Volgens de DSM-IV-TR [4] heeft iemand de schizotypische persoonlijkheidsstoornis als hij of zij voldoet aan 5 of meer van onderstaande 9 criteria.
De persoon:
- Heeft betrekkingsideeën (geen betrekkingswanen)
- Heeft eigenaardige overtuigingen of magische denkbeelden, die het gedrag beïnvloeden en die niet in overeenstemming zijn met de eigen subculturele normen
- Heeft ongewone waarnemingen
- Heeft merkwaardige gedachten en spraak
- Is achterdochtig of heeft paranoïde ideeën
- Heeft een afgevlakt gevoelsleven
- Is excentriek of gedraagt zich vreemd of heeft een vreemd uiterlijk
- Heeft geen intieme vrienden of vertrouwelingen buiten de eerstegraads familieleden
- Heeft buitensporige (paranoïde) sociale angst die niet afneemt in een vertrouwde omgeving en die eerder de neiging heeft samen te gaan met paranoïde angst dan met een negatief zelfbeeld.
Deze symptomen kunnen onderverdeeld worden in positieve symptomen en negatieve symptomen.
- Positieve symptomen duiden op de aanwezigheid van psychotische symptomen zoals magisch denken en illusies.
- Negatieve symptomen duiden op de afwezigheid of een gebrek in bepaalde gedragsdomeinen zoals aandachts- en concentratieproblemen.