Is er sprake van ‘normalisering’ van drugsgebruik?

Drugs lachgas MonitoringAlcoholRokenDrugs uitgaan xtc

woensdag 28 augustus 2019 | Ferry Goossens

Is er sprake van ‘normalisering’ van drugsgebruik? Deze vraag krijgen we regelmatig van journalisten. Drugsdeskundige Ferry Goossens geeft hieronder het antwoord.

Wat is de vraag?

Allereerst is het goed om stil te staan bij het begrip ‘normalisering’. Want hoewel de strekking van de vraag veelal is of er tegenwoordig meer mensen drugs gebruiken dan vroeger, is normalisering een breder begrip. Zo was in het verleden het gebruik van drugs vooral gangbaar in bepaalde subculturen (denk aan hippies en gabbers) terwijl we de huidige drugs gebruikende festivalbezoeker als mainstream zouden typeren. Het gebruik op veel dancefestivals is niet te missen en sommige feestvierders lijken er weinig moeite mee te hebben zichtbaar onder invloed te zijn. Zowel niet voor hun vrienden als voor het personeel op het festival.

De open wijze waarop er onder studenten over partydrugs en drugsgebruik gesproken wordt, valt eveneens op te vatten als een teken van normalisering. Normalisering zegt in dit verband dus vooral iets over een verbreding van de gebruikersgroep en de wijze waarop er over drugs gesproken wordt. We durven wel te stellen dat er sprake is van dit type normalisering.

De groei in het brede aanbod van zogeheten ‘harm reduction’-maatregelen, om problemen met het gebruik van drugs te voorkomen, zou je eveneens kunnen beschouwen als een teken van normalisering van drugsgebruik. Denk bijvoorbeeld aan het testen van pillen, EHBO-ers op festivals met specifieke drugskennis, maar ook aan methadon- en spuit-omruilprojecten. De nadruk bij dit type projecten ligt niet zozeer op het voorkomen van drugsgebruik op zichzelf, maar vooral op het voorkomen van gezondheidsproblemen die voortkomen uit het gebruik van drugs. De wijze waarop we vanuit medisch en preventief oogpunt omgaan met drugsgebruik zou je derhalve ook genormaliseerd kunnen noemen.

Verder wordt er tegenwoordig zoveel over drugsgebruik geschreven in de media, dat het lijkt of heel Nederland aan de pillen zit. Dat dit niet waar is, zullen we verderop toelichten. Drugs blijken een mediageniek onderwerp. We vragen ons daarbij wel eens af of de vele berichtgeving over drugs ook weer bijdraagt aan normalisering, maar dat is weer een vraagstuk op zich.

Maar goed, meestal is dit allemaal niet waar journalisten op doelen. Dus terug naar de kern: gebruiken er tegenwoordig meer mensen drugs dan vroeger?

Vroeger?

Wat journalisten met vroeger bedoelen, vertellen ze er soms wel en soms niet bij. Het is een relevant aspect, want het gebruik van verschillende drugs kent flinke schommelingen over de tijd. Wilt u vergelijken met de hippietijd in de jaren ‘60, de heroïne-epidemie in de jaren ‘70 en ‘80 of de gabbertijd in de jaren ‘90? Zo kende het gebruik van ecstasy ook een piek in de jaren ‘90 en kent cocaïne de afgelopen decennia een redelijk stabiele mate van populariteit binnen diverse gebruikersgroepen.

Voor de geïnteresseerden wil ik het zeer toegankelijke proefschrift van Ton Nabben van harte aanbevelen. Nabben beschrijft en verklaart in zijn proefschrift vanuit verschillende perspectieven de golfbewegingen van drugsgebruik binnen het uitgaansleven in Nederland en specifiek Amsterdam.

Terug naar de hoofdvraag. Na wat doorvragen blijken journalisten met ‘vroeger’ meestal iets te willen weten over een periode van zo’n 10 tot 20 jaar terug.

Beschikbare kennis over drugstrends

Nu we de vraag nader hebben gedefinieerd, kunnen we er beter antwoord op geven.

Vergelijking tussen verschillende decennia

Een manier om deze vraag te beantwoorden is om de prevalentiecijfers van verschillende decennia op een rijtje te zetten. Dus het percentage van de Nederlanders dat drugs gebruikt, gemeten in verschillende jaren. De jaarlijkse Nationale Drug Monitor (NDM) biedt een schat aan data op dit gebied, echter de prevalentiecijfers uit de afgelopen decennia zijn door aanpassingen in de meetmethoden over de jaren heen niet vergelijkbaar met recente cijfers.

We beschikken dus niet over cijfers die ons met zekerheid iets kunnen vertellen over een (significante) stijging (of daling) van het gebruik van verschillende soorten drugs over meerdere decennia. Echter, als we door onze oogharen naar de data kijken, durven we wel te zeggen dat het gebruik van ecstasy, cocaïne en amfetamine in zijn algemeenheid is gestegen door de decennia heen.

In dit kader is het ook belangrijk om ook aan te geven over welke getallen het gaat. In 2018 had 2,8% van de algemene bevolking van 18 jaar en ouder in het afgelopen jaar wel eens ecstasy gebruikt. (Volgend voorjaar komen de cijfers over 2019 uit). Niet echt een percentage dat wij meteen met normalisering associëren.

Aan de andere kant: Nederland steekt (ver) uit boven andere Europese landen in het percentage volwassenen dat het afgelopen jaar ecstasy gebruikte en behoort tot de top van Europese landen waar de inwoners ooit ervaring had met ecstasygebruik. Zo had in 2017 9,4% van alle Nederlanders tussen de 15-64 jaar ooit wel eens ecstasy gebruikt. In bijvoorbeeld Frankrijk is dat 4,2% en in Portugal 0,7%. Voor cocaïne en amfetamine zien we vergelijkbare beelden. Daarbij vertellen deze cijfers niet het hele verhaal. Gebruik vindt voornamelijk plaats binnen bepaalde leeftijdsgroepen, dus laten we daar op inzoomen.

Welke Nederlanders en welke drugs?

De vraag wordt ons vaak gesteld in de context van het uitgaansleven. Dit is relevant, want impliciet gaat de vraag daarmee over een stijging van het percentage jonge en jongvolwassen Nederlanders dat partydrugs gebruikt. Het gaat ze dus niet zozeer om alle Nederlanders, waaronder bijvoorbeeld ook 65+ers, maar vooral om het stappende deel van de natie, zeg tussen de 18 en 35 jaar.

Het gaat meestal ook niet om alle soorten drugs, maar om typische uitgaansdrugs zoals ecstasy, speed en cocaïne. Soms willen journalisten ook iets weten over GHB, ketamine, 4-FA en diverse NPS (Nieuwe Psychoactieve Stoffen). Het gebruik van lachgas en cannabis wordt er soms wel en soms niet mee bedoeld. Het gebruik van drugs als heroïne en crack, die een heel andere gebruikersgroep kent, valt nooit binnen de scope van de vraag.

Vergelijking tussen leeftijdsgroepen

Een andere manier om naar het vraagstuk te kijken is door een vergelijking te maken van het gebruik van drugs tussen verschillende leeftijdsgroepen. Laten we als voorbeeld het ooit-gebruik van ecstasy nemen. Volgens de Gezondheidsenquête uit 2018 heeft afgerond 3% van de 50-64 jarigen, 9% van de 40-49 jarigen, 18% van de 30-39 jarigen en 19% van de 20-24 jarigen ooit wel eens ecstasy gebruikt. Flink verschillen waaruit duidelijk blijkt dat het gebruik van ecstasy genormaliseerd is over de tijd.

Immers, het percentage 40’ers dat in hun twintiger jaren ooit ecstasy heeft gebruikt zal ook toen niet boven de 9% hebben kunnen liggen. Dat is een flink verschil met de 19% onder de 20-24 jarigen nu. Voor cocaïne en amfetamine zien we wederom een vergelijkbaar beeld. In de Nationale Drug Monitor kunt u per drug de exacte cijfers terugvinden.

Onderzoek onder uitgaande jongeren

Naast de onderzoeken onder de algemene bevolking bestaan er nog drie landelijke onderzoeken naar drugsgebruik in het uitgaansleven; de Feestmeter 2008/2009, Het Grote Uitgaansonderzoek 2013 en het Grote Uitgaansonderzoek 2016. Deze onderzoeken zijn interessant omdat ze ons iets vertellen over de doelgroep waarin het gebruik van partydrugs met name voorkomt.

In laatstgenoemde onderzoek onder jongeren en jongvolwassenen in de leeftijd van 15 t/m 35 jaar die in het afgelopen jaar weleens een party, festival, club of discotheek hebben bezocht, blijkt het druggebruik een stuk hoger te liggen dan in de algemene bevolking. Bijna de helft (46%) van de respondenten zegt het afgelopen jaar ecstasy te hebben gebruikt, voor speed en amfetamine lag dat ongeveer op 25%. En hoewel de cijfers uit 2016 vanwege verschillen in meetmethoden niet te vergelijken zijn met die van 2013 en 2008/2009, kunnen we wel stellen dat het gebruik van partydrugs binnen deze populatie niet heel ongewoon is.

Onderzoek onder middelbare scholieren

Laten we voor de volledigheid ook nog even kijken naar middelbare scholieren. Niet zelden krijgen we de vraag of het drugsgebruik onder middelbare scholieren gestegen is. Het tegendeel is echter waar. Laten we als voorbeeld de 16-jarigen nemen. Uit het meest recente HBSC onderzoek bleek dat in 2001 zo’n 39% van de 16 jarigen ooit wel eens cannabis had gebruikt en dat dit in 2017 gedaald was naar 26%. Een flinke daling dus, en met uitzondering van 2015 toen het op 22% lag, het laagste percentage sinds 2001.

Het vergelijkbare Peilstationsonderzoek (waarvan in 2020 nieuwe cijfers verschijnen) laat voor ecstasy, cocaïne en amfetamine eveneens een dalende trend zien sinds 1996. Dat 18-minners na het ophogen van de alcoholleeftijd in 2014 van 16 naar 18 jaar overgestapt zijn op cannabis, ecstasy, cocaïne of amfetamine lijkt ons dan ook niet aannemelijk. In dit en dit onderzoek gaan we daar nader op in.

Lachgas

Een specifiek geval is overigens lachgas. De meest recent beschikbare cijfers over lachgas vertellen ons het volgende. Zo’n 4,9% van de algemene bevolking van 18 jaar en ouder heeft ooit wel eens lachgas gebruikt (peiljaar 2016). Dit komt neer op circa 650 duizend volwassen Nederlanders die ooit lachgas gebruikten. In 2017 heeft bijna één op de tien (9,4%) scholieren van het voortgezet onderwijs ooit lachgas gebruikt. In 2020 verwachtten we nieuwe cijfers over het gebruik onder scholieren.

Lachgas is in het verleden (onder andere in de jaren ’90) ook wel eens populair geweest, maar werd de afgelopen decennia nagenoeg niet gebruikt. Prevalentie van het gebruik werd niet gemeten en we beschikken daarom niet over cijfers over de jaren heen. Dat neemt niet weg dat ook wij wel denken dat het gebruik van lachgas in vergelijking met de afgelopen 10 jaar enorm gestegen is. Meer over lachgas leest u in deze factsheet.

Antwoord op de vraag

Is er sprake van ‘normalisering’ van drugsgebruik? Als de vraag is “Worden er door meer mainstream uitgaande jongeren en jongvolwassene tussen de 18 en 35 jaar meer partydrugs gebruikt (zoals ecstasy) en/of is het gewoner voor hen om over drugs te praten dan ongeveer 10 tot 15 jaar geleden?”, dan durven we die vraag wel met ja te beantwoorden.

Voor andere vragen kunt u natuurlijk altijd contact met ons opnemen of bekijk de Nationale Drug Monitor.

 

Auteur

Ferry  Goossens

Stuur een bericht aan contactpersoon Ferry Goossens of bel +31 (0)30 - 2971(141)