Rapportage van het tweede Peilstationsonderzoek naar middelengebruik onder scholieren in het voortgezet speciaal onderwijs (VSO) en deelnemers aan spijbelopvangprojecten. Vergelijking tussen deze studie, de eerste (uit 1990) en het Peilstationsonderzoek in het reguliere onderwijs laat zien dat deze jongeren (veel) vaker genotmiddelen gebruiken dan leeftijdgenoten in het regulier onderwijs. Tussen 1990 en 1997 steeg het gebruik van alle onderzochte middelen, evenals bij leerlingen in het reguliere onderwijs. Daarbij scoren de respondenten van de spijbelopvangprojecten weer veel hoger dan de leerlingen uit het VSO. Ook binnen het VSO zijn er aanzienlijke verschillen in prevalentie. Het gebruik onder leerlingen van de mlk-scholen (leerproblemen, zelden gedrags- of opvoedingsproblemen) is lager dan bij lom- en zmok-scholieren, die vaker met gedragsproblemen kampen. Gedragsproblematiek is een risicofactor voor verslaving en onder deelnemers aan spijbelopvangprojecten bevinden zich bij uitstek jongeren met gedragsproblemen. Analyse van de verbanden tussen het middelengebruik en kenmerken van de leerlingen wees onder meer uit dat het middelengebruik samenhangt met uitgaansgedrag, (klein) crimineel gedrag en spijbelen. Voor de deelnemers aan spijbelopvangprojecten blijkt het achtergrondkenmerk uitgaansgedrag als enige over de hele breedte een rol te spelen. Nader (kwalitatief) onderzoek naar de problemen van deze spijbelaars en naar de factoren die samenhangen met drugsgebruik kan aanknopingspunten opleveren voor de preventie van problematisch middelengebruik. Hoe vroeger problemen worden gesignaleerd, hoe kleiner de kans op het ontwikkelen van problematisch gebruik. De resultaten geven een basis voor het uitstippelen van verantwoord en effectief preventiebeleid.
Hoe bruikbaar is dit product:
laatst bijgewerkt: 04-01-2011
Copyright © 2012 Trimbos-instituut