Bericht

Mensen in de zorg zonder een psychische aandoening

10 februari 2015

Is het zo dat veel zorg gaat naar mensen die het niet nodig hebben omdat zij niet aan de formele criteria van een DSM-stoornis voldoen? Het British Journal of Psychiatry publiceerde de resultaten van onderzoek hiernaar.

Om te onderzoeken in hoeverre mensen zonder een psychische aandoening van zorg gebruik maken zijn de gegevens gebruikt van 23 landen die deelnemen aan de studie WHO-World Mental Health Surveys onder 62.305 respondenten. Dit is een wereldwijde psychiatrisch-epidemiologische studie uit de algemene bevolking, inclusief Nederland. In de landen van het onderzoek werd hetzelfde instrument gebruikt om psychische aandoeningen, suïcidaliteit, en zorggebruik vanwege psychische problematiek en verslaving – daarmee worden allerlei soorten hulp bedoeld variërend van huisartsenzorg en ggz tot zelfhulpgroep - te bepalen.
 
In Nederland lag de projectleiding bij het Trimbos-instituut en de Rijksuniversiteit Groningen.

Resultaten
Ongeveer de helft (52,4%) van de mensen die hulp voor psychische problematiek kregen in het jaar voorafgaand aan het interview van de onderzoekers had in datzelfde jaar een diagnose volgens criteria van de DSM-IV. Daarnaast had 18,4% een psychische aandoening eerder in het leven, en voldeed nog eens 13,3% aan een andere indicator voor zorgbehoefte (zoals meerdere subklinische stoornissen, recente zeer negatieve levensgebeurtenis, suïcidaal gedrag) zonder een voorgaande psychische aandoening te hebben gehad.

Van de mensen in zorg had 15,9% geen 12-maands of lifetime psychische aandoening en voldeed ook niet aan de criteria voor genoemde andere indicatoren voor zorgbehoefte. Deze laatste groep rapporteerde echter het minst aantal zorgcontacten en minder vaak contact met een psychiater.

Conclusie
De onderzoekers concluderen dat het weliswaar klopt dat een gedeelte van de gebruikers van zorg voor psychische problematiek geen 12-maands of lifetime aandoening heeft. Maar als ook naar andere indicatoren van zorgbehoefte en naar de mate en intensiteit van de ontvangen zorg wordt gekeken, ontstaat een genuanceerder beeld.

Deze conclusie komt overeen met die van een eerdere Nederlandse studie op basis van de gegevens van NEMESIS-2 (Have M ten, Nuijen J. Graaf R de. Ernst van de psychische aandoening als voorspeller van de aard en intensiteit van zorggebruik. Utrecht, Trimbos-instituut, 2012). Artikelnummer AF1216.

- Bruffaerts R, Posada-Villa J, Al-Hamzawi AO, Gureje O, Huang Y, Hu C, Bromet EJ, Viana MC, Hinkov HR, Karam EG, Borges G, Florescu SE, Williams DR, Demyttenaere K, Kovess-Masfety V, Matschinger H, Levinson D, De Girolamo G, Ono Y, de Graaf R, Oakley Browne M, Bunting B, Xavier M, Haro JM, Kessler RC. Proportion of patients without mental disorders being treated in mental health services worldwide. British Journal of Psychiatry 2015; 206: 101-109. DOI: 10.1192/bjp.bp.113.141424.

Lees hier de abstract van het artikel.
 
Meer informatie:
Ron de Graaf (rgraaf@trimbos.nl)


Dossier_MonitoringPsychischeGezondheidWelbevinden Thema_DepressieAngstSuicidepreventie Thema_ErnstigePsychischeAandoeningen


Meer berichten

Deze website maakt gebruik van cookies. Wilt u meer informatie over cookies en welke worden opgeslagen? Lees de cookieverklaring. Niet meer tonen.