in gebruikte spuiten in Amsterdam vóór het stofgroepenverbod
Nieuwe Psychoactieve Stoffen (NPS) zijn stoffen die qua werking lijken op traditionele illegale drugs zoals cannabis, ecstasy of heroïne. Ze worden vaak op de drugsmarkt geïntroduceerd als legaal alternatief voor illegale drugs om zo bestaande drugswetgeving te omzeilen. In Nederland wordt het gebruik van drugs op verschillende manieren gemonitord, bijvoorbeeld via bevolkingsonderzoeken. Over het gebruik van NPS ontbreken echter vaak gegevens. Dit omdat NPS een grote en snel veranderende groep stoffen omvat en het lastig is deze stoffen te volgen via standaard monitoringsystemen. Bovendien is de prevalentie van gebruik van de meeste NPS laag, waardoor het moeilijk is om betrouwbare en gedetailleerde informatie te verzamelen over wie deze middelen gebruikt en hoe. Dit geldt al helemaal voor bepaalde risicogroepen zoals onder andere gemarginaliseerde gebruikersgroepen en mensen die aan chemsex doen. Deze groepen zijn namelijk lastig te bereiken via bijvoorbeeld vragenlijstonderzoek. Ook laten deze groepen meestal niet hun drugs testen bij het Drugs Informatie en Monitoring Systeem (DIMS). Van mensen die aan chemsex doen is bekend dat zij naast traditionele drugs zoals methamfetamine, ook NPS gebruiken. Van gemarginaliseerde gebruikersgroepen is bekend dat zij met name heroïne en cocaïne gebruiken, maar daarbij lopen zij wel risico op blootstelling aan NPS. Voor beide groepen geldt dat zij vaak aan meer riskant drugsgebruik doen door ook drugs te injecteren, al komt dit relatief weinig voor. Om meer inzage te krijgen in het mogelijke gebruik van NPS onder deze doelgroepen, kan gebruik worden gemaakt van alternatieve monitoringsinstrumenten. Een voorbeeld hiervan is het onderzoeken van residuen van gebruikte injectiespuiten. Vanuit het Europese ESCAPE-onderzoek wordt er jaarlijks in diverse steden in Europa onderzocht via een vastgesteld protocol welke drugs aanwezig zijn in opgehaalde spuiten die zijn gebruikt om drugs te injecteren. Op 1 juli 2025 is het nieuwe stofgroepenverbod voor NPS in werking getreden. Het betreft hier specifiek alle stoffen afgeleid van 2-fenetylamine, oftewel de fenylethylaminen (inclusief alle cathinonen), synthetische cannabinoïden en stoffen afgeleid van 4-aminopiperidine, oftewel de fentanyl-achtigen. Om inzicht te verkrijgen in het injecterend gebruik van drugs en NPS in het bijzonder onder hoog-risicogroepen voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit stofgroepen verbod, is er in het najaar van 2024 in Nederland in Amsterdam vanuit het Trimbos-instituut in samenwerking met stichting Mainline onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van drugsresten in gebruikte injectiespuiten. Hierbij is specifiek gelet op de aanwezigheid van bepaalde groepen NPS.