NEMESIS-2: Psychische gezondheid van Nederlanders

Kerncijfers psychische gezondheid van Nederlanders

Introductie

NEMESIS-2 (Netherlands Mental Health Survey and Incidence Study-2) is een studie naar psychische aandoeningen in de volwassen bevolking in Nederland (18 t/m 64 jaar). In deze studie volgen wij respondenten gedurende langere tijd met behulp van meerdere metingen. NEMESIS-2 geeft een beeld van de geestelijke gezondheidstoestand van de volwassen bevolking en veranderingen daarin. We beschrijven hieronder de meest voorkomende psychische aandoeningen (volgens DSM-IV): stemmingsstoornissen, angststoornissen en middelenstoornissen (alcohol of drugs).

Links

Psychische aandoeningen in de algemene bevolking

Ruim 4 op de 10 mensen hebben ooit in hun leven één of meerdere psychische aandoeningen gehad. De drie hoofdgroepen – stemmingsstoornissen, angststoornissen en middelenstoornissen – komen elk ongeveer even vaak voor: 1 op de 5 mensen heeft ooit in het leven een dergelijke stoornis gehad.

In de afgelopen 12 maanden had ongeveer een vijfde van de mensen één of meerdere psychische aandoeningen. Angststoornissen komen als hoofdgroep het vaakst voor. Van alle afzonderlijke aandoeningen komt depressie het vaakst voor.

In de Kernpublicatie NEMESIS-2 vindt u meer informatie over dit onderwerp.

Verschil tussen mannen en vrouwen

Ongeveer evenveel mannen als vrouwen hebben ooit in hun leven één of meerdere psychische aandoeningen gehad. Er zijn wel duidelijke verschillen in de hoofdgroepen: vrouwen hebben vaker een stemmings- of angststoornis gehad, terwijl mannen vaker een middelenstoornis hebben.

Ditzelfde patroon zien we bij psychische aandoeningen in de afgelopen 12 maanden.

In de Kernpublicatie NEMESIS-2 vindt u meer informatie over dit onderwerp.

Leeftijdsverschillen

Het hebben van een psychische aandoening verschilt per leeftijdsgroep. Mensen van 25 tot 35 jaar hebben het vaakst ooit in het leven één of meer psychische aandoeningen gehad en mensen van 55 tot 65 jaar het minst vaak. Stemmingsstoornissen komen het vaakst voor bij mensen van 45 tot 55 jaar, angststoornissen bij 35 tot 45-jarigen en middelenstoornissen bij 18 tot 35-jarigen.

In de afgelopen 12 maanden rapporteren jongvolwassenen van 18 tot 25 jaar het vaakst alle hoofdgroepen van psychische aandoeningen. Over het algemeen geldt: hoe ouder hoe kleiner de kans op een één of meer psychische aandoeningen, en in het bijzonder stemmingsstoornissen en middelenstoornissen. Bij angststoornissen zijn de leeftijdsverschillen gering.

In de Kernpublicatie NEMESIS-2 vindt u meer informatie over dit onderwerp.

Opleidingsverschillen

Het percentage mensen dat ooit één of meer psychische aandoeningen heeft gehad is het hoogst bij mensen met een laag opleidingsniveau. Over het algemeen geldt: hoe lager het opleidingsniveau hoe groter de kans op alle hoofdgroepen van psychische aandoeningen.

Dit beeld is iets minder duidelijk bij psychische aandoeningen in de afgelopen 12 maanden, maar ook hier is de kans op een psychische aandoening lager bij mensen met een hoog opleidingsniveau. Dit geldt voor alle hoofdgroepen.

In de Kernpublicatie NEMESIS-2 vindt u meer informatie over dit onderwerp.

Nieuwe en herhaalde psychische aandoeningen

Per jaar krijgt ruim vier procent van de mensen een nieuwe of herhaalde psychische aandoening. Bij de helft hiervan gaat het om nieuwe gevallen, bij deze mensen treedt de aandoening voor het eerst in het leven op. De andere helft zijn herhaalde gevallen, bij deze mensen keert de betreffende psychische aandoening terug na minstens een jaar weg te zijn geweest.

Per jaar krijgt bijna twee en een half procent van de mensen een nieuwe of herhaalde stemmingsstoornis. Bij ongeveer twee derde (61 procent) gaat het om nieuwe gevallen. Voor angststoornissen geldt dat per jaar ruim twee procent een nieuwe of herhaalde aandoening krijgt, waarvan bijna driekwart (74 procent) nieuwe gevallen. Per jaar krijgt anderhalf procent van de mensen een nieuwe of herhaalde middelenstoornis. Bij ongeveer twee derde (61 procent) gaat het om nieuwe gevallen.

In de publicatie ‘Incidentie van psychische aandoeningen’ vindt u meer informatie over dit onderwerp.

 

De ernst van psychische aandoeningen

Bij mensen met een psychische aandoening in de afgelopen 12 maanden is nagegaan of zij hiervan lichte, matige of ernstige last hadden op belangrijke domeinen in hun leven. Het gaat bijvoorbeeld om huishoudelijk werk of het aangaan van sociale contacten.

Bij mensen met één of meer psychische aandoeningen en bij mensen met een angststoornis is de last gelijkmatig verdeeld. Een derde van hen had lichte last, een derde matige en een derde ernstige last van de aandoening. Bij stemmingsstoornissen is dit minder gelijk verdeeld; slechts een kleine groep rapporteert weinig last terwijl 6 op de 10 ernstige last heeft. Bij middelenstoornissen geeft daarentegen bijna de helft aan weinig last te hebben en een kwart ernstige last.

In de publicatie ‘Ernst van de psychische aandoening als voorspeller van de aard en intensiteit van zorggebruik’ vindt u meer informatie over dit onderwerp.

Zorggebruik vanwege psychische problemen

Er is nagegaan hoe vaak mensen met een psychische aandoening in de afgelopen 12 maanden gebruik hebben gemaakt van zorg vanwege psychische problemen. Bij zorggebruik wordt onderscheid gemaakt tussen algemene gezondheidszorg (zoals de huisarts, maatschappelijk werk of de bedrijfsarts) en geestelijke gezondheidszorg (zoals de psycholoog of een psychiatrische behandeling).

Het zorggebruik op jaarbasis is het hoogst bij mensen met een stemmingsstoornis. Meer dan de helft van hen maakte in de afgelopen 12 maanden gebruik van algemene gezondheidszorg en ruim een derde van geestelijke gezondheidszorg. Mensen met een middelenstoornis maken het minste gebruik van gezondheidszorg vanwege hun problemen.

In de Kernpublicatie NEMESIS-2 vindt u meer informatie over dit onderwerp.

Verzuim onder werkenden

Werkende mensen met één of meer psychische aandoeningen verzuimen in totaal gemiddeld 36 dagen per jaar. 21 dagen hiervan betreft direct verzuim (afwezigheid) en 15 dagen indirect verzuim (wel aanwezig maar minder werk verricht of het werk minder zorgvuldig verricht).

Onder werkenden met een stemmingsstoornis is het verzuim het hoogst; zij verzuimen in totaal 57 dagen per jaar waarvan 35 dagen direct en 22 dagen indirect verzuim. Onder de mensen met een middelenstoornis is het verzuim het laagst.

In de publicatie ‘Verzuim door psychische en somatische aandoeningen bij werkenden’ vindt u meer informatie over dit onderwerp.

Deze website maakt gebruik van cookies. Wilt u meer informatie over cookies en welke worden opgeslagen? Lees de cookieverklaring. Niet meer tonen.