Evaluatietraject 'Versnellers in de ggz'
Het Trimbos-instituut heeft, samen met het Nivel, MIND en InBegrepen, de regionale Versnellers-aanpakken van de wachttijden in de ggz geëvalueerd in opdracht van ZonMw. Het blijkt dat deze aanpak succesvol was in het versterken van de samenwerking tussen ggz, huisartsenzorg en sociaal domein: een belangrijke stap richting Mentale Gezondheidsnetwerken. Tegelijkertijd zijn er duidelijke aandachtspunten voor de verdere ontwikkeling van de domeinoverstijgende samenwerking.
21 regio’s hebben subsidie ontvangen vanuit het ZonMw-programma Versnellers in de ggz (2022-2025) voor het versterken van domeinoverstijgende samenwerking rond de aanpak van wachttijden. Hiervoor werden onafhankelijke procesregisseurs aangesteld, zogeheten ‘versnellers’. Uit de evaluatie blijkt dat hun rol als zeer waardevol werd ervaren en goed uit de verf is gekomen. Met ondersteuning van de versnellers is er geëxperimenteerd met diverse samenwerkingsmechanismen, zoals het verkennend gesprek (VG) en het domeinoverstijgend casusoverleg (DOCO). De eerste ervaringen hiermee waren overwegend positief. Er zijn betere relaties ontstaan tussen de verschillende betrokken regionale partijen met meer wederzijds vertrouwen, kortere lijnen en een gedeeld gevoel van urgentie. Daarmee is een belangrijke randvoordwaarde gerealiseerd voor de inrichting en uitrol van Mentale Gezondheidsnetwerken die momenteel in heel Nederland gaande is. Tegelijkertijd wijst de evaluatie op diverse aandachtspunten om deze transformatie succesvol te laten zijn.
Lessen voor doorontwikkeling van domeinoverstijgende samenwerking
De evaluatie laat zien dat de huidige invulling van domeinoverstijgende samenwerking op een aantal punten kan worden versterkt om de impact te vergroten. Zo ligt de focus nog sterk op de voorkant van de ggz, waarbij samenwerking vooral wordt ingezet om instroom te beïnvloeden. Processen rond door- en uitstroom, die eveneens bepalend zijn voor wachttijden, blijven daarbij nog te vaak buiten beeld. Daarnaast worden nieuwe samenwerkingsmechanismen, zoals het VG en DOCO, vaak toegevoegd aan het bestaande systeem. De vraag is of hiermee het systeem zelf wezenlijk verandert. Tot slot zijn deze mechanismen veelal gericht op eenmalige besluitvorming over een passende vervolgstap. Om zoveel mogelijk bij te dragen aan passende zorg en wachttijdverkorting is het van belang dat deze momenten worden ingebed in een breder proces van gezamenlijke verantwoordelijkheid en continuïteit. Zonder die doorontwikkeling bestaat het risico dat zij vooral fungeren als ‘verdeelstations’, waarbij het uiteindelijke effect voor hulpvragers onvoldoende in beeld blijft.
Meer onderbouwing nodig van de onderliggende aannames
De bovenstaande aandachtspunten bieden aanknopingspunten om de verdere ontwikkeling van de Mentale gezondheidsnetwerken te versterken. Daarmee neemt de kans toe dat domeinoverstijgende samenwerking daadwerkelijk bijdraagt aan meer passende zorg en het terugdringen van wachttijden. Tegelijkertijd is het belangrijk om deze ontwikkeling goed te blijven volgen en te onderbouwen. Vanwege de kleinschaligheid en het pionierskarakter van de Versnellers-aanpakken is slechts deels onderzoek gedaan naar de impact van betere domeinoverstijgende samenwerking. Daardoor is nog onvoldoende duidelijk in hoeverre veronderstellingen, zoals dat afbuigen van instroom leidt tot tijdigere en meer passende zorg of ondersteuning, in de praktijk worden gerealiseerd en standhouden. Zolang niet systematisch en over een langere tijd wordt gemonitord wat er met hulpvragers gebeurt ná afbuiging of verplaatsing, blijft onduidelijk of de aanpak daadwerkelijk bijdraagt aan het oplossen van het wachttijdenprobleem.
Op weg naar een goed werkende aanpak van wachttijden
De Versnellers-aanpakken hebben in korte tijd een stevig fundament gelegd waar de Mentale gezondheidsnetwerken op kunnen voortbouwen. Domeinoverstijgende samenwerking biedt duidelijke kansen voor de aanpak van wachttijden maar vraagt wel om het meenemen van bovengenoemde aandachtspunten in de doorontwikkeling. Bovendien komt uit de evaluatie nadrukkelijk naar voren dat er ook oog moet zijn voor diepere, structurele oorzaken van wachttijden. Wachttijden in de ggz kunnen niet alléén met betere domeinoverstijgende samenwerking worden opgelost.
Meer informatie
Zie het eindrapport voor de kernbevindingen en aanbevelingen van het evaluatietraject.
Zie de vier achtergrondrapporten voor de volledige resultaten van de evaluatieonderdelen:
- Een begeleide zelfevaluatie met alle 21 regio’s. In dit kernonderdeel is met elke regio nagegaan in hoeverre de beoogde doelen van hun aanpak daadwerkelijk zijn bereikt, wat hierbij wel en niet werkte, en wat hierbij beïnvloedende factoren waren.
- Een verdiepende evaluatie van het verkennend gesprek (VG).
- Een verdiepende evaluatie van het domeinoverstijgend casusoverleg (DOCO).
- Een literatuurinventarisatie naar de bredere context van de wachttijdenproblematiek en het beleid daaromtrent.
Eerder verscheen halverwege de evaluatie het tussenrapport.