Leerlingen in het praktijkonderwijs en speciaal onderwijs roken en vapen vaker

Leerlingen in het praktijkonderwijs en het cluster 4-onderwijs (speciaal onderwijs) roken en vapen vaker dan leeftijdsgenoten in het vmbo, havo en vwo. Leerlingen in het cluster 4-onderwijs, bedoeld voor jongeren met (ernstige) gedragsproblemen en/of psychische problematiek, gebruiken vaker cannabis en voelen zich vaker eenzaam. Schoolprofessionals geven aan dat bestaand preventiemateriaal niet voldoende aansluit op de behoeften van deze groepen leerlingen.

Dit blijkt uit het landelijke EXPLORE-onderzoek van het Trimbos-instituut naar middelengebruik en preventie in het praktijkonderwijs en cluster 4-onderwijs. 2.520 leerlingen tussen de 12 en 16 jaar oud namen deel. Daarnaast interviewden de onderzoekers diverse schoolprofessionals, waaronder zorgcoördinatoren. 

Naast middelengebruik onderzochten de onderzoekers ook gokken, gamen, social media gebruik en het welzijn van de jongeren. De resultaten zijn vervolgens vergeleken met die van leeftijdsgenoten in het vmbo, havo, vwo, op basis van gegevens uit het Health Behaviour in School-aged Children. 

Roken, vapen en cannabisgebruik komen vaker voor 

Het aandeel dagelijkse rokers is in het praktijkonderwijs en cluster 4-onderwijs ongeveer drie keer zo hoog als in het vmbo, havo en vwo: respectievelijk 9% en 11%, tegenover 3%. Ook dagelijks vapen komt in deze onderwijsvormen twee keer zo vaak voor: respectievelijk 9% en 8% in het praktijkonderwijs en cluster 4-onderwijs, tegenover 4% in het vmbo, havo en vwo. 

Het gebruik van cannabis en andere drugs (ecstasy, cocaïne, amfetamine, 3-mmc en ketamine) is vooral hoog onder leerlingen van cluster 4-onderwijs. Zo heeft 18% van de leerlingen in het cluster 4-onderwijs in het laatste jaar cannabis gebruikt, tegenover 8% in het praktijkonderwijs en 6% onder leerlingen in het vmbo, havo en vwo.  

Leerlingen in cluster 4-onderwijs voelen zich vaker eenzaam 

Leerlingen in het cluster 4-onderwijs beoordelen hun leven gemiddeld met een 6,9, aanzienlijk lager dan leerlingen in het praktijkonderwijs (7,5) en in het vmbo, havo en vwo (7,3). Ook voelen deze leerlingen zich vaker eenzaam: 19% gaf aan zich in de afgelopen maanden meestal of altijd eenzaam te hebben gevoeld. In het praktijkonderwijs ligt dit percentage op 13% en onder vmbo-, havo- en vwo-leerlingen op 10%. Het aandeel leerlingen dat emotionele problemen rapporteert is in de verschillende schooltypen vergelijkbaar: 32% in het cluster 4-onderwijs en 28% in het praktijkonderwijs en vmbo, havo, vwo.  

Gokken, gamen en sociale media verdienen meer aandacht

Ook gokken komt relatief vaak voor onder leerlingen in het praktijkonderwijs en cluster 4-onderwijs. Zo geeft 9% van de leerlingen in het praktijkonderwijs en 10% van de leerlingen in het cluster 4-onderwijs aan in het afgelopen jaar voor geld te hebben gegokt. Dit is 5% onder leerlingen in het vmbo, havo en vwo. Scholen lijken hier nog relatief weinig aandacht voor te hebben. Zo zegt slechts 17% van de schoolprofessionals dat de school beleid voert rondom gokken. 

Problemen door social media gebruik kwamen voor bij ongeveer een kwart van de leerlingen in het praktijkonderwijs (25%) en cluster 4-onderwijs (26%). Daarnaast rapporteerde 10% van de leerlingen in het praktijkonderwijs en 16% van de leerlingen in het cluster 4-onderwijs problemen door gamen. 

De meerderheid van de scholen (58%) heeft beleid opgesteld over gebruik van sociale media, terwijl een kwart beleid heeft voor gamen. Uit deze bevindingen blijkt dat ook deze thema’s aandacht verdienen binnen een brede en samenhangende schoolaanpak. 

Scholen missen passend preventiemateriaal

De meeste praktijkonderwijs- en cluster 4-scholen bieden voorlichting over middelengebruik aan. Dit gebeurt vooral binnen het reguliere lesprogramma of via gastlessen van professionals of ervaringsdeskundigen. Bestaande lesprogramma’s, zoals Helder op School, worden weinig gebruikt.

Uit interviews met schoolprofessionals blijkt dat bestaand lesmateriaal niet voldoende aansluit bij de behoeften van de leerlingen. Schoolprofessionals ervaren het materiaal regelmatig als te moeilijk. Ook sluit het onvoldoende aan bij de soms complexe problematiek van veel leerlingen en hun gevoeligheid voor groepsdruk en beïnvloeding door leeftijdsgenoten. 

Vervolgonderzoek en de verdere ontwikkeling van preventieve interventies zouden zich daarom niet alleen moet richten op de effectiviteit, maar ook op de bruikbaarheid en uitvoerbaarheid binnen het praktijkonderwijs en cluster 4-onderwijs.  

Karin Monshouwer
Senior projectmedewerker