Maak intimiteit en seksualiteit bespreekbaar in het verpleeghuis

dementie mantelzorg Ouderen

woensdag 10 november 2021 | Marleen Prins - Hardus

Vandaag is de Dag van de Mantelzorg. Dit jaar besteden we aandacht aan het bespreekbaar maken van intimiteit en seksualiteit in het verpleeghuis. We belichten daarbij het oogpunt van mantelzorgers van mensen met dementie. Hierover spraken we met psycholoog Nathalie van Ruijven, werkzaam bij Pieter van Foreest: “Het moet bespreekbaar zijn. Mantelzorgers die dit lezen, maar het niet durven, wil ik oproepen om zich toch uit te spreken. Het is namelijk heel normaal!”.

De behoefte blijft bestaan

Er wordt niet vaak over gesproken, maar ook ouderen kunnen behoefte hebben aan intimiteit en seksualiteit. Dit geldt ook voor ouderen met dementie, ook wanneer zij in een verpleeghuis wonen. Wanneer iemand dementie krijgt, kan de relatie tussen diegene en diens partner veranderen van gelijkwaardig naar zorgafhankelijk. En de behoefte aan intimiteit kan daarmee ook veranderen bij de mantelzorger, de persoon met dementie of beiden. Nathalie: “Misschien hebben niet alle bewoners meer behoefte aan seks, maar iedereen heeft wel behoefte aan een bepaalde mate van intimiteit. Je zou dit kunnen zien als een spectrum van elkaar diep in de ogen kijken tot handen vasthouden en knuffelen tot het daadwerkelijk hebben van geslachtsgemeenschap.” Zij merkt dat er momenteel, wanneer iemand verhuist naar een verpleeghuis, vaak niet gevraagd wordt naar seksuele voorkeuren en/of gedrag, zoals bepaalde rituelen en gewoontes in de thuissituatie. Dit is begrijpelijk, maar volgens haar ook een gemiste kans. Mensen beginnen er namelijk vaak niet uit zichzelf over, want het kan ongemakkelijk of gênant aanvoelen. En openheid over dit onderwerp is juist van groot belang.

Gebrek aan privacy in het verpleeghuis

Hoe kunnen liefdespartners in het verpleeghuis nog samen intiem zijn? Volgens zowel zorgmedewerkers als bewoners en mantelzorgers wordt er een gebrek aan privacy ervaren. De mogelijkheden om intiem met elkaar te zijn, op welke manier dan ook, zijn beperkt.

“We hebben wel koppelbedden, maar ook al hebben we inmiddels beleid op dit thema, ze staan toch nog ergens te verstoffen”.

Er wordt vaak niet over gesproken of naar gevraagd. Aan beide kanten zit een terughoudendheid. Zowel vanuit de zorgprofessionals, als vanuit de bewoners en de naasten. Onderzoek wijst uit dat mantelzorgers een drempel ervaren om het onderwerp te bespreken, ze beginnen er niet gemakkelijk zelf over. “Daarom moeten we de (zorg-)professionals scholen, zodat zij zich comfortabel genoeg voelen om er zelf over te beginnen richting mantelzorgers en bewoners. Door de scholing worden ze zich er bewust van dat het een kwetsbaar onderwerp kan zijn, maar ook meerwaarde kan hebben op kwaliteit van leven. We moeten het zoveel mogelijk normaliseren vanaf het begin.”

Relaties tussen bewoners

Ook ontstaan er wel eens relaties tussen bewoners met dementie. Deze kunnen vriendschappelijk zijn: zo hoorden we laatst tijdens een training ‘Persoonsgericht Werken’ dat er twee dames waren die elkaar niet kenden, maar bij elkaar kwamen wonen in een verpleeghuis en sindsdien onafscheidelijk waren en altijd hand in hand liepen. Maar relaties kunnen natuurlijk ook romantisch van aard zijn. Zo komt het wel eens voor dat er nieuwe relaties ontstaan tussen bewoners, waarbij men ook intiem met elkaar is. Wanneer er dementie in het spel is, maakt dit het soms ingewikkeld, omdat we dan ook moeten denken over wilsbekwaamheid, privacy, vrijheid en veiligheid. En ook omdat er soms nog een partner in het spel is. “Wij hebben in een soortgelijke situatie een moreel beraad gehouden. We zijn met z’n allen om tafel gaan zitten om te kijken wat wij in dit geval nou goede zorg vonden voor de bewoner. Toen kwamen we erop uit dat wij er zijn om voor de bewoner te zorgen en dat dit het (t)huis is van de bewoner. Hier zou de bewoner moeten kunnen doen wat hij of zij wil en wij zijn daarbij ondersteunend. Toen zorgmedewerkers er op die manier naar keken, voelden ze zich minder verantwoordelijk voor de keuzes die de bewoner maakte. Doordat we samen besloten hadden dat dit goede zorg is en we het op deze manier gingen aanpakken, gaf het rust.”

Onderzoek laat zien dat er drie manieren zijn waarop medewerkers kunnen reageren bij situaties waar seksualiteit en intimiteit een rol spelen: actief mogelijk maken, toelaten of beëindigen. “De eerste reactie is meestal, wanneer je twee bewoners half ontkleed op een kamer aantreft, beëindigen.” In een ander geval was er eens een bewoner die herhaaldelijk de behoefte aan seks kenbaar bleef maken, maar zelf geen partner meer had. Er is toen in overleg met alle partijen sekszorg ingeschakeld en op die manier werd er aan de behoefte van de bewoner tegemoet gekomen. Persoonsgerichte zorg ten top zou je zeggen. Toch is het in het geval dat er nog wel een mantelzorger in het spel is, een stuk ingewikkelder. Er komen allerlei gevoelens bij kijken. En een mantelzorger is niet altijd de partner, maar soms ook een kind van de bewoner. Hoe (onge)makkelijk is het voor diegene om te praten over de seksualiteit van de ouder?

De cultuur in het verpleeghuis

Om het onderwerp meer bespreekbaar te maken is het allereerst van belang om als verpleeghuis een duidelijke visie en beleid te hebben. “Hier hebben we natuurlijk eerst voor moeten lobbyen.” Tevens zou er scholing van medewerkers moeten zijn die zich richt op seksualiteit bij het ouder worden, in zorginstellingen en bij dementie. “De aanpak moet wel passen bij de cultuur in het verpleeghuis. Ze moeten er wel klaar voor zijn om met dit onderwerp aan de slag te gaan”. Nathalie probeert met haar nieuwe initiatief BLOOT, dat ze samen met twee collega’s onlangs heeft opgericht, om het onderwerp te normaliseren. Zorginstellingen kunnen bij hen terecht voor scholingen en consultatie. Zo hoopt ze dat het in de toekomst heel normaal zal zijn om ouderen in een verpleeghuis uitgebreid te zien knuffelen of zoenen. Dit vinden we bij jongeren per slot van rekening toch ook niet gek?

 

Meer weten?

Voor het schrijven van deze blog hebben we ons laten inspireren door de volgende bronnen:

  • Roelofs, T. S., Luijkx, K. G., & Embregts, P. J. (2021). Love, intimacy and sexuality in residential dementia care: A client perspective. Clinical gerontologist, 44(3), 288-298.
  • Roelofs, T. S., Luijkx, K. G., & Embregts, P. J. (2019). Love, intimacy and sexuality in residential dementia care: a spousal perspective. Dementia, 18(3), 936-950.
  • Horne, M., Youell, J., Brown, L. J., Simpson, P., Dickinson, T., & Brown-Wilson, C. (2021). A scoping review of education and training resources supporting care home staff in facilitating residents’ sexuality, intimacy and relational needs. Age and ageing, 50(3), 758-771.
  • Makimoto, K., Kang, H. S., Yamakawa, M., & Konno, R. (2015). An integrated literature review on sexuality of elderly nursing home residents with dementia. International journal of nursing practice, 21, 80-90.
  • Roelofs, T. S., Luijkx, K. G., & Embregts, P. J. (2015). Intimacy and sexuality of nursing home residents with dementia: a systematic review. International Psychogeriatrics, 27(3), 367-384.
  • Thys, K., Mahieu, L., Cavolo, A., Hensen, C., Dierckx de Casterlé, B., & Gastmans, C. (2019). Nurses’ experiences and reactions towards intimacy and sexuality expressions by nursing home residents: A qualitative study. Journal of clinical nursing, 28(5-6), 836-849.

Auteur

Marleen  Prins - Hardus

Stuur een bericht aan contactpersoon Marleen Prins - Hardus of bel +31 (0)30 - 2959(279)