Mijlpalen in de tienertijd bieden kansen voor mentale gezondheid
Preventief investeren in het bevorderen van de mentale gezondheid van kinderen en jongeren is en blijft belangrijk. Er zijn verschillende acties en interventies die hieraan bij kunnen dragen. Hierbij is het goed als de leefomgeving – zoals thuis of school – erbij betrokken wordt én dat de interventie aansluit bij de leeftijd. Klinkt voor de hand liggend, maar het gebeurt nog lang niet altijd. In deze blog vertellen Aniek de Lange en Maartje van den Essenburg (experts mentale gezondheid jeugd) welke belangrijke mijlpalen er zijn in de adolescentie (13-18 jaar) en hoe je deze kunt benutten voor het bevorderen en versterken van mentale gezondheidsvaardigheden.
Leg een goede basis voor de adolescentie begint
De basis voor een positieve mentale gezondheid ligt al vóór de adolescentie. In de kindertijd ontwikkelen kinderen al belangrijke vaardigheden die bepalend zijn voor hun veerkracht en welzijn in latere jaren, zoals probleemoplossend vermogen en emotieregulatie. Door te investeren in deze basis, is de kans groter dat jongeren met een stevig fundament en een positiever zelfbeeld de uitdagingen van de adolescentie tegemoet gaan. Het is dus niet alleen belangrijk om aandacht te hebben voor adolescenten, maar ook voor de periode daarvoor.
Middenadolescentie: een lastige leeftijd?
De middenadolescentie (13-16 jaar) is een uitdagende periode voor het bevorderen van mentale gezondheid en de preventie van mentale problemen. Adolescenten richten zich in deze periode namelijk vooral op elkaar en hebben al snel het gevoel dat zij niet serieus worden genomen. Ook lijken ze minder open te staan voor adviezen van volwassenen en ze voelen zich vaak niet begrepen. Toch biedt ook deze periode kansen om de mentale gezondheid te bevorderen, door rekening te houden met:
- Het belang van sociale relaties: Jongeren hebben baat bij veel contact met leeftijdsgenoten in verschillende omgevingen. Zo leren ze zich beter tot anderen verhouden. Als volwassene speel je een belangrijke rol, bijvoorbeeld in het begeleiden van sociale interacties en helpen het omgaan met emoties.
- Hoe we praten over mentale gezondheid: Op platforms zoals TikTok zien we steeds vaker filmpjes met klinische termen als depressie en trauma. Het risico? Normale strubbelingen die bij opgroeien horen, worden uitvergroot. Jezelf slecht voelen kan dan de sociale norm worden. Een luisterend oor en aandacht voor positieve ontwikkelingen helpen om een positieve norm te creëren.
- De impact van sociale vergelijking: Jongeren vergelijken zichzelf voortdurend met anderen, wat hun zelfbeeld en zelfvertrouwen negatief kan beïnvloeden. Investeer daarom al vroeg in de adolescentie in zelfvertrouwen, omdat het zelfbeeld op latere leeftijd steeds stabieler wordt. Geef jongeren positieve feedback en bied mogelijkheden voor succeservaringen.
Late adolescentie: identiteit en zingeving
Als jongeren ouder worden gaan zij meer op zoek naar hun eigen identiteit, los van sociale verbanden die in de middenadolescentie belangrijk waren. Omdat jongeren in de late adolescentie (16-18 jaar) minder gevoelig zijn voor sociale beïnvloeding, is het een goed moment om hen te stimuleren om eigen keuzes te maken. Tegelijkertijd kan deze zoektocht naar identiteit gevoelens van onzekerheid en verwarring opleveren. Het is belangrijk daar alert op te zijn en waar nodig ondersteuning te bieden.
In deze periode worden jongeren ook steeds beter in zelfregulatie. Ze denken meer na over hun plaats in de wereld en hun ambities voor de toekomst. Het lukt steeds beter om plannen te maken en uit te voeren voor de langere termijn. Als volwassene kun je een waardevolle rol spelen door jongeren te helpen bij het formuleren van doelen en ambities. Onrealistische verwachtingen zorgen voor veel druk en stress, dus let hierbij op realistische verwachtingen.
Tips voor ontwikkelaars van interventies, trainingen en lesprogramma’s
- Bedenk wat je doet en waarom. Alleen een kleine aanpassing van interventies voor kinderen of volwassenen is niet genoeg. Het is belangrijk rekening te houden met de verschillende ontwikkelingsfasen. Het ontwikkelingsperspectief helpt om interventies, trainingen en lesprogramma’s beter af te stemmen rondom:
- Het ‘wat’: welke vaardigheden wil je in een bepaalde fase versterken?
- Het ‘hoe’: hoe sluit je aan bij de specifieke fase?
Denk bijvoorbeeld aan een verhoogde gevoeligheid voor sociale status. Als deelname aan een interventie statusverhogend is, vergroot dat de kans op succes.
- Betrek jongeren bij het ontwikkelen van de interventie: Toets bijvoorbeeld bij docenten en leerlingen hoe goed de interventie aansluit. Jongeren willen serieus genomen worden en eigen inbreng te hebben. Bij interventies die te schools of kinderachtig aanvoelen, loop je het risico dat jongeren afhaken. Let op: een interventie die jongeren leuk vinden, is niet automatisch effectief. Hiervoor is het ook noodzakelijk dat een interventie gebruikmaakt van wetenschappelijk onderbouwde technieken die aansluiten bij de doelen van de interventie.
Kijk verder dan het individu: de kracht van de omgeving
Mentale gezondheid van jongeren draait niet alleen om het individu. Je kunt hen niet los zien van de omgeving waarin ze opgroeien. Er is altijd een wederzijdse beïnvloeding: ouders, docenten en leeftijdsgenoten kunnen deze ontwikkeling beïnvloeden, zowel positief als negatief. De sfeer in de klas of in een sportteam kan enorme impact hebben op de mentale gezondheid van de jongeren. Acties gericht op het klassenklimaat of de teamdynamiek kunnen daarom veel impact hebben.
Wil je meer weten over hoe jongeren zich ontwikkelen in hun mentale gezondheid? Lees dan het rapport ‘Het belang van een ontwikkelingsperspectief op de basisvaardigheden voor mentale gezondheid van jongeren van 10-18 jaar’ dat het Trimbos-instituut in opdracht van Augeo Foundation heeft geschreven.