Nieuws |

Rookt u? Huisartsen moeten dat veel vaker vragen

Rookt u? Huisartsen moeten dat veel vaker vragen

Slechts 1 op de 10 huisartsen geeft aan alle patiënten die roken het advies om te stoppen. “Veel te weinig”, zegt Esther Croes, arts-epidemioloog bij het Trimbos-instituut. “Het gaat al mis bij de vraag die eraan voorafgaat: rookt u?”

Uit een verkenning naar de stoppen-met-rokenzorg in de huisartsenpraktijk blijkt dat slechts 1 op de 5 huisartsen deze belangrijke vraag aan iedere patiënt stelt. “De huisarts speelt een sleutelrol in de stoppen-met-rokenzorg. Hier valt nog veel te winnen.”

Stop met roken: dat advies moet de huisarts jaarlijks geven

De NHG-Behandelrichtlijn voor huisartsen adviseert om alle rokers in de praktijk een stopadvies te geven. Toch geeft slechts 10% van de huisartsen die de vragenlijst hebben ingevuld, aan dit bij vrijwel alle rokende patiënten te doen. Een groot deel van de huisartsen geeft wel aan meestal een stopadvies te geven wanneer een patiënt gemotiveerd is om te stoppen of wanneer het roken ter sprake komt, maar dit gebeurt dus nog lang niet altijd. De NHG-Behandelrichtlijn adviseert om ook bij rokers die ongemotiveerd zijn een stopadvies te geven en het stopadvies bij voorkeur jaarlijks te geven. In elk geval bij elk contact waarbij aan roken gerelateerde klachten voorkomen. Croes: “Het is belangrijk om geen enkele roker in de kou te laten staan: sommige rokers hebben wat meer zetjes nodig. Zij moeten jaarlijks een stopadvies krijgen. ”

Ondersteuning bij stoppen met roken

Voor een effectieve ondersteuning aan mensen die willen stoppen met roken, is het belangrijk dat huisartsen begeleiding aanbieden. Dat hoeven ze niet zelf te doen. Huisartsen kunnen hiervoor ook doorverwijzen. Volgens de NHG-Behandelrichtlijn heeft gedragsmatige begeleiding de voorkeur, zoals individuele gesprekken of groepsbegeleiding. Medicijnen kunnen daarop een aanvulling zijn. Ruim 1 op de 5 huisartsen biedt echter niet altijd gedragsmatige begeleiding aan als medicijnen worden voorgeschreven. Croes: “Dat is een gemiste kans, want juist tijdens de gedragsmatige begeleiding leert een roker waar de valkuilen liggen.”

Regionale stoppen-met-rokenzorg moet verbeterd worden

Om passende stoppen-met-rokenzorg te kunnen bieden, heeft een huisarts een overzicht nodig van het aanbod in de regio. De meerderheid van zorgverleners in de huisartsenpraktijk zegt goed op de hoogte te zijn van het regionale stoppen-met-rokenzorg aanbod. 21% van zorgverleners in de huisartsenpraktijk geeft echter aan niet op de hoogte te zijn van het actuele aanbod. De samenwerking in de regio kan nog flink verbeterd worden: de meeste praktijken (57%) geven aan dat er geen regionale samenwerkingsafspraken over stoppen met roken zijn, slechts 16% geeft aan dat er wel afspraken zijn en 18% geeft aan het niet te weten.

Verkenning naar de stoppen-met-rokenzorg bij huisartsen

Voor het onderzoek is een vragenlijst verstuurd naar 500 huisartsenpraktijken binnen een representatieve steekproef van 36 Nederlandse gemeenten (10% van het totaal aantal Nederlandse gemeenten). In totaal hebben 137 respondenten uit 111 huisartsenpraktijken van 34 gemeenten de vragenlijst ingevuld. De aanbevelingen uit de verkenning worden verspreid onder zorgverleners.

Bekijk de belangrijkste resultaten in het rapport en in de infographic

Meer over dit thema

Bekijk de highlights van dit onderzoek in de infographic

Esther Croes
Epidemioloog