Psychische gevolgen van roken: verslaving

Roken is zeer verslavend, zowel lichamelijk als geestelijk. De stof die in tabak zit, nicotine, is net zo verslavend als heroïne en cocaïne.1 Hoe jonger wordt begonnen met nicotine gebruiken (meestal: roken), hoe ernstiger de verslaving doorgaans wordt.2,3
Binnenkort wordt de informatie op deze pagina vernieuwd. Houd de pagina dus in de gaten.
  • Lichamelijke verslaving houdt in dat er ontwenningsverschijnselen optreden wanneer met het gebruik van nicotine wordt gestopt.
  • Geestelijke verslaving betekent dat stoppen gepaard gaat met sterke verlangens naar het roken. Dit gevoel is vaak gekoppeld aan specifieke situaties en momenten, die herinneren aan de gewoonte om te roken.
  • Tolerantie wil zeggen dat een gebruiker steeds meer nodig heeft om hetzelfde effect te bereiken.

Verslaafde rokers bouwen met de eerste sigaretten van de dag een nicotineniveau op in het bloed. Dit wordt ongeveer constant gehouden door de daaropvolgende sigaretten. ’s Nachts daalt dit niveau, waardoor veel rokers in de ochtend een sterkere nicotinebehoefte voelen.4 Volgens onderzoek is de tijd die verstrijkt tot de eerste sigaret in de ochtend, een betrouwbare indicatie van de ernst van nicotineverslaving.5 Het is een van de zes criteria van de Fagerström test voor nicotineverslaving.

Verloop van nicotineniveau in het bloed

Figuur 'verloop van nicotineniveau in het bloed'

Uit: Benowitz (2010)4

De ontwenningsverschijnselen van nicotine zijn:

  • Slapeloosheid
  • Sterke drang tot roken
  • Geïrriteerdheid en kwaadheid
  • Rusteloosheid 
  • Moeite met concentreren
  • Angst 
  • Sombere of depressieve stemming
  • Maag-/darmstoornissen (vaak obstipatie) 
  • Verhoogde eetlust6

 De ontwenningsverschijnselen zijn het sterkst 24-48 uur na het stoppen. In de daaropvolgende weken neemt het verder af. Sommige ontwenningsverschijnselen, zoals een sombere stemming en verhoogde eetlust, kunnen enkele maanden aanhouden.1

Het risico op terugval na stoppen is het grootst in het begin. In de onderstaande figuur7 zijn verschillende studies samengevoegd, die het risico op terugval na stoppen met roken hebben onderzocht. De precieze kans op terugval verschilt enigszins tussen de studies, maar uit alle studies blijkt dat de kans op terugval het grootst is vlak na de stoppoging.

Figuur 'risico op terugval na stoppen'

Uit: Hughes (2004).7 De lijnen geven verschillende studies weer. 

Volgens de DSM-V kent de diagnose tabaksverslaving of nicotineafhankelijkheid (tobacco use disorder) elf criteria, waaronder bijvoorbeeld het optreden van tolerantie, regelmatig meer gebruiken dan gepland, mislukte stoppogingen en een sterk verlangen naar tabak (craving). Voor een diagnose moet worden voldaan aan het algemene criterium van een duidelijke beperking of lijden als gevolg van gebruik plus twee criteria uit de lijst. 

Bronnen

1. WHO (2010). Addiction to Nicotine. In: Gender, women and the tobacco epidemic. Geneva: World Health Organization.
2. National Institute for Health and Care Excellence (2009). School-based interventions to prevent the uptake of smoking among children and young people: cost-effectiveness review. Birmingham: NICE, University of Birmingham.
3. Kendler, K. S., Myers, J., Damaj, M. I., & Chen, X. (2013). Early smoking onset and risk for subsequent nicotine dependence: a monozygotic co-twin control study. American Journal of Psychiatry, 170, 408-413.
4. Benowitz, N. L. (2010). Nicotine addiction. New England Journal of Medicine, 362(24), 2295-2303.
5. Baker, T. B. (2007). Time to first cigarette in the morning as an index of the ability to quit smoking: implications for nicotine dependence. Nicotine and Tobacco Research, 9(4), S555-S557.
6. RIVM (2009). Rapport 340001001: Ranking van drugs. Bilthoven: RIVM.
7. Hughes, J. R., Keely, J., & Naud, S. (2004). Shape of the relapse curve and long-term abstinence among untreated smokers. Addiction, 99, 29-38.