Nachtmerrie of droom.....

nkop

Een nachtmerrie of droom….

Badend in het zweet schrik ik wakker. Mijn hart klopt in mijn keel. Paniekaanval? Hartinfarct? Een nieuwe, voor mij onbekende diagnose? Ik voel met tussen droom en werkelijkheid. Ik hoef toch niet te twijfelen of de juiste dokter wel aan mijn bed komt? Hard knijp ik in mijn arm. Gelukkig, het is geen 2016 meer! Ik hoef niet te twijfelen of de juiste dokter wel aan mijn bed verschijnt.

Uit de geschiedenisboeken leren we dat na de eeuwwisseling, begin 2000, de dubbele vergrijzing de ouderenzorg en GGZ voor ouderen sterk in beweging heeft gezet. Niet alleen in de medische discipline, ook onder gedragswetenschappers en verpleegkundigen, ontstonden in die tijd vele aandachtsgebieden, superspecialisaties, en nieuwe beroepsgroepen. En dat allemaal om de kwetsbare oudere beter van dienst te kunnen zijn. Het toppunt van deze ontwikkeling speelde zich af rond 2016, het jaar waarin door de minister van Volksgezondheid een verplichte korting van de medisch vervolgopleidingen werd opgelegd. Binnen de psychiatrie ontstond hierop discussie of behoefte was aan superspecialisten of generalisten. Immers, binnen de interne geneeskunde waren in de decennia hiervoor dermate veel superspecialismen ontstaan, dat de “gewone” medische zorg voor patiënten in het gedrang kwam. Deze ontwikkeling voor de psychiatrie, aangezien inkorting tot vier jaar specialisatie de vraag opriep of men in 4 jaar goede psychiaters kon opleiden en/of aandachtsgebieden zoals ouderen, verslaving, forensische psychiatrie hierin voldoende tot hun recht konden komen of toch vervolgscholing nodig hadden, bijvoorbeeld in de vorm van fellowships.
Gelukkig bestond er destijds geen twijfel over de kwalificaties van ouderenpsychiaters t.o.v. psychiaters zonder dit aandachtsgebied. Immers, de oudere doelgroep heeft gewoon specifieke kenmerken zoals fysieke kwetsbaarheid, multimorbiditeit, neurodegeneratieve aandoeningen, specifieke psychosociale stressoren, etc. Echter, de geschiedenis heeft geleerd dat de focus niet naar binnen, maar juist naar buiten gericht had moeten worden. Na 2000 veranderde niet alleen de psychiatrie, nee, subspecialismen werden ontwikkeld in nagenoeg alle vakgebieden waarin met ouderen werd gewerkt. Het gevolg laat zich raden. De vele medische disciplines in de ouderenzorg, te weten de klinisch geriater, internist ouderengeneeskunde, specialist ouderengeneeskunde, huisarts met kaderopleiding ouderen, ouderenpsychiater, overlapten meer met elkaar dan dat zij van elkaar verschilden. Feitelijk gold dit ook voor andere disciplines, zoals de verpleegkundig specialist, de sociaalpsychiatrisch verpleegkundige, gedragstherapeutisch werker, klinisch psycholoog, enz.
Inmiddels zijn mijn hartkloppingen weer gezakt, gelukkig gewoon paniek na een nachtmerrie. Waarom kan ik hier toch zo akelig over dromen? Immers, de werkelijkheid heeft geleerd dat zoveel onderscheid niet nodig is en de vele specialisaties en beroepsgroepen meer nadeel dan voordeel hebben gebracht. Elke beroepsgroep moest zich profileren (en concurreren) en elke beroepsgroep had specifieke betaaltitels nodig. De kwetsbare oudere vroeg hier niet om; de kwetsbare en inmiddels mondige ouderen eiste eenduidigheid. Dus gewoon één medische discipline, één gedragsdiscipline, één verpleegkundige, uiteraard allemaal specifiek geschoold in de ouderenzorg. En zo geschiedde. Zorgverzekeraars omarmden het éénduidig zorglandschap, gericht op de behoefte van de oudere zelf. 
Tevreden draai ik me om in mijn bed, vertrouwend op een goede medisch specialist aan mijn bed. De geschiedschrijving gaat immers verder. Rond 2020 bestond de medisch specialist in Nederland niet meer. De Europese Unie eiste minimaal 5 jaar specialisatie om medisch specialist te worden na het artsexamen. De inkorting tot vier jaar in Nederland was desastreus. Echter, het noodzakelijke reddingspakket in de jaren erna pakte goed uit voor de ouderenzorg. Vanuit elke medische discipline werden fellowship geïntroduceerd om te kwalificeren tot medisch specialist voor ouderen. Klinisch geriaters moesten 2 jaar psychiatrie doen om hun lacunes aan te vullen; psychiaters 2 jaar interne geneeskunde, specialisten ouderengeneeskunde 2 jaar ziekenhuiszorg (psychiater/interne geneeskunde). Hier had ik in 2016 enkel van kunnen dromen: geen nevenbelangen, geen domeinenstrijd, geen verschillende betaaltitels, geen schotten tussen instellingen, maar goede ouderenzorg door integratie van vakgebieden en integrale zorgorganisaties waarin de vroegere geriatrische maatschappen, GGZ voor ouderen, dementie-ketens en verpleeghuiszorg zijn samengegaan.

Richard C. Oude Voshaar