Ongelijk investeren voor gelijke kansen op welbevinden in het onderwijs
Niet ieder kind krijgt van huis uit hetzelfde mee en groeit op met dezelfde kansen op welbevinden. Terwijl juist het welbevinden een belangrijke voorwaarde is om goed te kunnen leren. Met welbevinden bedoelen we dat een leerling lekker in zijn of haar vel zit, zich sociaal verbonden voelt en mentaal en emotioneel in balans is. Hoe zorg je er als school voor dat alle leerlingen gelijke kansen hebben op welbevinden? Anna de Haan en Ines Roessink, adviseurs bij Pharos en betrokken bij Welbevinden op School, delen inzichten en een aantal tips.
“Als je werkt aan welbevinden zonder rekening te houden met ongelijkheid, armoede, ingrijpende jeugdervaringen en inclusie, loop je het risico dat bepaalde groepen leerlingen structureel worden buitengesloten. Daarom is ongelijk investeren zo belangrijk.”
Ongelijk investeren om gelijke kansen te creëren
Kinderen en jongeren ontwikkelen zich beter als zij lekker in hun vel zitten, zichzelf kunnen zijn en gezond en veilig opgroeien in een kansrijke omgeving. Ines vertelt: “Dit is helaas niet voor iedere leerling vanzelfsprekend. Sommigen groeien op in omstandigheden die stress veroorzaken. Denk dan aan financiële zorgen thuis of ingrijpende gebeurtenissen zoals mishandeling, verwaarlozing, discriminatie, uitsluiting of het moeten vluchten uit een onveilige situatie, zoals oorlog.”
Anna vult aan: “Opgroeien in langdurige stress heeft invloed op de hersenontwikkeling en maakt leren moeilijker. Hierdoor kunnen leerlingen hun talenten niet volledig benutten. Juist daarom hebben sommige leerlingen meer ondersteuning nodig. Dit vraagt om ongelijk investeren in leerlingen om gelijke kansen op welbevinden te creëren.”
Waarom zijn gelijke kansen op welbevinden in het onderwijs belangrijk?
Anna: “Wanneer alle kinderen gelijke kansen krijgen op welbevinden, ontstaat er ruimte voor persoonlijke groei, talentontwikkeling en perspectief. Voor ieder kind, ongeacht achtergrond of omstandigheden. ”
Ines legt uit dat scholen iets kunnen doen om gelijke kansen op welbevinden te vergroten. Ze beschrijft drie principes die de Universiteit van Harvard opstelde op basis van onderzoek:
- Zorg voor goede relaties tussen kinderen en volwassenen. Denk bijvoorbeeld aan een sterke band tussen docent en leerling.
- Versterk sociaalemotionele en cognitieve competenties. Leer kinderen en jongeren bijvoorbeeld om ruzies op te lossen door te praten. Geef ook aandacht aan emoties in de klas.
- Verminder stressbronnen. Zorg dat school niet extra stress geeft bij kinderen die het al moeilijk hebben. Plan bijvoorbeeld ook momenten van ontspanning in de klas.
Gelijke kansen op welbevinden: aan de slag
Anna en Ines benadrukken dat het werken aan gelijke kansen op welbevinden geen tijdelijk project is, maar een doorlopend proces. “Het vraagt om structurele, schoolbrede aandacht. Dit betekent dat welbevinden een vast onderdeel is van het schoolbeleid, de cultuur en het dagelijks handelen van het team”, aldus Anna. Ines vult aan: “Dat klinkt groot, maar vaak doen scholen al veel. Het begint met kleine, concrete stappen. Het belangrijkste is dat je start.”
Een paar concrete eerste stappen:
- Werk (trauma- en cultuur)sensitief. Wees je als onderwijsprofessional bewust van de impact van ingrijpende ervaringen op leerlingen en hun gedrag. Erken en waardeer verschillen in achtergrond, taal en cultuur, zodat alle leerlingen zich gehoord en gezien voelen.
- Zorg voor laagdrempelige communicatie met ouders. Gebruik bij voorkeur taalniveau B1 en bied informatie waar mogelijk aan in de moedertaal van ouders. Een mooi voorbeeld is een school die nieuwsbrieven laat inspreken door ouders in verschillende talen. Zo bereikt de informatie meer ouders.
- Werk samen met sleutelpersonen. Sleutelpersonen kennen de gemeenschap van binnenuit en beschikken over ervaringskennis. Zij kunnen een brug slaan tussen school, zorg- en ondersteuningsorganisaties en de gemeenschap.
- Zet een brugfunctionaris is. Deze professional houdt zich bezig met vraagstukken als armoede, zorg en onderwijs. En verbindt school, de thuisomgeving, en relevante zorg- of ondersteuningspartijen zoals de gemeente of het wijkteam.
Bij sensitief werken, is het belangrijk om stil te staan bij je eigen normen en wereldbeeld. Anna en Ines delen een aantal vragen die je jezelf kunt stellen:
- Wat is de invloed van mijn culturele bagage op hoe ik aankijk tegen opvoeding/onderwijs? Hoe beïnvloedt dat mijn professionele blik?
- Hoe verhoudt mijn maatschappelijke positie zich tot die van de kinderen/jongeren en gezinnen waar ik mee werk?
- Wanneer voel ik mij ongemakkelijk? En wat heb ik nodig om dit te overbruggen?
“Door ongelijk te investeren waar dat nodig is, geef je ieder kind de kans om zich goed te voelen en zich optimaal te ontwikkelen. En juist daar begint echte kansengelijkheid”, benadrukken Anna en Ines.