Participatie en inclusie
Binnen dit thema staat meedoen in de samenleving centraal. Werk, dagbesteding en sociale contacten dragen bij aan herstel en kwaliteit van leven. Het doel is om participatie en inclusie te bevorderen en belemmeringen, zoals stigma, te verminderen.
Stigma is het negatieve beeld of vooroordeel dat mensen kunnen hebben. Dit kan gaan over een oordeel dat bestaat in de samenleving. Dit is publiek stigma. Als de persoon waar het over gaat dit oordeel gelooft en het ‘eigen maakt’ gaat het over zelfstigma. Stigma heeft daarmee een invloed op hoe wij naar een ander én naar onszelf kijken, bijvoorbeeld als het gaat over mensen met psychische aandoeningen of schulden.
Een zinvolle daginvulling
Voor mensen in de langdurige ggz is een zinvolle daginvulling belangrijk. Dit kan bijvoorbeeld (vrijwilligers)werk zijn, dagbesteding of andere sociale activiteiten.
Een passende daginvulling draagt bij aan herstel en een betere kwaliteit van leven (Akwa GGZ, 2021b; De Lange et al., 2022). Het helpt mensen om structuur te ervaren, sociale contacten op te bouwen en betekenisvolle rollen te vervullen in de samenleving.
Wat is participatie en inclusie?
Participatie betekent dat iemand meedoet in de samenleving, bijvoorbeeld via werk, vrijwilligerswerk of andere activiteiten.
Inclusie gaat een stap verder. Daarbij gaat het om vanzelfsprekend meedoen, waarbij iemand volledig wordt gezien en erkend als onderdeel van de samenleving (Knevel & Wilken, 2016). Dit kan bijvoorbeeld gaan over meedoen in de wijk, sociale relaties en burgerschap (Wilken et al., 2023).
Ook initiatieven gericht op zelfregie en herstel, zoals herstelacademies en zelfregiecentra, kunnen bijdragen aan participatie en inclusie.
Belemmeringen: stigma en gelijke kansen
Mensen met psychische problematiek ervaren vaak stigma. Dit is een belangrijke belemmering voor participatie en inclusie (Van Weeghel et al., 2016; Thornicroft et al., 2009).
Stigma kan ervoor zorgen dat mensen minder kansen krijgen op werk, sociale contacten of deelname aan de samenleving. Daarom is het belangrijk om stigma actief tegen te gaan.
Daarnaast gaat inclusie ook over gelijke rechten. In het VN-verdrag voor de rechten van mensen met een beperking (CRPD) is vastgelegd dat mensen met een beperking gelijke kansen moeten hebben om mee te doen in de samenleving, bijvoorbeeld op het gebied van werk en onderwijs.
Kernvragen binnen dit thema
De kernvragen binnen dit thema gaan over hoe participatie en inclusie kunnen worden vergroot en welke belemmeringen daarbij moeten worden weggenomen.
Het gaat hier om zorg die niet alleen kijkt naar ervaren klachten, maar ook naar hoop, zingeving, eigen regie en meedoen in de samenleving. Ervaringskennis van cliënten, naasten en professionals is daarbij onmisbaar.
Het goed begrijpen van problemen en ondersteuningsbehoeften is een voorwaarde om te kunnen werken aan herstel. Door goede (her)diagnostiek kunnen hulpverleners beter aansluiten bij wat iemand nodig heeft.
Mensen in de langdurige ggz ervaren vaak problemen op meerdere gebieden in hun leven. Dit vergt samenwerking op verschillende niveaus over langere tijd, met oog voor iemands mogelijkheden en wensen.
Onderzoeksmethoden staan centraal die passend zijn voor de langdurige ggz. Hierbij horen ook vragen gericht op het verhelderen van belangrijke concepten, zoals passende zorg.
Hoe kunnen we passende (woon)zorg bieden aan mensen met complexe problematiek? Doel is om woonvormen en ondersteuning te ontwikkelen die duurzaam en passend zijn.