De geschiedenis van de Alcoholwet

Het drinken van alcohol is van alle tijden. De beteugeling van problemen als gevolg van alcoholgebruik is ook al eeuwen een onderwerp van discussie. Aan het einde van de 19e eeuw werd er in Nederland voor het eerst een wet opgesteld die het gebruik van alcohol moest beperken, een voorloper van de hedendaagse Alcoholwet. Wat was de aanleiding voor deze eerste wet en hoe ontwikkelde de alcoholwetgeving zich verder, van de handhaving van de openbare orde tot de verhoging van de leeftijdsgrens ter bescherming van de gezondheid van de jeugd?

Vragen?

Expertisecentrum Alcohol

Deze pagina is gemaakt door het Expertisecentrum Alcohol. Met wetenschappelijke kennis helpt het expertisecentrum professionals gezondheidsschade door alcohol terug te dringen.

Blijf op de hoogte

Met de nieuwsbrief van het Expertisecentrum Alcohol:

E-mailadres(Vereist)
Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Heeft u een vraag?

Stuur ons een mail

Alcoholgebruik in Nederland

Problemen door alcoholgebruik bestaan al sinds mensenheugenis, maar bleven vele eeuwen lang beperkt tot excessen bij jaarfeesten en kermissen. In de vroege middeleeuwen werd bij zulke gelegenheden bier en (honing-)wijn gedronken. Dagelijkse problemen door alcohol waren er niet dankzij de grote invloed van de kerk, de lage alcoholpromillages, de lage levensstandaard en de beperkte beschikbaarheid van drank.

In de loop van de middeleeuwen nam de beschikbaarheid van bier en wijn toe en werd het gebruik ervan (bij de hogere klassen) gewoner. Bier was lange tijd een alternatief voor water, omdat de kwaliteit van het drinkwater in de steeds verder uitdijende steden zo slecht was [1]. In het bier uit die tijd zat meestal niet meer dan 2 tot 3% alcohol, waardoor er nog nauwelijks sprake was van ‘alcoholistisch’ drinken. Dat veranderde in de 19e eeuw met de toename van de consumptie van sterke drank.

Gedistilleerde drank was aanvankelijk vooral een medicijn, dat werd verkocht in de apotheek, maar in de loop van de 16de eeuw nam het gebruik ervan toe. In de 18de eeuw verdrong sterke drank zelfs het gebruik van bier [2]. Vooral jenever werd populair in Nederland. Deze toename had alles te maken met de industrialisatie en de overgang van kleinschalige, ambachtelijke productie naar machinale productie op grote schaal [3, 4]. Hierdoor werd de productie van drank goedkoper. Bovendien zorgden stijgende lonen voor een hoger besteedbaar inkomen en de slechte arbeidsomstandigheden voor een grotere behoefte aan verdoving. Alcohol werd toen dus al gebruikt als copingmechanisme.

De zorgen over alcoholgebruik namen in de 19e eeuw toe, want toen ontstond er voor het eerst echt omvangrijke verslavingsproblematiek, vooral onder arbeiders. Dit leidde tot veel overlast en onrust. Het (problematisch) alcoholgebruik van de arbeiders leidde bijvoorbeeld tot grote frustratie bij huisvrouwen. Gemiddeld werd in die tijd één vijfde deel van het loonzakje opgemaakt aan alcohol, waardoor er maar weinig overbleef om eten of het huishouden mee te betalen [2, 5]. Met de voortschrijdende industrialisatie werd het daarnaast voor werkgevers belangrijk dat machines en apparaten niet door dronken arbeiders werden bediend [6]. Dit alles zorgde ervoor dat in de 19e eeuw de discussie over het belang van ‘beschaafd gedrag’ toenam [1]. Vanaf de jaren 30 van de 19e eeuw werd in de landelijke politiek gedebatteerd over manieren om het gebruik van sterke drank onder de bevolking te verminderen. Tot een wet kwam het toen echter nog niet.

De Drankwet van 1881

Toen in de jaren 50, 60 en 70 van de 19e eeuw duidelijk werd dat het gebruik van sterke drank in Nederland sterk bleef toenemen - en daarmee de overlast op de openbare orde - laaide de discussie over beschaafd gedrag opnieuw op. Waar het drankgebruik per hoofd van de bevolking in 1847 nog rond de vijf liter pure alcohol per jaar lag, was dit in 1874 gestegen tot negen liter per jaar. Als gevolg hiervan werd in 1881 uiteindelijk de eerste Drankwet aangenomen: de wet tot beteugeling van het misbruik van sterke drank. Deze wet richtte zich alleen op sterke drank. De wet richtte zich onder andere op het tegengaan van openbare dronkenschap en het daarmee handhaven van de openbare orde. Het beschermen van mensen tegen de gevaren van alcohol werd in die tijd niet als een overheidstaak gezien. Het belang van de volksgezondheid kwam pas in latere wetten tot uiting. De wet bepaalde ook dat plaatsen waar sterke drank verkocht werd een vergunning moesten vragen bij de gemeente. Aan het aantal vergunningen dat de gemeente kon verlenen zat een limiet, afhankelijk van het aantal inwoners [1, 7]. Verder werd in het Wetboek van Strafrecht de verkoop van sterke drank aan kinderen onder de 16 jaar strafbaar gesteld om de jeugd te beschermen [8]. Over de verkoop en de consumptie van bier en wijn werd in deze wetten niet gesproken. Jongeren onder de 16 jaar mochten dus nog wel bier en wijn kopen en drinken.

De eerste wijzigingen

Het gebruik van sterke drank nam in de laatste decennia van de 19e eeuw wel af, maar het was onduidelijk of dit te maken had met de Drankwet van 1881. Om alcoholmisbruik verder terug te dringen werd in 1904 een nieuwe Drankwet aangenomen, waarin het tappen van zwak-alcoholhoudende dranken zoals bier en wijn alleen met een vergunning mocht. Maar er werd geen maximum verbonden aan het aantal te verstrekken vergunningen, zoals bij sterke drank wel het geval was [1]. Daarnaast werd de verstrekking van alcohol aan jongeren verder gereguleerd om hen te beschermen tegen de gevaren van alcoholgebruik. Zo mochten jongeren onder de 16 jaar niet in horecagelegenheden toegelaten worden of werken, tenzij ze in gezelschap waren van een meerderjarige.

In 1931 werd de Drankwet opnieuw gewijzigd. Waar de handhaving van de openbare orde eerder het voornaamste doel was, legde de herziene wet de nadruk op het verbeteren van de volksgezondheid. Om dit doel te bereiken mochten gemeenten ook een limiet stellen aan het aantal gelegenheden waar bier en wijn getapt werd, waardoor de beschikbaarheid van alcohol daalde [1, 8]. Bovendien mochten er geen zwak-alcoholhoudende dranken zoals bier en wijn meer worden verkocht aan jongeren onder de 16 jaar [9].

In de decennia die volgden nam het alcoholgebruik in Nederland af. Men gaat ervan uit dat de daling van het gebruik te maken had met de wetgeving om alcoholgebruik in te perken. Daarnaast kunnen ook maatschappelijke omstandigheden hierop van invloed zijn geweest. Zo stegen, als gevolg van beide Wereldoorlogen, de prijzen van de grondstoffen die nodig zijn om alcoholische dranken te produceren, waardoor drank voor minder mensen betaalbaar werd [1].

Drank- en Horecawet van 1964

In de loop van de jaren 50 ontstond er behoefte aan een geheel nieuwe wet, onder meer door een gebrek aan coördinatie bij de uitvoering van de Drankwet uit 1931. Jarenlange voorbereiding en politieke discussies zorgden ervoor dat in 1964 een nieuwe wet werd aangenomen, die in 1967 werd ingevoerd. In deze nieuwe Drank- en Horecawet (DHW) werd het maximumaantal gelegenheden waar drank verkocht kon worden, afgeschaft. In plaats daarvan moesten zowel de aanvragers van de vergunningen als de verkooppunten van alcohol aan strengere eisen voldoen. Zo werd onder meer vastgelegd dat er geen sterke drank mocht worden verkocht aan personen jonger dan 18 jaar en dat er in gelegenheden waar alcohol verkocht werd geen dronken mensen mochten worden toegelaten [1, 8]. Voor zwak-alcoholhoudende dranken zoals bier en wijn bleef de leeftijdsgrens 16 jaar. Aan personen onder de 16 jaar mocht dus geen alcohol worden verkocht.

Aanscherping van de wet

Tussen 1964 en 2000 verdubbelde in Nederland het alcoholgebruik per hoofd van de bevolking van 15 jaar en ouder van bijna 5 naar ruim 10 liter pure alcohol per jaar. Oorzaken waren onder andere de stijging van het netto-besteedbare inkomen, de daling van de alcoholprijzen in vergelijking met de prijsontwikkeling van andere producten, toename van de vrije tijd en een toegenomen maatschappelijke tolerantie voor vaker drinken en ook voor meer drinken per gelegenheid. Met het toegenomen alcoholgebruik stegen ook de ernst en de omvang van de gezondheids- en maatschappelijke problemen door alcoholgebruik [10].

Gezien de effecten op de lange termijn was uit het oogpunt van de volksgezondheid vooral het toegenomen alcoholgebruik onder jongeren verontrustend. Als gevolg hiervan werd in 2000 de Drank- en Horecawet voor het eerst aangescherpt. Drank mocht niet meer verkocht worden in niet-levensmiddelenwinkels, tankshops en winkeltjes langs de snelweg. En misschien wel de belangrijkste wijziging die in 2000 werd doorgevoerd, was dat verstrekkers van alcohol voortaan vooraf moesten controleren of degene die drank wilde kopen of bestellen wel de vereiste leeftijd had [11]. Dit was in eerdere versies van de wet nog niet vastgesteld. Ook kwamen er strengere eisen voor verenigingen en stichtingen die alcohol schonken [12]. Zo moesten verenigingen een reglement hebben voor het schenken van alcohol [12]. Maar het was, in tegenstelling tot wat velen denken, niet verplicht dat er iemand aanwezig was die een instructie verantwoord alcoholschenken (IVA) had gevolgd.

Met betrekking tot reclame voor alcohol: sinds 1 januari 2009 is er een verbod op alcoholreclame[CVV3]  op Nederlandse radio en tv tussen 6.00 en 21.00 uur. Deze maatregel stond niet in de Drank- en Horecawet en staat ook niet in de huidige Alcoholwet maar in de Mediawet.

Wijzigingen Drank- en Horecawet vanaf 2013

In 2013 werd opnieuw een wijziging van de Drank- en Horecawet ingevoerd. Het belangrijkste doel van de wet werd het voorkomen van gezondheidsschade door alcohol bij jongeren en het terugdringen van verstoring van de openbare orde door alcoholmisbruik onder jongeren [13, 14]. Eén van de nieuwe maatregelen was dat het toezicht op de naleving van de wet bij de gemeente kwam te liggen en dat jongeren onder de 16 jaar een boete kregen wanneer zij op publiek toegankelijke plaatsen alcohol bij zich hadden. Daarnaast kreeg de burgemeester de bevoegdheid om voor een periode van maximaal 12 weken een alcoholverkoopverbod op te leggen aan supermarkten, wanneer zij meer dan drie keer in een jaar alcohol verkochten aan jongeren zonder gecontroleerd te hebben of ze wel 16 jaar of ouder waren. Verder kregen gemeenteraden de bevoegdheid om buitensporige prijsacties op alcohol (zoals happy hours) te verbieden; gemeenten maakten hier lang niet altijd gebruik van.

In 2014 werd de Drank- en Horecawet verder aangescherpt, met als doel de beschikbaarheid van alcohol voor jongeren te verkleinen, zodat het gebruik zou afnemen [15]. Het betrof een initiatiefwet van enkele Kamerleden, waarbij de alcoholleeftijd van 16 jaar verhoogd werd naar 18 jaar. Daardoor moesten verstrekkers van zowel zwak-alcoholhoudende als sterke drank voortaan controleren of jongeren 18 jaar of ouder waren. Daarnaast was het voor jongeren onder de 18 jaar verboden om op voor publiek toegankelijke plaatsen alcohol bij zich te hebben. Er wordt sinds die tijd voor de leeftijdsgrens dus geen onderscheid meer gemaakt tussen zwak-alcoholhoudende en sterke drank, wat handhaving en controle eenvoudiger maakt [13, 16]. Ook waren gemeenten vanaf deze wetswijziging verplicht een Preventie- en handhavingsplan alcohol op te stellen, waarin ze vastlegden hoe ze ervoor gingen zorgen dat er geen alcohol werd geschonken aan jongeren onder de 18 jaar en hoe ze als gemeenten vormgaven aan handhaving van de Drank- en Horecawet.

De Alcoholwet vanaf 2021

Naar aanleiding van het Nationaal Preventieakkoord en de evaluatie van de Drank- en Horecawet is op 1 juli 2021 de Alcoholwet in werking getreden. De Alcoholwet bevat een aantal belangrijke veranderingen, zowel voor de verkopers van alcohol als voor particulieren.

  • Verbod op bepaalde prijsacties: prijsacties in de detailhandel van meer dan 25% op alcoholhoudende producten zijn verboden
  • Strafbaarstelling van volwassenen die alcohol doorgeven aan minderjarigen (wederverstrekking)
  • Nieuwe regels voor verkoop van alcohol op afstand

Lees meer over de belangrijkste recente wijzigingen in de Alcoholwet [17].

Gerelateerde pagina's

Referenties

  1. IsGeschiedenis. (2012). Geschiedenis van Alcoholwetgeving. Geraadpleegd van https://isgeschiedenis.nl/nieuws/geschiedenis-van-alcoholwetgeving
  2. Van der Stel, J. (1995). Drinken, drank en dronkenschap: vijf eeuwen drankbestrijding en alcoholhulpverlening in Nederland; een historisch-sociologische studie. Uitgeverij Verloren. Geraadpleegd van https://books.google.nl/books?id=ZPuDtgxPkMcC&printsec=frontcover&hl=nl#v=onepage&q&f=false
  3. Magdelyns, F. (2019). Het drankprobleem van de 19e eeuw. Geraadpleegd van https://www.oudhouten.nl/2019/04/drank/
  4. Van Hoof, T. (z.j.). Drankconsumptie. Geraadpleegd van https://www.noviomagus.nl/Gastredactie/Backus/DC.htm
  5. CBS. (2015). Van drinken om te vergeten, naar vergeten om te drinken. Geraadpleegd van https://www.cbs.nl/nl-nl/achtergrond/2015/44/van-drinken-om-te-vergeten-naar-vergeten-om-te-drinken
  6. KB Nationale Bibliotheek (z.j.). WO I: Drankmisbruik en -bestrijding in 1915 en 1916. Geraadpleegd van https://www.kb.nl/themas/geschiedenis-en-cultuur/nederland-tijdens-de-eerste-wereldoorlog/wo-i-drankmisbruik-en-bestrijding-in-1915-en-1916
  7. Van der Stel, J (2016). 1881 Invoering van de Drankwet: Openbare orde en criminaliteit. Geraadpleegd van https://www.canonsociaalwerk.eu/nl_vsz/details.php?cps=3
  8. Otto, M. (1987). Geschiedenis van de drankwetgeving. Geraadpleegd van https://www.canonsociaalwerk.eu/nl_vsz/details.php?cps=3
  9. Gutman, H. (2011). Het wetsvoorstel tot wijziging van de Drank- en Horecawet (Scriptie). Geraadpleegd van https://docplayer.nl/5593623-Het-wetsvoorstel-tot-wijziging-van-de-drank-en-horecawet.html
  10. Tweede Kamer der Staten-Generaal (1998). Wijziging van de Drank- en Horecawet [Memorie van toelichting]. Geraadpleegd van https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-25969-3.html
  11. Drank- en Horecawet (2017, 31 december). Geraadpleegd van https://wetten.overheid.nl/BWBR0002458/2017-12-31
  12. Jellinek. (2020). Wat is de geschiedenis van alcohol? Geraadpleegd van https://www.jellinek.nl/vraag-antwoord/wat-is-de-geschiedenis-van-alcohol/
  13. Het CCV (2019). Drank- en Horecawet. Geraadpleegd van https://hetccv.nl/onderwerpen/drank-en-horecawet/
  14. Ginneken, S. V. (2012). De lange weg naar gemeentelijke toezichthouders Drank- en Horecawet. Historie wijziging Drank-en Horecawet. Geraadpleegd van https://www.stap.nl/content/bestanden/historie-wetsvoorstel-dhw-versie-7-december-2012.pdf
  15. Alcoholinfo. (z.j.). Van 16 naar 18 jaar. Geraadpleegd van https://www.alcoholinfo.nl/wet/van-16-naar-18.
  16. Ginneken, S.V. (2013). Historie verhoging alcoholleeftijd naar 18 jaar. Geraadpleegd van https://docplayer.nl/7275367-Historie-verhoging-alcoholleeftijd-naar-18-jaar-door-sandra-van-ginneken-1-tot-1997.html
  17. Wet van 16 december 2020 tot wijziging van de Drank- en Horecawet in verband met het Nationaal Preventieakkoord en evaluatie van de wet, Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden (2021). https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2021-26.html