Onderzoeken en projecten binnen de Academische Werkplaats lggz
Op deze pagina vind je een overzicht van lopende onderzoeken en projecten in de lggz. Uitgevoerd door partners van de Academische Werkplaats.
Ook afgeronde projecten en daaruit volgende opbrengsten zijn op deze pagina te vinden. Verder staan samenwerkingen met een link naar de academische werkplaats op deze pagina.
Lopend onderzoek
Passend meten: effectiviteit van langdurig klinische opname in de Wlz ggz
Passend Meten: effectiviteit van langdurig klinische opname in de Wlz ggz
Startdatum: december 2024
Verwachte einddatum: december 2028
Aanleiding
Op langdurige klinische afdelingen in de ggz verblijven mensen met ernstige psychische aandoeningen voor wie zelfstandig of beschermd wonen niet haalbaar is. Over deze groep, de geboden zorg, en de praktijkvariatie tussen instellingen, is nog weinig bekend. Ook ontbreekt inzicht in hoe de effectiviteit van langdurige klinische opname goed gemeten kan worden.
Doel
Het doel van dit promotieonderzoek is om langdurig klinisch opgenomen cliënten in Nederland te beschrijven (sociodemografisch en klinisch profiel) en inzicht te krijgen in de geboden zorg en regionale verschillen. Daarnaast wordt onderzocht welke meetmethoden en uitkomstmaten geschikt en bruikbaar zijn om effectiviteit van langdurige opname te meten.
Methode
Er wordt gebruikgemaakt van een combinatie van methoden, waaronder interviews, vragenlijsten en dossieronderzoek. Metingen worden uitgevoerd vanuit meerdere perspectieven: cliënten, naasten en zorgprofessionals.
Beoogde opbrengsten
- Inzicht in kenmerken van cliënten en het zorgaanbod binnen langdurige klinische ggz
- Inzicht in praktijkvariatie tussen instellingen
- Handvatten voor passende meetmethoden en uitkomstmaten
- Een landelijk consensusdocument voor effectiviteitsmeting in de langdurige klinische ggz
Betrokkenen
Onderzoeksteam:
- Remond Wulff (promovendus)
- Mariken de Koning (hoofdonderzoeker/psychiater)
- Hans de Haas (senior onderzoeker/psychiater)
- Martijn Kikkert (hoofd onderzoek)
- Hans Kroon (promotor)
- Lieuwe de Haan (promotor)
Samenwerkingspartners: Arkin (Mentrum), Anoiksis, MIND Ypsilon, Lentis, GGZ Breburg, Amsterdam UMC, Universiteit Leiden, Tilburg University, Trimbos-instituut en Rijksuniversiteit Groningen.
Financiers: ZonMw (programma ‘Passende Zorg in de Wlz’)
- Meer informatie:
Remond Wulff: remond.wulff@arkin.nl - https://onderzoek.arkin.nl/onderzoek/passend-meten/
Ouderen in de lggz (nog geen informatie beschikbaar)
Houtsma, D.
Informatie volgt
Handen en voeten geven aan eigen regie in de langdurige ggz
Startdatum: november 2025
Verwachte einddatum: november 2027
Aanleiding
Mensen met ernstige psychische problemen verblijven soms jarenlang op een klinische afdeling. Hoewel herstelgericht werken – waarbij de wensen, talenten en doelen van cliënten centraal staan – hun kwaliteit van leven kan verbeteren, blijkt het in de praktijk lastig om dit concreet vorm te geven. Het project laat zien hoe zorgverleners cliënten beter kunnen ondersteunen om (weer) regie te nemen over hun eigen leven en zo hun zelfredzaamheid te vergroten.
Doel
Dit project maakt herstelgericht werken praktisch toepasbaar voor (veelal) MBO-geschoolde hulpverleners. Centraal staat het zogenoemde herstelboek: een toegankelijk werkboek waarmee cliënten samen met naasten en begeleiders ontdekken wat voor hen belangrijk is en welke stappen passen bij hun herstel. Ook het ART addendum ‘Senioren’ wordt daarbij ingezet.
Methode
De aanpak is actieonderzoek in de praktijk. Op twee klinische afdelingen werken teams – in duo’s van MBO‑stagiaires met professionals – met het herstelboek en het versterken van steungroepen (resourcegroepen) rond de cliënt. Door intervisie, denktanks met cliënten- en naastenvertegenwoordigers en herhaaldelijke evaluatie ontstaat een lerende praktijk waarin de werkwijze stap voor stap wordt verbeterd, met extra aandacht voor oudere cliënten.
Beoogde opbrengsten
- Verbeterd herstelwerkboek
- Onderwijsproduct(en)
- Kennisbijeenkomst
Betrokkenen
Het project is een samenwerking tussen twee ggz‑instellingen – Parnassia en Reinier van Arkel -, twee MBO‑opleidingen – ROC Mondriaan en Koning Willem I College - en het Trimbos‑instituut, met actieve betrokkenheid van cliënten, naasten, professionals, studenten en ervaringsdeskundigen.
Financier: ZonMW (programma ‘Langdurige Zorg’)
Meer informatie:
- Ankie Lempens, alempens@trimbos.nl
- Projectpagina ZonMW: https://projecten.zonmw.nl/nl/project/handen-en-voeten-geven-aan-het-stimuleren-van-eigen-regie-en-zelfredzaamheid-de-langdurige
Implementatie van resourcegroepen in de langdurige zorg door praktijk- en reflectief leren
Implementatie van Resourcegroepen in de langdurige zorg door praktijk- en reflectief leren
Startdatum: mei 2026
Verwachte einddatum: mei 2028
Aanleiding
Belangrijke pijlers van herstelondersteunende zorg zijn triadisch werken en het versterken van het netwerk van de cliënt en diens eigen regie. Een veelbelovende en bewezen effectieve aanpak voor netwerkgerichte herstelondersteunende zorg is de inzet van resource groepen (RG). Een RG is een door de cliënt samengestelde groep van formele en informele betrokkenen, waarin wordt samengewerkt om hersteldoelen te verwezenlijken. Implementatie van RG in de langdurige ggz vraagt echter nog om versterking van vaardigheden van professionals en betere positionering van naasten.
Doel
Het doel van het project is het versterken en duurzaam implementeren van RG binnen de langdurige ggz, door zowel het netwerkgericht werken rond cliënten te verbeteren als de onderliggende professionele competenties (zoals triadisch werken en gelijkwaardigheid) verder te ontwikkelen. Hiermee wordt beoogd het persoonlijk en maatschappelijk herstel van cliënten te bevorderen en de kwaliteit en doorstroom van zorg te verbeteren.
Methode
Dit is een implementatieproject. Veranderteams (management, zorgverleners, ervaringsdeskundigen en vertegenwoordiging vanuit cliënten- en familieraden) identificeren hun implementatievraag, kiezen passende strategieën en gaan daar in de praktijk mee aan de slag. Om op het implementatieproces te reflecteren wordt gebruik gemaakt van reflectieve leermethoden zoals reflectieve case studies en scenarioleren. De teams reflecteren intern maar ook gezamenlijk in een lerend netwerk.
Beoogde opbrengsten
- Kennisproducten voor GGZ-instellingen over werken met resourcegroepen en onderliggende kerncompetenties en voorwaarden die hiervoor nodig zijn.
- Projectverslag met belangrijkste bevindingen en geleerde lessen over het implementatieproces zelf en over bredere borging.
- Vertaling van geleerde lessen in onderwijsproducten voor MBO-onderwijs over werken met resource groepen en onderliggende kerncompetenties die hiervoor nodig zijn.
- Een leernetwerk rond het werken met resource groepen in de langdurige ggz.
Betrokkenen
Kenniscentrum Phrenos en het Trimbos-instituut voeren het project uit.
Samenwerkingspartners
Blauwe Paard, Anoiksis, Ypsilon, Albeda College, Stichting RACT, Vincent van Gogh, Antes, Parnassia, Leviaan, Arkin en GGZ Rivierduinen.
Financier
ZonMw (programma ‘Implementatie van kennis en innovaties in de geestelijke gezondheidszorg’)
Meer informatie
Daniëlle van Duin (dduin@kcphrenos.nl)
Samen leren en verbeteren in de langdurige ggz: de rol van leer- en innovatienetwerken
Samen leren en verbeteren in de langdurige ggz: de rol van leer- en innovatienetwerken
Startdatum: januari 2026
Verwachte einddatum: november 2026
Aanleiding
In de langdurige zorg bestaan diverse leer- en innovatienetwerken die gericht zijn op kennisdeling, reflectie en innovatie. Toch ontbreekt een overzicht van relevante netwerken die zich richten op (verbetering van de zorg voor) cliënten in de langdurige ggz met complexe – en soms ook sectoroverstijgende – ondersteuningsvragen. Daarnaast is onbekend in hoeverre samenwerking en kennisuitwisseling tussen sectoren goed tot stand komt. Het Zorginstituut Nederland heeft het Trimbos-instituut gevraagd een onderzoeksopzet te ontwikkelen om te verkennen hoe deze netwerken kunnen bijdragen aan betere kennisdeling en toepassing in de praktijk.
Doel
Het inventariseren van bestaande leer- en innovatienetwerken en het een formuleren van kansen voor versterking van (intersectoraal) samen leren en verbeteren in vraagstukken rond cliënten in de langdurige ggz, met nadruk op hiaten. Dit moet leiden tot handvatten voor betere samenwerking, kennisdeling en uiteindelijk verbetering van de kwaliteit van zorg voor de doelgroep.
Methode
- Dialoogtafel: bijeenkomst binnen het Linking Pin-netwerk van de Academische Werkplaats lggz om ervaringen, kansen en knelpunten rond samenwerking en triadisch werken te verzamelen
- Situatieschets: inventarisatie van leer- en innovatienetwerken binnen en buiten de ggz via desk research en een (digitale) uitvraag
- Uitwisselingen: twee à drie bijeenkomsten met sleutelfiguren uit relevante netwerken om samenwerking, opbrengsten, belemmeringen en verbeterkansen te bespreken, met inbreng van diverse perspectieven (cliënten, naasten, zorg, beleid, wetenschap, onderwijs)
Beoogde opbrengsten
- Overzicht van leer- en innovatienetwerken gericht op de langdurige ggz en analyse van hiaten
- Factsheet met leerpunten over samenwerking en lerende praktijken, met focus op triadisch werken
Betrokkenen
Trimbos-instituut in samenwerking met de Academische Werkplaats lggz.
Financier: Zorginstituut Nederland
Voor meer informatie:
Michel Planije: mplanije@trimbos.nl
Samen beter begrijpen in Beschermd Wonen
Samen Begrijpen in Beschermd Wonen
Startdatum: 1 mei 2026
Verwachte einddatum: 1 januari 2028
Aanleiding
Voor circa 57.000 mensen in Nederland is beschermd wonen hun thuis, maar deze woonvorm maakt hen kwetsbaar voor situaties van onbegrip en oplopende spanning. Deze situaties kunnen leiden tot crises, overlast of gedwongen uithuisplaatsing. Begeleiders ervaren handelingsverlegenheid en missen handvatten om tijdig te handelen. Tegelijkertijd blijft de beschermd wonen-praktijk onderbelicht in beleid rond onbegrepen gedrag. De kick- off met alle betrokkenen (cliënten, naasten, professionals, netwerkpartners en leden van de adviescommissie) staat gepland op 29 augustus 2026!
Doel
Dit project speelt in op de behoefte aan persoonsgerichte, relationele werkwijzen die beter aansluiten bij de dagelijkse beschermd wonen-praktijk. Het doel is om te onderzoeken hoe relationele afstemmingsruimte kan worden ontwikkeld tot een professionele grondhouding van woon- en persoonlijk begeleiders, zodat zij beter omgaan met situaties van onbegrip en escalaties voorkomen.
Methode
Dit is een actieonderzoek met een participatieve en cyclisch-iteratieve aanpak volgens de Double Diamond-structuur (discover, define, develop, deliver). Inzichten worden stapsgewijs verkend, verdiept, ontwikkeld en in de praktijk getest.
Voor het verzamelen en analyseren van data wordt gebruikgemaakt van o.a. een literatuurverkenning, observaties in de praktijk, en interviews. Daarnaast spelen living labs een centrale rol, waarin bewoners, naasten, professionals en ervaringsdeskundigen gezamenlijk reflecteren en leren. In de ontwikkelfase worden werkwijzen via micro-experimenten en co-creatie direct in de praktijk uitgeprobeerd en aangescherpt. Waar mogelijk wordt aangesloten bij bestaande databronnen, zoals cliëntervaringen en medewerkerstevredenheid.
Beoogde opbrengsten
- Het ontwikkelen van een praktisch toepasbare werkwijze die zich richt op de professionele grondhouding van woon- en persoonlijk begeleiders. In de praktijk wordt verwacht dat dit leidt tot:
- Een verbetering van de kwaliteit van wonen, een groter gevoel van veiligheid en meer ervaren regie bij bewoners.
- Een versterkt handelingsvermogen en meer werkplezier onder professionals, doordat zij zich beter toegerust voelen om met spanningsvolle situaties om te gaan.
- Een doordachte implementatie- en borgingsstrategie, gericht op duurzame inbedding van de ontwikkelde werkwijze binnen organisaties, netwerken en opleidingen. Gebruikmakend van opgehaalde inzichten in de factoren die het gebruik van de werkwijze in de praktijk bevorderen of juist belemmeren.
- Een uitgebreide eindrapportage waarin het gehele onderzoeksproces, de belangrijkste inzichten en de implicaties voor praktijk en beleid worden beschreven (verwacht in 2028).
Betrokkenen
Deelnemende/samenwerkingsorganisaties:
Kenniscentrum Phrenos in samenwerking met Cavallo Advies / Blauwe Paard Netwerk, Antes Zorg, Stichting Kwintes, Stichting Leviaan, Trimbos-instituut, HAN Hogeschool (lectoraat Onbegrepen Gedrag), Rijksuniversiteit Groningen / Lentis, Anoiksis, Ypsilon, Valente, (en nog te verkennen: een practoraat).
Financiers:
ZonMw, Actieprogramma Grip op Onbegrip
Meer informatie:
Contactpersonen voor het project zijn Mieke van Boxtel; mboxtel@kcphrenos.nl (projectleider tot 1 oktober) en Lia van der Ham; LHam@kcphrenos.nl (projectleider na 1 oktober).
Samen begrijpen in beschermd wonen - Kenniscentrum Phrenos
https://projecten.zonmw.nl/nl/project/samen-begrijpen-beschermd-wonen
Jong volwassenen in de Wlz (nog geen informatie beschikbaar)
Informatie volgt nog
Buddy-project
Mensen met een ernstige psychische aandoening (EPA) lijden aan verschillende, soms ernstige, psychische stoornissen. Hieronder vallen bijvoorbeeld Schizofrenie, Bipolaire Stoornis en Depressieve Stoornissen. Naast de symptomen van de psychische stoornis hebben mensen met EPA vaak cognitieve en sociale problemen die leiden tot moeilijkheden in het dagelijks leven, bijvoorbeeld aankleden, boodschappen doen, gebruik maken van het openbaar vervoer. Dit kan leiden tot een verlies van het contact met de maatschappij.
Om deze mensen een kans op resocialisatie te bieden, is het Buddy-project opgezet. In dit project worden cliënten van Lentis gekoppeld aan studenten Psychologie van de Rijksuniversiteit Groningen, waar ze een aantal uur per maand tijd mee doorbrengen en activiteiten mee ondernemen. Dit kan van alles zijn: een wandeling maken, naar de bioscoop, winkelen of samen koken. Hierbij kan ook gebruik gemaakt worden van het Dit ben ik rad. We helpen mensen zo bij het herontdekken van hun identiteit; wie ze zijn en wie ze in de toekomst willen zijn.
Met dit project hopen we enerzijds om een kans op resocialisatie te bieden voor mensen met EPA door een vriendschapsrelatie op te bouwen. Het komt erop neer dat we met het Buddy-project de mensen met EPA in hun geheel ondersteunen en aanvaarden, zodat ze weer (zelf)vertrouwen krijgen om deel te nemen aan gewone maatschappelijke activiteiten. Anderzijds willen we de psychologiestudenten een kijkje geven in een klinische omgeving en ze op deze manier een leermogelijkheid geven.
Betrokkenen
- Lisette van der Meer
- Tim van Brouwershaven
- Malin Meyer
Congnitive Assesment Interview (CAI)
Bij mensen met ernstige psychische aandoeningen (EPA) zoals schizofrenie komen cognitieve beperkingen, zoals een verminderd planning- en overzichtsvermogen of een kortere aandachtspanne, regelmatig voor. Dergelijke cognitieve beperkingen kunnen een negatieve invloed hebben op het dagelijks functioneren en psychisch welbevinden. Om het cognitief functioneren in kaart te brengen, kan een neuropsychologisch onderzoek (NPO) worden verricht. Dit is echter vanwege praktische redeneren, zoals een tekort aan neuropsychologen of een beperkte belastbaarheid van patiënten, niet altijd mogelijk. In dat geval kan een interview een geschikt alternatief zijn om het cognitief functioneren op verschillende domeinen in kaart te brengen.
Het Cognitive Assessment Interview (CAI) is een semi-gestructureerd interview om de impact van eventuele cognitieve beperkingen op het dagelijks leven van mensen met een ernstige psychische aandoening te beoordelen. In eerder onderzoek is gebleken dat de CAI een potentieel waardevol instrument is om het cognitief functioneren te beoordelen bij mensen met schizofrenie (Ventura et al. 2010). In het huidige onderzoek bekijken we wat de klinische waarde is van de Nederlandse versie van de CAI (CAI-NL) bij mensen met EPA. Hierbij onderzoeken we de haalbaarheid (is de CAI-NL geschikt voor mensen met EPA?), aanvaardbaarheid (is de verhouding tussen belasting en nut voor gebruikers acceptabel?) en bruikbaarheid (hebben gebruikers iets aan de uitkomsten van de CAI-NL?). Hierdoor hopen we inzicht te krijgen in de bruikbaarheid van de CAI-NL voor cliënten, naasten en behandelaren in de langdurige klinische zorg voor mensen met EPA.
Project Partners
- Lentis
- Rijksuniversiteit Groningen
- Opleidingsinstituut PPO
Betrokken GRIP onderzoekers
- Lisette van der Meer
- Irma Nijkamp
- Lianne Sanders
- Tim van Brouwershaven
Overige betrokkenen
- Dr. Joseph Ventura (University of California, Los Angeles)
- Jennifer Slootmaker, MSc.
Cognitieve Adaptatie Training
Veel mensen met een ernstige psychische aandoening (EPA) hebben moeite met het zelfstandig doen van dagelijkse activiteiten. Denk hierbij aan huishoudelijke taken, het doen van boodschappen of het reizen met het openbaar vervoer. Maar ook activiteiten zoals tandenpoetsen of het aantrekken van schone kleren kunnen lastig zijn. Deze problemen hebben vaak te maken met problemen in denkvaardigheden, zoals planning, concentratie en geheugen: het executief functioneren. Met Cognitieve Adaptatie Training (CAT) proberen we deze problemen te omzeilen door het inzetten van individuele hulpmiddelen en compensatiestrategieën. Hierdoor wordt er minder een beroep gedaan op de denkvaardigheden en kan iemand zijn/haar doelen toch behalen.
Het gebruik van hulpmiddelen voor het omzeilen van problemen in denkvaardigheden kan ervoor zorgen dat mensen met EPA zelfstandiger worden en aan meer of andere dagelijkse activiteiten toekomen. CAT kan bijvoorbeeld zorgen voor een beter georganiseerde leefomgeving of betere persoonlijke hygiëne. Ook kan het leiden tot betere medicatie-inname en bij het deelnemen aan dagbestedingsactiviteiten of sociale activiteiten. Kortom, CAT helpt mensen om zelfstandiger en onafhankelijker te leven.
Dit ben ik
Wie ben ik? Iedereen heeft een ander antwoord op deze vraag. Sommige antwoorden zijn lang, andere kort. Sommige antwoorden gaan over vroeger, anderen over het heden. Sommige antwoorden gaan over wat iemand goed kan (of juist niet), wat iemand mooi of lelijk vindt. Sommige antwoorden gaan over relaties met anderen, met ouders, broers, zussen, kinderen, vrienden of vage kennissen.
Sommige mensen hebben een beetje hulp nodig om antwoorden te vinden op deze vraag. Voor die mensen is het rad van Dit Ben Ik ontwikkeld! Momenteel GRIP bezig om deze werkvorm verder te ontwikkelen, waarbij ze ook meer aandacht zullen besteden aan zingeving.
Betrokken GRIP Onderzoekers
- Lisette van der Meer
- Ellie van Setten
- Elske Kronemeijer
Overige Betrokkenen
- Prof. dr. G.H.M. Pijnenborg (Rijksuniversiteit Groningen en GGz Drenthe)
- Prof. dr. J.K. Muthert (Rijksuniversiteit Groningen)
DITSMI
Van de mensen met een ernstige psychische aandoening (EPA) verblijft een groot deel in de langdurige zorg met een stagnerende behandeling. Deze mensen hebben vaak diagnoses die jaren geleden zijn gesteld en inmiddels niet meer actueel of onvolledig zijn. Daarnaast gebruiken mensen met EPA vaak veel medicatie zonder dat daar een duidelijke actuele indicatie voor bestaat. Dit geeft risico op (ernstige) bijwerkingen, irrationele combinaties, interacties en/of toxische doseringen.
Bij DITSMI staat beschrijvende (her)diagnostiek en indicatiestelling in een multidisciplinair team centraal. DITSMI staat voor Diagnose, Indicate, Treat Severe Mental Illness, aldus diagnosticeren, indiceren en behandelen van mensen met een ernstige psychische aandoening. Het doel van DITSMI is om de zorgverlening weer beter te laten aansluiten op iemands actuele klachten en krachten en daarmee het herstel en de kwaliteit van leven te verbeteren. Dit wordt gedaan door in een multidisciplinair team de tijd te nemen voor een evaluatie in hoeverre de beschrijvende diagnose, huidige behandelingen en samenwerking met naasten nog passend zijn.
DITSMI is ontwikkeld door GGNet waarbij deze aanpak heeft geleid tot een verandering van de helft van de hoofdclassificaties en twee derde van de behandelindicaties. Het medicijngebruik veranderde voor 67% van de deelnemende personen, met minder ervaren bijwerkingen tot gevolg. Gemiddeld gezien verminderde het zorggebruik en waren zorgmedewerkers minder tijd nodig aan de zorgverlening.
In het huidige project kijken we hoe we de DITSMI-aanpak het beste kunnen implementeren in de langdurige zorg binnen het kerncluster Langdurige Zorg & Wonen Zuidlaren. De implementatie is medio 2022 gestart en ondertussen wordt de DITSMI methodiek op vijf van de zes afdelingen gebruikt voor personen die al langere tijd bij ons in zorg zijn. In de komende tijd gaan we ook starten met de DITSMI methode voor de personen die in het kerncluster instromen.
Dit onderzoek wordt mogelijk gemaakt door subsidie van ZonMw
Project Partners
- Lentis
- Trimbos-instituut
- GGNet
- IVM
- MIND
Betrokken GRIP onderzoekers
- Lisette van der Meer
- Marjolein Helleman-Funhoff
- Lianne Sanders
HEADDSET+
Veel mensen met een ernstige psychische aandoening (EPA), zoals schizofrenie of bipolaire stoornis, ervaren problemen in het dagelijks leven. Te denken valt aan huishoudelijke vaardigheden (boodschappen doen, schoonmaken) en organisatie van het dagelijks leven (agenda bijhouden, financiën). Deze problemen zijn soms zo groot dat ze hun zelfstandigheid verliezen en moeten terugvallen op vormen van beschermd wonen. Deze problemen in het dagelijks leven kunnen veroorzaakt worden door cognitieve problemen. In dit onderzoek bekijken we of de combinatie van twee verschillende behandelingen kan zorgen voor verbetering in hun cognitief en dagelijks functioneren.
Cognitieve Remediatie Training is een psychologische interventie die erop gericht is om cognitieve functies, zoals aandacht, geheugen en planning, te verbeteren en daarmee ook het dagelijks functioneren. De specifieke training die wij onderzoeken is het digitale programma CIRCuiTS (Computerised Interactive Remediation for Cognition and Thinking Skills). Dit programma biedt verschillende oefeningen waarmee mensen inzicht krijgen in hun cognitieve vaardigheden. Ze leren zowel over hun sterke punten als gebieden die ze nog kunnen verbeteren. Daarnaast leren ze strategieën om beter om te gaan met hun cognitieve uitdagingen en deze strategieën toe te kunnen passen in het dagelijks leven. Uit eerdere onderzoeken in andere groepen, blijkt dat deze vorm van cognitieve remediatie mensen inderdaad helpt hun dagelijks functioneren te verbeteren.
Project Partners
- Rijksuniversiteit Groningen
- Lentis
- Cosis
- GGZ Friesland
- De Hersenstichting
- RGOc
Betrokken GRIP onderzoekers
- Dr. Lisette van der Meer
- Nienke Buist, MSc
- Anika Poppe, MSc
- Suzanne Hofsteenge, MSc
Overige Betrokkenen
- Prof. dr. Marieke Pijnenborg (Rijksuniversiteit Groningen en GGZ Drenthe)
- Dr. Branislava Curcic-Blake (Cognitive Neuroscience Center, Universitair Medisch Centrum Groningen)
- Dr. Leonie Bais (voorheen bij Lentis Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg)
- Dr. Daniëlle van Duin (Kenniscentrum Phrenos)
SNS-validatie (Self-Evaluation of Negative Symptoms)
Bij mensen met een ernstige psychische aandoening (EPA) komen negatieve symptomen, zoals spraakarmoede, initiatiefverlies, motivatieproblemen en afvlakking van emoties, regelmatig voor. Deze symptomen worden vaak gemeten door middel van observaties. Een nadeel van deze methode is dat observaties beïnvloed kunnen worden door de ervaring en expertise van de beoordelaar. Een manier om deze tekortkomingen te overkomen, is door gebruik te maken van een vragenlijst waarbij de cliënt zelf de mate van negatieve symptomen scoort; de Self-Evaluation of Negative Symptoms (SNS). Deze vragenlijst is oorspronkelijk geschreven in het Frans en al in meerdere talen vertaald, maar nog niet in het Nederlands. Met dit project testen we de betrouwbaarheid en validiteit van de Nederlandse vertaling van de SNS. Hiermee hopen we in de toekomst de negatieve symptomen, die mensen met EPA ervaren, beter in kaart te kunnen brengen. Het artikel over de originele vragenlijst vind je hier.
Betrokken GRIP onderzoekers
- Lisette van der Meer
- Tim van Brouwershaven
- Anika Poppe
Overige betrokkenen
- Prof. dr. G.H.M. Pijnenborg (Rijksuniversiteit Groningen en GGz Drenthe)
- Prof. dr. A. Aleman (Rijksuniversiteit Groningen en UMCG)
WINST (Werken in het Netwerk en Steunsysteem)
Het WINST-project (Werken in het Netwerk en Steunsysteem van mensen met een ernstige psychische beperking) is een onderzoek binnen Lentis en GGZ Friesland wat eind december 2020 van start is gegaan. In dit onderzoek willen we kijken hoe we de samenwerking tussen familie en naasten, cliënten en medewerkers kunnen versterken. We richten ons op cliënten met EPA die langdurig verblijven in een GGZ-instelling of beschermde woonvorm en hun naasten. We onderzoeken hoe een familie-ervaringsdeskundige kan bijdragen aan het versterken van de samenwerking tussen de cliënt, naasten en zorgmedewerkers. Een familie-ervaringsdeskundige is iemand die zelf een naaste heeft die kampt met een ernstige psychische aandoening, en deze ervaring inzet in de ondersteuning van cliënten en hun naasten. Middels actie-onderzoek zullen we inventariseren wat familie-ervaringsdeskundigen nodig hebben (bv. kennis, tijd, middelen) en van wie (organisatie, collega’s, leidinggevenden etc.) om zo te kunnen bijdragen aan het versterken van de samenwerking tussen de cliënt, naasten en zorgmedewerker. Actie-onderzoek houdt in dat we van elkaar leren en kennis verzamelen terwijl we in de praktijk aan het werk zijn met de inzet van familie-ervaringsdeskundigen. Dit doen we door twee keer gebruik te maken van een Plan-Do-Check-Act-cyclus (PDCA). Daarnaast zullen we onderzoeken of de inzet van een familie-ervaringsdeskundige (die de nieuwe werkwijze gebruikt) de ervaren kwaliteit van zorg en welbevinden verbetert. Met deze kennis zullen we een nieuwe werkwijze ontwikkelen, inclusief implementatiehandleiding. De resultaten van het project, namelijk de ontwikkelde werkwijze, de implementatiehandleiding en de ervaringen hiermee, zullen we na afloop van het project verspreiden via diverse regionale en landelijke platforms.
Project Partners
- Lentis
- GGZ Friesland
- Hanzehogeschool
- Groningen
- Rijksuniversiteit Groningen
- Hogeschool Windesheim
- Werkplaats Sociaal Domein Noord
- Ypsilon
- RGOc
Betrokken GRIP Onderzoekers
- Ellen Meijer
- Charlotte Wunderink
- Lisette van der Meer
- Ellie van Setten
Overige Betrokkenen
- Dr. L. Polstra (Hanzehogeschool Groningen)
- Mr. Petra Smeets (Hanzehogeschool)
- B. Stavenuiter (Yspilon)
- Marjon Huiting, Lentis (BEL & ART Zuidlaren)
- K.N. Lap (GGZ Friesland)
- M. Menger (GGZ Friesland)
Willeke van der Plas (GGZ Friesland) - Dr. A. Weerman (Hogeschool Windesheim)
Doorlopende projecten
Erkenningstraject interventies lggz
Erkenningstraject effectieve interventies lggz
Doorlopend sinds: 1 september 2025
Aanleiding
De langdurige ggz kent veel verschillende interventies die ingezet kunnen worden. Maar welke werken goed en zijn uitvoerbaar in de praktijk? In het erkenningstraject voor effectieve interventies in de lggz beoordeelt een onafhankelijke erkenningscommissie interventies op kwaliteit en toepasbaarheid.
Doel
Je wilt mensen (in een kwetsbare positie) zo goed mogelijk helpen om veerkrachtig en gezond te zijn. Met een beproefde aanpak die is afgestemd op hun behoeften. Daarvoor kun je kiezen uit erkende interventies die goed uitvoer, onderbouwd en onderzocht zijn. Zowel voor het voorkomen als aanpakken van jouw lokale problemen en vraagstukken.
Waarom een erkende interventie?
Je wilt een aanpak:
- met impact: die onafhankelijk is getoetst en waar ervaring mee is in de praktijk.
- die lokaal werkt: die goed uitvoerbaar is, afgestemd is op de doelgroep en lokaal aanpasbaar is.
- die efficiënt is: doordat je op de aanpak kunt vertrouwen en je schaarse middelen goed besteedt door gebruik te maken van bestaande kennis.
Methode
Het Trimbos-instituut ondersteunt interventie-eigenaren kosteloos bij het indienen van interventies voor beoordeling door de erkenningscommissie. Ook interventies die in het verleden erkend waren en waarvan de erkenning is verlopen, kunnen opnieuw worden aangemeld.
Beoogde opbrengsten
Een overzicht van erkende interventies in de Databank.
Betrokkenen
Voor de erkenningstrajecten werken we samen met de erkenningscommissie. Zij beoordelen de interventie op basis van vastgestelde criteria. De leden van de commissie zijn:
- Jaap van Weeghel (voorzitter), emeritus hoogleraar Participatie en herstel van mensen met psychische aandoeningen bij Tilburg University, bestuurslid van MIND en lid Raad van Toezicht van Leviaan.
- Martijn Kole, adviseur en ontwikkelaar (zorg) vernieuwing, het Blauwe Paard Netwerk.
- Jeroen Deenik, gezondheidspsycholoog, epidemioloog. Programmaleider leefstijl, hoofd onderzoeksgsbied Leefstijl & Somatiek en voorzitter College Wetenschap en Innovatie, bij GGZ Centraal. Assistant Professor bij het Mental Health and Neuroscience Research Institute, Maastricht University.
- John Jongejan, senior Ervaringsdeskundige GGZ Breburg, ervaringsdeskundige Windesheim Lectoraat GGZ en samenleving.
- Nicky Dröge, gedragsdeskundige bij HVO-Querido
- Mariken de Koning, psychiater, senior onderzoeker en hoofdopleider psychiatrie bij Mentrum (Arkin)
- Sonja van Rooijen, senior adviseur en projectleider Bemoeizorg bij Movisie
- Yolanda Nijssen, senior onderzoeker Parnassia Groep en bijzonder lector Herstelgericht werken bij Ernstige Psychische Aandoeningen Hogeschool van Amsterdam.
- Diana Polhuis, hoofdopleider bij Opleidingsinstelling GGZ-VS, verpleegkundig specialist ggz.
- Lisette van der Meer, universitair hoofddocent neuropsychologie Rijksuniversiteit Groningen; hoofdonderzoeker cluster langdurige zorg & wonen, lentis. Hoofd Groep voor Rehabilitatie en Innovatie in de Psychiatrie (GRIP).
Financier: Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Meer informatie: Maaike van Vugt (mvugt@trimbos.nl).
Panel Psychisch Gezien
Startdatum: Doorlopend vanaf 2010
Aanleiding
Het panel Psychisch Gezien startte in 2010 omdat er nog weinig bekend was over mensen met langdurige psychische problematiek en hun stem vaak onvoldoende werd gehoord in het GGZ-debat. Deze kennislacune vormde de aanleiding voor het panel Psychisch Gezien, waarmee kennis verzameld wordt en deze groep een duidelijke stem krijgt.
Doel
Het panel doel van het panel is om meer zicht te krijgen op hoe volwassenen met ernstige psychische problemen gedurende de jaren wonen en leven en dit door te tijd te monitoren. Een ander belangrijk doel van het panel is om deze groep mensen een duidelijkere stem te geven en hun ervaringen, wensen en opvattingen over kwesties in de GGZ centraal te stellen. Het panel bestaat uit ongeveer 1.500 mensen met langdurige psychische problemen, die met hun deelname een beter beeld geven van hun leven, activiteiten en ontwikkelingen daarin.
Methode
Panelleden vullen jaarlijks vragenlijsten in of nemen deel aan interviews en focusgroepen.
Beoogde opbrengsten
Het panel Psychisch Gezien levert waardevolle opbrengsten op in de vorm van ervaringskennis van mensen met langdurige psychische problematiek, inzichten in hun kwaliteit van leven en signalen over knelpunten in de zorg en ondersteuning. Deze kennis draagt direct bij aan de doelen van de Academische Werkplaats langdurige ggz, zoals het versterken van de kennisbasis, het verbeteren van de aansluiting van zorg en ondersteuning op de leefwereld van cliënten, en het stimuleren van praktijkverbetering en beleid dat beter aansluit bij de behoeften van deze doelgroep. De resultaten van het vragenlijst onderzoek werden voorheen jaarlijks gepubliceerd in rapporten, factsheets en infographics. Vanaf 2026 worden de resultaten op het dashboard van het panel Panel Psychisch Gezien gepubliceerd.
Betrokkenen
Het onderzoeksteam wordt geadviseerd door de programmacommissie van het panel Psychisch Gezien. Het Ministerie van VWS, Nivel, SCP, VNG, De Nederlandse GGZ, Mind, ervaringsdeskundig perspectief en Kenniscentrum Phrenos zijn hierin vertegenwoordigd. Een team van ambassadeurs uit het panel adviseert en denkt mee in de verschillende onderzoeksfasen.
Financier: Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Meer informatie:
Panel Psychisch Gezien
Aafje Knispel (aknispel@trimbos.nl)
Samenwerkingen
Alliantie Kennisinfrastructuur Langdurige Zorg (KILZ)
De Alliantie Kennisinfrastructuur Langdurige Zorg (KILZ) – bestaande uit ZonMw, Zorginstituut Nederland (ZIN), Vilans en het Trimbos-instituut (gekoppeld aan de AW langdurige ggz) – werkt samen aan het verbeteren van de kennisinfrastructuur in de langdurige zorg.
Aanleiding hiervoor is dat uit diverse studies blijkt dat kennis de praktijk in de langdurige zorg nog te weinig en te langzaam bereikt. Daarnaast sluit kennisontwikkeling nog niet altijd goed aan op wat werkt voor cliënten en op de behoeften van de praktijk. Het ministerie van VWS heeft de betrokken partijen daarom gevraagd een passende governance structuur te ontwikkelen.
In 2024 tekenden de vier organisaties een bestuurlijk convenant, dat naar verwachting in 2026 wordt omgezet in een samenwerkingsovereenkomst.
De alliantie stelde in 2024 een visiedocument op dat aan VWS is aangeboden. Hierin formuleert zij ambities om de kennisinfrastructuur te versterken, onder andere op het gebied van implementatie, het gebruik van data voor leren en verbeteren, passende langdurige zorg en domein- en sector overstijgende samenwerking.
Het doel van de alliantie is om kennis bewust, planmatig en systematisch te ontwikkelen en te benutten, zodat de kwaliteit van leven en werken in de langdurige zorg verbetert. De alliantie wil een beweging op gang brengen en daarbij zelf het goede voorbeeld geven. In dat kader werkt zij ook aan een lerende evaluatie om de ontwikkeling van de kennisinfrastructuur te monitoren.
Publicaties
Het Trimbos-instituut heeft op verzoek van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) in 2025 een verdiepend onderzoek uitgevoerd naar de langdurige ggz. Dit onderzoek biedt een analyse van de zorg en ondersteuning voor mensen met een psychische aandoening en een langdurige zorgvraag. Een van de bevindingen is dat het belangrijk is om zorg en ondersteuning binnen de langdurige ggz nog meer te richten op de persoonlijke ontwikkeling van cliënten en het bieden van perspectief.
Deze kennisagenda bundelt kennisvragen en -hiaten in de ouderenpsychiatrie. Met hierin tien kennisvragen die cliënten, zorgprofessionals en onderzoekers het belangrijkst vinden om mee aan de slag te gaan. Er is aandacht voor ouderen met psychische problemen in de GGZ en in de Verpleeg- en Verzorgingshuizen. De agenda is samengesteld met de deelnemende organisaties van het toenmalig Kenniscentrum Ouderenpsychiatrie (NKOP) en ontwikkeld vanuit samenwerking tussen de doelgroep en het veld; zorgprofessionals in de GGZ, de VVT en onderzoekers.