Header Image

Digitale zorg als middel, ingebed in de dagelijkse praktijk

Binnen de specialistische ggz wordt volop gezocht naar manieren om zorg toegankelijk te houden. Kortere behandeltrajecten, lagere werkdruk voor behandelaren en meer eigen regie voor cliënten: het zijn ambities die overal spelen. In het Doorbraakproject Digitale Transformatie werkt projectleider Wilma Noteborn aan een aanpak waarin e-health geen los instrument is, maar steeds meer een onderdeel wordt van het behandelproces.

Wat begint als een logisch idee, blijkt in de praktijk een veranderopgave.

Van meerdere opgaven naar één beweging

De aanleiding voor het project ligt niet op één plek, maar op meerdere niveaus tegelijk. De druk vanuit zorgverzekeraars om efficiënter te behandelen speelt mee, net als de hoge werkdruk van behandelaren en de wens om cliënten actiever te betrekken bij hun herstel, zodat zij meer eigen regie kunnen ervaren. Digitalisering wordt daarin bewust niet als doel gezien, maar als middel. Niet als los project, maar als onderdeel van hoe zorg dagelijks wordt geleverd. Dat vraagt ook iets van hoe zorg wordt ingericht. E-health wordt niet naast de behandeling gezet, maar erin verweven. Het verandert stap voor stap het behandelproces zelf.

 

Afbeelding Wilma Noteborn van Lionarons GGZ

Niet beginnen met systemen, maar met mensen

Wat bij Lionarons GGZ opvalt, is dat e-health geen nieuw thema is. Al jaren is er een groep behandelaren actief die zich hiermee bezighoudt en collega’s meeneemt. Die groep fungeert als motor van de verandering: zij testen, delen ervaringen en vertalen wat werkt naar de praktijk van alledag. Daardoor ontstaat beweging niet van bovenaf, maar vanuit de behandelkamer.

Tegelijkertijd staat de directie volledig achter deze ontwikkeling. Het belang van e-health hoeft niet eerst bij hen onder de aandacht gebracht te worden; de steun is er al. Dat maakt dat groei in de praktijk kan ontstaan zonder druk van boven, maar mét een sterke voedingsbodem.

Die combinatie blijkt cruciaal. “Verandering afdwingen werkt niet; het moet groeien in de praktijk.”

Een kleine interventie, een groot effect

Soms zit vooruitgang in iets relatief eenvoudigs. In dit project bleek scholing een belangrijke versneller.

Waar het gebruik van e-health eerder bleef hangen rond de 30 à 40 procent van de cliënten, steeg dat in korte tijd naar ongeveer 60 procent sinds de scholing van Therapieland. Opvallend genoeg gebeurde dat nog vóórdat nieuwe blended zorgpaden volledig waren uitgewerkt. De verklaring ligt vooral in vertrouwdheid: behandelaren die weten hoe het werkt, gaan het ook gebruiken. Het laat zien dat adoptie niet alleen draait om technologie, maar vooral om vertrouwen, vaardigheden en enthousiasme van behandelaren. “Natuurlijk zie je na elke training het gebruik van e-health oplopen, maar dat neemt in de loop der tijd ook weer af. Het gaat er vooral om blijvende aandacht eraan te besteden.”

De realiteit van de specialistische ggz

Tegelijkertijd laat het project zien hoe weerbarstig de praktijk is. De doelgroep bestaat vaak uit cliënten met complexe, meervoudige problematiek. “We hebben eigenlijk alleen nog maar cliënten met heel complexe problematiek die we behandelen in de S-GGZ. Veel bestaande e-health modules sluiten daar nog onvoldoende op aan, omdat ze vooral gericht zijn op één stoornis of klacht. Dat maakt het lastig om digitale toepassingen direct passend te maken voor de dagelijkse praktijk.”

Daar komt bij dat cliënten vaak al lange tijd onderweg zijn voordat ze starten met behandeling, onder andere door lange wachttijden. Tegen de tijd dat ze binnenkomen, is eerst stabilisatie nodig voordat er ruimte kan ontstaan voor digitale ondersteuning.

Samen ontwikkelen in plaats van kant-en-klare oplossingen

Bij Lionarons GGZ wordt daarom bewust gekozen voor co-creatie. Behandelaren, onderzoekers, een vertegenwoordiging uit de Cliëntenraad en eHealth-aanbieder Therapieland werken samen aan het ontwikkelen van blended zorgpaden die beter aansluiten bij de praktijk. Dat proces verloopt stap voor stap. Niet omdat het traag moet, maar omdat het zorgvuldig moet. “Zo’n zorgpad vormgeven… dat heb je niet zomaar even in twee sessies klaar.” Wat daarbij helpt, is het besef dat niemand het antwoord al heeft. Andere organisaties blijken tegen vergelijkbare vragen aan te lopen, en ook experts hebben niet altijd een pasklare oplossing. Juist dat gezamenlijke zoeken zorgt voor versnelling in inzicht.

Waar het verschil gemaakt wordt: in kleine toepassingen

Naast grotere ontwikkeltrajecten ontstaan er in de praktijk ook kleinere toepassingen die direct waarde toevoegen. Zoals het inzetten van vaste chatmomenten tussen behandelaar en cliënt. Een behandelaar reserveert tijd waarin zij via chat bereikbaar is voor korte vragen of ondersteuning. Die laagdrempelige vorm blijkt goed aan te sluiten: cliënten maken er actief gebruik van en het contactmoment voelt minder zwaar dan een extra afspraak. Ook ontstond tijdens een co-creatiesessie het plan voor een interne ‘hub’ met tips van behandelaren. Een laagdrempelige manier om collega’s te inspireren en successen te delen.

Het laat zien dat digitalisering niet altijd zit in grote innovaties, maar juist in slimme toevoegingen binnen het bestaande werk.

Meten, leren en bijstellen

Hoewel het gebruik van e-health duidelijk is toegenomen, is de impact op behandelduur en behandeluitkomsten nog onderwerp van onderzoek. “We weten nog niet welk effect dat heeft op de behandeling. Daar wordt samen met onderzoekers naar gekeken. Tegelijkertijd loopt de ontwikkeling door: inzichten uit de praktijk worden steeds opnieuw gebruikt om het aanbod aan te passen en te verbeteren.”

Wat dit vraagt van projectleiders

De ervaring van dit project maakt één ding duidelijk: digitale transformatie is geen lineair traject. Het vraagt om schakelen tussen praktijk, beleid en ontwikkeling — en om het vermogen om onzekerheid te verdragen. “Je moet ook wel geduld hebben dat soms dingen niet zo snel gaan als dat je zou willen.”

Voor andere projectleiders ligt daar een herkenbare opdracht. Niet alles vooraf willen dichttimmeren, maar ruimte laten om te leren. Beginnen met mensen in plaats van systemen. En accepteren dat implementatie tijd kost.

Tips voor andere projectleiders:

  • Begin bij de praktijk, niet bij de technologie
  • Werk met ambassadeurs in teams
  • Investeer in scholing en ondersteuning
  • Houd rekening met (steeds) complexe(r wordende) doelgroepen
  • Ontwikkel samen en stap voor stap
  • Accepteer dat verandering tijd kost

Geen eindpunt, maar een beweging

De komende jaren wordt verder gewerkt aan het ontwikkelen en toetsen van blended zorgpaden, ondersteund door de STOZ-subsidie (van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland) en met betrokkenheid van zorgverzekeraar CZ. De organisatie werkt samen met de Cliëntenraad, Open Universiteit en Therapieland aan een onderzoeksdesign om effecten op werkdruk, behandelduur, cliënttevredenheid en effectiviteit betrouwbaar vast te leggen. Wilma hoopt dat de resultaten straks niet alleen intern inspireren, maar ook andere instellingen verder helpen.

Wat dit project vooral laat zien, is dat digitalisering pas betekenis krijgt als het landt in de praktijk. Niet als los project, maar als onderdeel van hoe zorg dagelijks wordt geleverd.

Of, in de woorden van Wilma: “E-health is geen doel op zich — maar een middel om zorg anders, en hopelijk beter, te organiseren.”