstond de oplossing niet vanuit beleid, maar vanuit de praktijk. “We gingen voorlichtingsfolders maken, mensen aanspreken en al snel daarna schone spuiten uitdelen en gebruikte spuiten inzamelen. Gewoon omdat het nodig was.” Het idee was eenvoudig en radicaal tegelijk. Het effect liet niet lang op zich wachten. “Binnen een paar weken stonden er andere organisaties op de stoep. En niet veel later zaten we bij de gemeente en het ministerie om uit te leggen wat we deden.” Wat begon als improvisatie, werd langzaam een systeem.

(foto uit het archief van John-Peter)

Onderdeel van infrastructuur

Naast preventie, behandeling en handhaving kwam er in de jaren negentig in het Nederlandse drugsbeleid ruimte voor een vierde element: schadebeperking, oftewel harm reduction. Harm reduction groeide uit tot een vaste pijler. “Het is echt onderdeel geworden van de infrastructuur,” zegt John-Peter. “Spuitenomruil, methadonprogramma’s, gebruiksruimtes. Voorzieningen die ooit controversieel waren, werden vanzelfsprekend.”

We gingen voorlichtingsfolders maken, mensen aanspreken en al snel daarna schone spuiten uitdelen en gebruikte spuiten inzamelen.

Meer geleefde levens

Maar die ontwikkeling verliep niet zonder discussie. Het betekende een verschuiving van een moreel gedreven beleid naar een meer pragmatische, volksgezondheidsgerichte aanpak. En dat vroeg om politieke keuzes. John-Peter: “Op een gegeven moment werd het gewoon erkend: deze groep bestaat, en we moeten er iets mee. En met resultaat. Vroeger werden heroïnegebruikers soms niet veel ouder dan dertig jaar. Nu is dat vijftig of ouder. Het zijn geen spectaculaire cijfers, maar enorme winst: minder ziekte, minder sterfte, meer stabiliteit. Minder zichtbare ellende, maar vooral: meer geleefde levens.”

Internationale interesse

Waar de Nederlandse aanpak eerder werd bekritiseerd – “we werden uitgemaakt voor narcostaat omdat we gebruikers niet opsloten of dwongen tot afkicken” – groeide internationaal de interesse. Vanaf de jaren negentig reisde John-Peter naar andere landen om kennis te delen en programma’s op te zetten, van Oost-Europa tot Azië. “In het begin keken mensen ernaar alsof het iets heel vreemds was. Ze vroegen: werkt dat echt? Mag dat dan?” Maar die scepsis sloeg vaak om in nieuwsgierigheid. In landen waar hiv zich snel verspreidde onder gebruikers, bleek de Nederlandse aanpak ineens relevant. “Je zag dat mensen het gingen overnemen, aanpassen aan hun eigen context. Dat is misschien wel het mooiste: dat het zich verder verspreidde.”

Vroeger werden heroïnegebruikers soms niet veel ouder dan dertig jaar. Nu is dat vijftig jaar of ouder.

Wereldwijde erkenning

Die internationale rol bracht John-Peter uiteindelijk ook terug naar de politieke arena. Bij internationale bijeenkomsten en VN-overleggen zag hij hoe harm reduction langzaam terrein won, ondanks weerstand van landen die vasthielden aan een strikt repressieve lijn. Langzaam vond harm reduction zijn weg naar internationaal beleid. In Europa werd het een erkend onderdeel van drugsstrategieën. Zelfs binnen de Verenigde Naties in 2024 kreeg het uiteindelijk steun. “Dat was wel een moment,” zegt hij. “Dat je ziet dat iets waar je zo lang voor gewerkt hebt, wereldwijd wordt erkend.”

(foto uit het archief van John-Peter)

Mainline

Na zijn eerste jaren in de Amsterdamse gebruikersbeweging bleef John-Peter actief in het veld, onder meer via Mainline, waar hij zich bezighield met voorlichting, campagnes en directe ondersteuning van mensen die drugs gebruiken. Het werk bleef dicht op de praktijk: op straat, in inloopruimtes, in gesprekken met gebruikers. In die periode ontwikkelde hij zich verder als specialist op het gebied van drugsgebruik, gezondheid en harm reduction. Hij werkte aan preventiecampagnes, gaf trainingen en werd steeds vaker gevraagd om zijn kennis te delen. Eerst in Nederland, later ook internationaal.

Dat je ziet dat iets waar je zo lang voor gewerkt hebt, wereldwijd wordt herkend.

Trimbos-instituut

“Het begon echt in de praktijk”, vertelt John-Peter. “Maar gaandeweg merk je dat je ook iets te zeggen hebt over hoe het beter kan. Dan kom je vanzelf meer in die beleidskant terecht.” Die verschuiving kreeg een volgende stap toen hij aan de slag ging bij het Trimbos-instituut, waar hij negen jaar werkte als senior beleidsadviseur en politiek adviseur en zich richtte op internationale programma’s en kennisuitwisseling. Hij leidde internationale programma’s en hielp kennis vertalen naar beleid. “Wij brachten die werelden bij elkaar. Wat er in het veld gebeurt en wat beleidsmakers nodig hebben.”

Harm reduction is solidariteit

De Nederlandse voorsprong slonk in die jaren. Andere landen namen het model over, ontwikkelden hun eigen varianten. “Dat is een succesverhaal,” zegt hij. “Dat anderen het hebben opgepakt.”  Maar dat succes is volgens hem niet vanzelfsprekend. “We leven in een tijd waarin solidariteit onder druk staat,” zegt hij. “En harm reduction ís solidariteit.”

Hij ziet hoe de maatschappelijke en politieke context verandert. Waar harm reduction ooit kon groeien dankzij een relatief breed gedragen idee van collectieve verantwoordelijkheid, ziet hij nu meer nadruk op individuele schuld, veiligheid en repressie. “In Europa zie je weer meer nadruk op handhaving en veiligheid. Dat gaat ten koste van de ruimte om vanuit menselijkheid en gezondheid te werken.”

Ook in Nederland is die beweging voelbaar. Bezuinigingen op zorg en preventie raken ook de voorzieningen die in de loop der jaren zijn opgebouwd. Zo heeft een organisatie als Mainline haar werkzaamheden moeten stoppen. Dat schuurt, juist omdat hij weet wat er op het spel staat. “Het heeft heel lang geduurd om dit op te bouwen. En het kan ook weer verdwijnen als je niet oplet.”

(foto uit het archief van John-Peter)

Lunchgesprekken

Nu neemt hij afscheid. Formeel althans. “Ik kan het werk loslaten,” zegt hij. “Maar het onderwerp niet. Ik ben door diepe dalen gegaan in de jaren tachtig. Maar ik ben blij dat ik dit heb gedaan. Het heeft me als mens veel gegeven.”

Wat hij vooral zal missen, zijn de mensen. De collega’s met wie hij jarenlang werkte en de vanzelfsprekende manier waarop het werk altijd doorliep. Ook buiten vergaderingen en projecten om. “Onze lunchgesprekken gingen negen van de tien keer over het werk: ‘heb je dit gelezen? Hoe kijk jij daarnaar? Wat gebeurt er in dat land?’ Drugsbeleid was zelden alleen een dossier. Het was een lens om naar de wereld te kijken. Van internationale conflicten tot maatschappelijke veranderingen. Die uitwisseling, die scherpte, die gezamenlijke nieuwsgierigheid: dat is wat ik het meest zal missen.”

Ik ben blij dat ik dit heb gedaan. Het heeft me als mens veel gegeven.

Betrokkenheid blijft

Tegelijk voelt het moment om los te laten logisch. “Ik heb er alle vertrouwen in dat het werk doorgaat,” zegt hij. “Ik heb hele goede collega’s. Ze zijn heel kundig en betrokken. Dat maakt het afscheid minder abrupt. Minder definitief ook. Want helemaal verdwijnen uit het veld zal hij niet. Daarvoor zit het werk te diep verankerd. “Ik blijf er wel bij betrokken op de een of andere manier.”

Urgenter dan ooit

Als hij vooruitkijkt, is hij voorzichtig, omdat hij weet hoe kwetsbaar de vooruitgang is. “Ik zou al blij zijn als het niet áchteruitgaat.  De wereld verandert. Solidariteit staat onder druk en daarmee ook de basis van harm reduction. Juist daarom is het werk urgenter dan ooit.” Aan jonge professionals en beleidsmakers heeft hij dan ook een duidelijke boodschap: “Blijf geloven in wat je doet.”